BoekbesprekingIda Gerhardt en Tijd en Taak
Door Herman Noordegraaf
Ida Gerhardt (1905-1997) behoort tot de grootste dichteressen die Nederland in
de twintigste eeuw gekend heeft. Voor haar werk, uiteindelijk zeventien
bundels, ontving zij verschillende prijzen, waaronder de P.C. Hooftprijs.
Minder bekend is dat deze classica haar loopbaan als dichteres begonnen is in
Tijd en Taak. Op 27 juni 1936 verscheen daarin haar gedicht
‘Kinderspel’, dat de onbevangenheid en stille aandacht van het kind dat met
een schelp speelt tot thema had: een grondhouding van ontvankelijkheid is
voorwaarde voor creativiteit. Ze trok daarin een vergelijking met een dichter
die in zijn werk verdiept is.
Deze en andere gegevens zijn te vinden in het dit jaar verschenen boek
Trots en in zichzelf besloten van Mieke van den Berg en Dirk Idzinga. Het
bestrijkt het leven van Ida Gerhardt tot het verschijnen van haar eerste
bundel Kosmos op 9 mei 1940, die onder meer een aantal in Tijd en
Taak gepubliceerde gedichten bevatte. Rode draad voor deze deelbiografie
vormt de vraag waarom Ida Gerhardt zich altijd zo miskend heeft gevoeld. De
schrijvers, die heel wat gegevens boven tafel hebben weten te krijgen, zien de
wortels hiervan in haar jeugdperiode liggen en wel in de moeizame relatie met
haar depressieve moeder, die de dood van een eerder geboren broertje niet van
zich af kon zetten en haar daaropvolgend kind, Ida, als onvoldoende
plaatsvervangend beleefde.
Ida Gerhardt werd in 1933 lid van de Arbeiders Gemeenschap der Woodbrookers in
navolging van haar vriendin de neerlandica Marie van der Zeyde, die het jaar
daarvoor lid was geworden. Vanaf 1935 recenseerde deze regelmatig boeken in
Tijd en Taak en verleende medewerking aan cursussen in Bentveld.
De auteurs schrijven over de betekenis van de verbintenis van Ida Gerhardt met
Tijd enTaak:
“Deze periode heeft Ida politiek en religieus bepaald.” (p. 137) Helaas wordt
deze zin niet verder toegelicht en uitgewerkt en dus komen we verder weinig te
weten over haar politieke betrokkenheid en de religieuze ontwikkeling van de
dichteres, die uit een vrijzinnig protestants milieu afkomstig was. Wel wordt
duidelijk hoezeer het vraagstuk van de werkloosheid haar aangreep. Zij sprak
uit eigen ervaring, omdat zij zelf, afgestudeerd in de crisisjaren, geen
betaald werk kon vinden en enige tijd in armoede leefde. In haar gedicht
‘Werkloosheid’ (opgenomen in: Sonnetten van een leraar, 1951) vinden we
de volgende regels:
“Vanmorgen ben ik naar de kerk geweest.
‘God zal u, als op adelaarsvleugelen, dragen.’
Maar ik heb zitten zweten als een beest.
Want steeds zag ik, toen de gemeente zong,
die werkloze, die het raam uitsprong
en, van vier hoog, te pletter is geslagen.”
Marie van der Zeyde was vanaf 1939 in dienst van de AG en op Bentveld
werkzaam. Zij schreef lessen over literatuur en de bijbel, gaf cursussen en
schreef op eenvoudige en aansprekende wijze korte meditaties over het Nieuwe
Testament. Van haar hand verschenen in de Tijd en Taak-reeks als uitvloeisel
van deze cursussen Nederlands proza van deze tijd (1940) en
Nederlandse poëzie van deze tijd (1941).
Deze aandacht voor poëzie, waardoor Ida Gerhardt haar start als dichteres
heeft kunnen maken, was typerend voor Tijd en Taak. In hun
geschiedschrijving van de eerste vijftig jaar van het blad De Blijde Wereld
en (vanaf 1932) Tijd en Taak schrijven Wilzen en Van Biemen:
“Leest men al die jaargangen door dan treft het merkwaardige verschijnsel, dat
een in omvang zo beperkt blad – meestal niet meer dan acht pagina’s – kans
heeft gezien aan het culturele en kunstzinnige leven zo veel aandacht te
wijden.
Het was noch is een hobby van een of meer der redacteuren. Neen, het behoort
wezenlijk tot de structuur van het blad, maakt een integrerend deel uit van
zijn strijd voor de vernieuwing van het socialisme.” (H.J. Wilzen/A. van
Biemen, Samen op weg. Vijftig jaar ontmoeting tussen Christendom en
socialisme in De blijde wereld en Tijd en Taak, Amsterdam 1953, p. 172.)
Deze keuze was ingegeven door de overweging dat politiek en
sociaal-economische hervormingen van groot belang zijn voor een humane
samenleving, maar dat, om het klassiek te zeggen, ook cultuur van grote
betekenis is voor de groei en vorming van de persoonlijkheid. De mens-wording
van de mens ontstaat niet als noodzakelijk product van de economische
ontwikkelingen, zoals onder invloed van het historisch-materialisme veel
socialisten dachten. Daarom is tot op het laatste nummer van het toen twee
wekelijks blad Tijd en Taak (6 april 1996) op de achterzijde steeds een
gedicht geplaatst.
Mieke van den Berg/Dirk Idzinga, Trots en in zichzelf besloten. Ida
Gerhardt. Afkomst en eerste deel van haar leven.
Uitgeverij Ten Have,
Kampen 2005.
|