|
De internationale financiële crisis:
Een spel zonder regels
Op 6 april 2009 heeft Trefpunt PvdA en levensovertuiging een openbare
bijeenkomst gehouden over economische ethiek en moraal en de crisis met
als gast Tweede-Kamerlid Paul Tang.
Inzet
De inzet van de discussie: op grond van fundamentele waarden in de
sociaal-democratie te reflecteren op de financiële crisis en de
betekenis daarvan voor koers die de PvdA voorstaat.
Vragen
De vragen die aan de orde zijn:
1. Is het noodzakelijk meer moraliteit in ons economische handelen te
brengen?
2. Hoe kan dit in het politieke handelen van de PvdA tot uitdrukking
worden gebracht.
3. Welke rol heeft hebzucht gespeeld bij de kredietcrisis?
4. Hoe kom je tot een samenleving waarin waarden die verloren zijn
gegaan weer richtinggevend worden in de economie?
5. Als regelgeving haar grenzen kent – en in de praktijk wordt dat vaak
bewezen – hoe kunnen we dan zorgen dat morele kaders ons handelen
vergezellen?
6. Hoe internaliseer je waarden en ethisch handelen in de economie?
Moraal en economie
Voorzitter Herman Noordegraaf heet iedereen welkom op deze openbare
vergadering. Trefpunt PvdA en levensovertuiging is een adviesorgaan van
de PvdA met als invalshoek levensbeschouwing en moraal.
Levensbeschouwing en moraal hebben niet alleen te maken met vraagstukken
als euthanasie en abortus, maar met alles wat zich op dit ondermaanse
afspeelt, dus ook de economie. De moraal speelt een grote rol in de
economie, niet alleen op individueel niveau, maar ook hoe de moraal
neerslaat in de structuren van de economische orde, de doeleinden van
het beleid, de beleidsprocessen zelf.
Vanuit die invalshoek wil Trefpunt de kredietcrisis aan de orde stellen.
Hebzucht wegnemen?
Paul Tang: Ik voel me wat ongemakkelijk bij de bewering die je vaak
hoort dat het nastreven van het eigen belang en hebzucht de oorzaken van
de kredietcrisis zijn. Kunnen we dan hebzucht wegnemen? Moeten we dan
streven naar de nieuwe mens die niet hebzuchtig is? Moeten we streven
naar mensen die altruïstisch zijn? Zouden we willen vertrouwen op het
altruïsme van onze medemens?
Eerlijkheid en fairness zijn van groot belang. Moreel gedrag is nodig
voor vertrouwen. Maar er zijn regels en instituties nodig, dus controle,
om dat vertrouwen in stand te houden. Natuurlijk moeten we zorgen dat
het eigenbelang niet veel te groot wordt. Ik geloof meer in gedeeld
belang. Wederkerigheid telt enorm in een samenleving waar vertrouwen
bestaat.
Zonder regels geen markt
Paul zit met de vraag waarom het ontbrak aan moreel leiderschap. Waarom
heeft de top van het bankwezen geen morele verantwoordelijkheid
gedragen? Ze wilden niet de sukkels zijn. Men heeft gegokt ten koste van
de toekomst.
We kunnen bankiers verwijten dat ze kuddegedrag vertonen. Net als elders
in de maatschappij deden ze dingen omdat iedereen het deed. In mijn
ogen heeft de politicus de taak mensen niet in situaties te brengen van
tweestrijd tussen het eigen belang en het gedeeld belang. Je moet
bevorderen dat mensen kiezen voor gedeeld belang.
Een spel zonder spelregels kan niet. Er zijn regels nodig anders is er
geen markt. We hebben niet zozeer te maken met een probleem van het
kapitalisme, maar van de internationalisering. Risico’s zijn naar de
achtergrond gedrongen omdat veel spelers de spelregels konden negeren.
Er is kuddegedrag, er is geen scheidsrechter.
Geld als maat voor succes
Paul Tang ziet grote parallellen met het klimaatprobleem: er is geen
internationaal beleid, er is dus afwenteling. Een van de redenen dat de
normen op het gebied van topinkomens en bonussen zo zijn veranderd is de
verzwakking van vakbonden.
Samengevat ziet Paul als oorzaken van de crisis:
1. Het is een spel zonder regels
2. Daarin wordt aan hebzucht geen beperkingen opgelegd
3. Er is eerder een crisis in de globalisering, dan in het kapitalisme
4. Geld is de maat van succes geworden. Alsof er niet meer is dan geld.
Alsof succes toe te schrijven is aan het individu.
Vragenronde
Eigenbelang en gedeeld belang
Wat is het onderscheid tussen eigenbelang en gedeeld belang? Wouter Bos
schrijft in zijn boekje over welbegrepen eigenbelang.
Paul Tang: De scheidslijn is niet zo precies te trekken. Sociale
zekerheid is een manier om armoede te bestrijden, maar je bestrijdt er
ook criminaliteit mee. Dus kun je spreken van welbegrepen eigenbelang.
Deze termen slaan meer op het motief, net als altruïsme. Waar het mij om
gaat is dat je kijkt naar wat daadwerkelijk gebeurt, naar het effect op
een ander.
Leo Steinhauzer: Gaat het hier niet veel meer om algemeen menselijke
eigenschappen die van belang zijn om je in deze wereld te handhaven? Is
het probleem niet dat deze eigenschappen, zoals hebzucht, in de
economie tot een soort doeleinden zijn verheven? Hoe krijgen we het
economisch handelen weer in het spoor?
Paul Tang: Het gaat er niet om hoe individuen zich moeten gedragen, maar
om de vraag hoe we de samenleving zo inrichten, dat er geen spanning zit
tussen dat eigenbelang van het individu en het maatschappelijk belang.
Dat zijn de vragen die ik als politicus wil stellen.
Toezicht en kuddegedrag
Bülent Isik: Als het waar is wat Paul zegt, dat de spelregels er wel
waren maar dat we er geen sturing aan konden geven, wie zal de
scheidsrechter dan moeten zijn? Is het zo dat de macht van het kapitaal
groter is dan de menselijke macht? Voor mij is het onacceptabel dat in
afzonderlijke landen politiek en overheid hun verantwoordelijkheid niet
zijn nagekomen zijn en geen toezichthoudende rol hebben gespeeld.
Paul Tang: Waar ligt het aan? Niet alleen aan de macht van het kapitaal.
De bankiers hebben gefaald, maar mijn verwijt gaat meer in de richting
van de centrale toezichthouders dan naar de bankiers. De bankiers zijn
deelnemers in het spel. Maar de toezichthouders betalen we om
onafhankelijk te zijn en zich ook uit te spreken. Die heb ik het meest
gemist. Aan bankiers kun je vragen om moreel leiderschap, maar van de
centrale bankiers vraag ik functioneel leiderschap. Ze worden betaald
om zich uit te spreken over de risico’s die wij lopen en dat is niet
gebeurd.
Hebben centrale bankiers en ook de Autoriteit Financiële Markten de
mogelijkheden en bevoegdheden om te doen wat Paul van ze vraagt?
Paul Tang: Het klopt dat deze autoriteiten in ons land zeer afhankelijk
waren van het Amerikaanse en IJslandse toezicht. Helemaal hadden ze het
niet in de hand. Daarom voelen mensen bij de Nederlandse bank zich ook
ongemakkelijk en vragen zich af of ze fouten hebben gemaakt.
Gert van Maanen: Die centrale bankiers mochten ervan uitgaan dat de
centrale bankiers in Amerika en in IJsland hun vak verstonden. Toen er
twijfels ontstonden bij de Nederlandse bank over wat er in IJsland
gebeurde, zaten ze in een raar soort syndroom: men was bang dat het
kaartenhuis in elkaar zou vallen als men opmerkingen over elkaar zou
maken. Dat Peergroepgedrag of kuddegedrag verhindert om en plein publiek
te waarschuwen als je vind dat een andere centrale bank jouw fluistering
niet opvolgt.
Paul Tang: Er zijn twee vormen van kuddegedrag. Dat je bang bent dat er
een schokgolf ontstaat als je je openbaar uitspreekt is er een. De
andere is dat men zich ook niet uitspreekt ten opzichte van hun peers.
Van dat kuddegedrag hebben de centrale bankiers vooral last gehad.
Signalen
Had de bonuscultuur aan de top, toch een vorm van perversiteit, niet als
signaal had moeten dienen van wat er in de organisaties en banken en
verzekeringen eigenlijk gebeurde? Heeft de PvdA dat voldoende in de
gaten gehad?
Paul Tang: Er is tegen geageerd. Wat wel meespeelde is dat dit een sterk
internationaal verschijnsel is. Je ziet nu dat het in Europa wordt
opgepakt en dat de G20 uitspraken doen over bonussen van bankiers. Dat
is gewoon pure winst.
Een van de vragen die vooraf zijn toegestuurd, wordt nu aan de orde
gesteld: Hoe kom je tot een samenleving waarin waarden die verloren zijn
gegaan, weer richtinggevend worden in de economie. Of wel: hoe kom je
tot een samenleving waarin de markt die wij kennen, de waarden gaat
representeren die wij nastreven?
Johan van Workum vraagt zich af of Paul Tang wel vindt dat er waarden
verloren zijn gegaan. Hij zegt immers: er is primair sprake van een
crisis in de globalisering, niet in het kapitalisme.
Hij zegt: de globalisering was er één zonder spelregels. De spelregels
waren nog nationaal. Als dat zo is en als hij daar de conclusie aan
verbindt dat het nationaal aan moreel leiderschap ontbrak, dan is mijn
vraag aan hem: is er dan alleen iets mis met spelregels en is er
eigenlijk niks mis met onze moraal, zit die nog goed genoeg in elkaar?
Moeten we het alleen anders organiseren? Of zijn er toch waarden
verloren gegaan en is er wel degelijk behoefte aan een moreel appel,
zoals je heel sterk ziet in de manier waarop Obamo zich presenteert? Als
ik Paul zo beluister dan benadert hij de crisis technocratisch in die
zin dat we kunnen volstaan met betere spelregels die beter worden
nageleefd.
Regels en/of moraal
Paul Tang: Je hebt regels nodig om mensen zich ook moreel te laten
gedragen. Mensen weten zich gesteund in hun morele gedrag door de regels
en de instituties die er zijn. Het laat onverlet dat er binnen de regels
nog heel veel mogelijk is en daar gaat het wel degelijk om moreel
gedrag.
Mijn neiging is deze crisis niet primair te benaderen vanuit een moreel
tekort. Wanneer we de regels op orde hebben, kan ons dat helpen het
moreel tekort te vullen. Zijn die regels er eenmaal, dan wil dat niet
zeggen dat we ons opeens niet meer moreel hoeven op te stellen. Dat
blijft nodig.
Herman Noordegraaf: In verhaal van Paul heb ik beide geproefd, dus de
regulering en de culturele factor, dus dat morele overtuigingen een rol
spelen. Hij heeft expliciet genoemd de meritocratie, dus dat succes
toegewezen wordt aan individuele inspanningen, zonder te beseffen dat
je dat op enigerlei wijze met z’n allen doet. En Paul noemde het punt
van het geld als de maat van alle dingen. Dus als je Paul volgt, dan is
er behoefte aan zowel regulering als aan een moreel besef dat breekt met
dat geldenken. Dat zou voor de PvdA ook betekenen, dat je beide moet
uitdragen.
Paul Tang: Je kunt die verloren gegane waarden op twee manieren
terugwinnen. Ik denk dat ik veel mensen kan geruststellen die zich
afvragen of we niet helemaal van God los zijn. De discussie hier gaat
een stap verder, namelijk over de eerste vraag die ons is toegestuurd,
namelijk op welke manier we meer moraliteit in ons handelen kunnen
brengen.
Een grotere crisis
Hans de Knijff: Mijn vraag sluit aan bij de toegestuurd vraag 2: hoe kan
dat in het politieke handelen van de PvdA tot uitdrukking komen. De
hypothese is dat we in 1989 het einde van het communistische stelsel
hebben gezien en in 2008 het einde van het marktkapitalistische. Als dat
juist is, dan staat de sociaal-democratie voor de uitdaging opnieuw haar
programma te doordenken. Dat de partij haar ideologische veren kwijt is,
is toch waar: we hebben geen theorie meer over de sociaal-democratie.
Iedereen is van deze crisis geschrokken en er worden talloze oplossingen
gegeven. Maar deze schrik verbergt dat er zich een crisis aan het
voltrekken is die tientallen malen groter is dan deze financiële crisis.
Daar word je verlegen van. Maar tot mijn vreugde zijn er mensen zoals
Heertje en Goudszwaard, dat mij duidelijk maken dat een programma ter
bestrijding van deze financiële crisis heel goed te combineren is met
een programma dat zich bezighoudt met, zeg maar, het voortbestaan van
de wereld. Met het redden van het klimaat, met het creëren van
werkgelegenheid die zich op groene zaken richt. Ik zal de huidige
maatregelen die het kabinet voorstelt niet bekritiseren, maar van het
aanpakken van het eigenlijk grote probleem heb ik niet veel kunnen
merken.
Dirk Edens: De opmerkingen van Paul Tang komen op mij in hoge mate
functionalistisch over. Wat mij in de sociaal-democratie heeft
aangetrokken is de positiebepaling in het spanningsveld individu -
gemeenschap. Ik mis hier een verhaal over hoe de gemeenschap in het spel
kan worden gebracht, over het grote belang van een goede rechtvaardige
belastingwetgeving uit het oogpunt van een goede overheveling van
inkomen en welstand, maar ook ten behoeve van het scheppen van publieke
goederen, zoals veiligheid en gezondheidszorg. Ik zou menen dat de
sociaal-democratie ook in licht van huidige crisis eens kijkt naar die
spanningsverhouding tussen individu en gemeenschap.
Politiek en waarden
André Bonthuis: Aansluitend bij vraag 5: Als regelgeving haar grenzen
kent, hoe kunnen we dan zorgen dat morele kaders ons handelen
vergezellen zie ik een fundamenteel verschil van inzicht. Als Paul Tang
zegt: het gaat om wat er daadwerkelijk gebeurt, niet om het motief, dan
denk ik: zonder motief is de wil een leeg vermogen. Het gaat veel mensen
juist wel om het motief. En om de morele initiatieven die we moeten
ontwikkelen en die we als politieke partij moeten neerzetten. Dat daar
betere internationale regels uit voortvloeien om vervolgens degenen die
zich immoreel gedragen, tot de orde te roepen is prima, maar het gaat
wel degelijk allereerst om de moraliteit. Als je als politieke partij
die waardendiscussie, de discussie over welke samenleving je wilt, op de
agenda wilt zetten, dan zul toch eerst eens even naar je grondbeginselen
moeten kijken. Want ideologisch is er van de PvdA niet veel chocola te
maken en dan is het moeilijk om deze dingen krachtdadig aan de orde te
stellen.
Jeroen Jaspers: De discussie over moraliteit gaat uit van een groot
vertrouwen in hoe we de mens van bovenaf kunnen verbeteren. Ik ben het
met Paul eens dat we ons beter op functionele maatregelen kunnen
concentreren die misschien vrij technisch van aard zijn, maar die heel
urgent. Ik heb zelf onderzoek gedaan hoe je toezicht op overnames en
fusies kunt verbeteren. Daar kun je moreel heel lang over praten, maar
als je kijkt naar wat er mis gaat zijn het vooral de dingen die meetbaat
zijn, die heel goed te controleren zijn. Je kunt lang over de moraliteit
ervan hebben, maar ik denk dat de gelegenheid de dief maakt. Je bent een
heel eind als je zorgt dat je systemen beter in elkaar zitten.
Kees Tinga: De ‘spheres of justice-benadering’ van Walzer zegt dat ieder
domein in de samenleving eigen spelregels kent en zich tot z’n eigen
gebied moet beperken. Probleem is de economisering van veel gebieden van
het leven. Economie en in de bankensector moeten terug naar hun eigen
spelregels. Dat is geen zwaar moreel verhaal.
Handelen uit goede wil?
Paul Tang: Partijen moeten wel gewoon gebonden worden, partijen kunnen
niet geheel varen op de goede wil. Dat is het vertrekpunt van Adam
Smith: niet bouwen op de goede wil van mensen. Neem even de kwestie van
klimaat: waarop vertrouwen we meer, dat we mensen vragen en overtuigen
om niet te vliegen, of doen we dat door vliegen duurder te maken? Ik
bevindt met in het kamp van Robert Reich die zegt: je moet regels
hebben, je moet vliegen gewoon duurder maken. Dan maakt het niet meer
uit of iemand uit eigen belang niet vliegt of uit goede wil. Het effect
is hetzelfde, namelijk we doen iets tegen klimaatverandering.
Van Maanen en Bonthuis betwisten dit. Mensen blijven vliegen, ook bij en
hogere prijs. Het getuigt van een te groot optimisme te denken dat je
mensen kunt dwingen tot een bepaald gedrag via economische principes.
Waarop Paul zegt dat de prijs van brandstof er wel toe doet: wie
gebruikt er meer benzine, de Europeaan of de Amerikaan? Het gaat hem om
een manier van denken: kun je menselijk gedrag beter beïnvloeden door
prijs of regels of via hun goede wil?
Hij is het er mee eens dat regels een morele rechtvaardiging nodig
hebben. Dat mist men misschien in zijn verhaal. ‘Maar ik ben hier gaan
zitten in de verwachting dat het hier gaat het om de moraliteit van het
gedrag, dus ik ben gaan hangen op één kant’.
Op de opmerking van Dirk Edens over de verhouding individu en
gemeenschap, zegt Paul: Het is een ordeningsvraag van de samenleving.
Het gaat om de resultaten die je wilt zien.
Noodzaak van de overheid
Dirk Edens: In het politieke spanningsveld is onversneden populistisch
individualisme aan de orde. Men zet zich af tegen wat de overheid voor
ons kan doen. De verdedigingslijn en ook de aanvalslinie van de PvdA
moet mede zijn gericht op de positieve functie van de overheid, of
beter: de noodzaak van de overheid.
Ideologische veren zijn er nog
Paul Tang: We praten over toezicht op de financiële sector en het gebrek
daaraan dat geleid heeft tot risico’s. En een verdrag van Kopenhagen dat
nodig is als eerste stap om de klimaatverandering te lijf te gaan. Dus
wij zijn als partij absoluut op zoek naar beteugelen en inperken van die
markt, zodat hebzucht er geen schade meer kan aanrichten en eigenbelang
en algemeen belang samenvallen. Dat is onze aloude opdracht. Hebben we
een ideologie? Ja we hebben ontdekt dat we hem hebben, dat we die
ideologische veren misschien helemaal niet zo hard hebben afgeschud. We
zijn geschrokken van de gebeurtenissen, we hebben in onze schrik
ontdekt wat we willen. En hoe we dat willen. We willen niet een
samenleving waarbij het individu en het eigenbelang van dat individu
voorop staat. Nee, we geloven heel sterk in de gemeenschap en hoe je het
individu moet inbedden in de gemeenschap. Het verhaal gaat niet over
vrije krachten, nee gaat over dat inbedden, zodat ze geen schade kunnen
aanrichten. Dat weten we allemaal en dat wisten we en misschien moeten
we dat wel weer harder uitdragen. Misschien ben ik hier te
functionalistisch van toon geweest, maar niet van inzet. Want daarachter
ligt dat doel, dat individu en gemeenschap samen sterk zijn. In die zin
ontdekken we ons ideologie en hoeven we die niet opnieuw op te schrijven
wat wij al lang denken. We geloven niet in de ongebreidelde kracht van
de markt, we geloven in breideling van de krachten. Dat is altijd onze
strijd geweest. Wij worden wakker in een nieuwe wereld en ontdekken dat
die strijd nog steeds heel relevant is.
PvdA-congressen
Sipie de Jong is lid van het partijbestuur. Ze zegt: We hebben in juni
2008, toen nog niemand de crisis had zien aankomen, de resolutie over
arbeid aangenomen. We hebben gezien dat de factor arbeid, de mens, is
ondergesneeuwd. Dat zag je aan de flexarbeid. De macht van de
aandeelhouder is sterk gegroeid ten koste van de macht van werknemers.
Dat stuk is geschreven en aangenomen zonder dat de partij achter de
vodden werd gezeten door de crisis.
Het congres van december gaat over marktwerking, over de publieke
sector. Er werd net gezegd: de menselijke maat terugbrengen is
belangrijk. Dan kun je mensen ook beter aanspreken op hun
verantwoordelijkheid. Dat zijn we ook kwijtgeraakt door de marktwerking.
Verantwoordelijkheden zijn verstopt in het systeem en als iets globaal
is, ben je het helemaal kwijt. Dat heeft met sociaal-democratie te
maken.
Crisisakkoord van kabinet
Paul Tang: Wat hier wordt uitgedragen, deel ik. We weten waar we naar
streven. Ideologie krijgt vorm in praktische zaken. In het crisisakkoord
stonden twee dingen voor ons voorop: investeren in een omslag naar een
duurzame samenleving en meer in onderwijs. Wij hebben in het
crisisakkoord ook de morele agenda geïntroduceerd. Die bestaat er uit
dat we de top van het bedrijfsleven, de top van het bankwezen,
aanspreken op hun verantwoordelijkheid. Ze moeten laten zien dat ze de
lessen hebben begrepen en dat ze niet weg kunnen komen met het innen van
bonussen. We moeten harde afspraken worden gemaakt over beloningsbeleid,
zodat het ook na 2009 het niet meer zo kan zijn dat er riante bonussen
worden uitgekeerd terwijl het spaargeld in gevaar komt.
Het is hard nodig de krachten van de markt te temmen. In onze politieke
daden zie je de ideologie terug.
In de morele agenda staat duidelijk dat weer gekeken moet worden naar de
positie van de verschillende belanghebbenden in een onderneming. Dat
moet worden uitgewerkt. Wij willen dat de aandeelhouders niet gericht
zijn op de korte termijn, maar op de lange termijn. Op de korte termijn
zijn werknemers een kostenpost, op de langer termijn zijn ze sociaal
kapitaal. Zo willen we dat werkgevers werknemer zien. Hoe kun je
bevorderen dat aandeelhouders geen beleggers zijn maar investeerder die
een langer termijn relatie met het bedrijf aangaan?
Werknemers moeten bij fusie meer invloed krijgen. Waarom mogen alleen
aandeelhouders beslissen over de toekomst van een bedrijf? Bij
plotselinge veranderingen, zoals een fusie, lopen de belangen van arbeid
en eigenaren niet parallel. Dan moet je arbeid sterker maken. Willen we
werknemers ook laten beslissen over de werkgelegenheid bij een bedrijf?
Het is heel moeilijk voor een werknemer om te zeggen: deze baan moet
weg. Daarom is deze vraag niet eenvoudig te beantwoorden. Maar in het
geval van de overname van ABN AMRO was de hoogste prijs per aandeel ook
niet het goede criterium, zeg ik dan maar.
Vertrouwen is beschaamd
Gert van Maanen: Ik ben het eens met Paul dat vertrouwen eigenlijk in de
samenleving dient te domineren. Ik denk dat de samenleving niet tekort
komt aan vertrouwen. Waarden als goed koopmansgebruik zijn nog steeds
goed verankerd. Het punt is dat we leven in een samenleving waarin het
vertrouwen is beschaamd is geraakt. Daarom moeten we analyseren waar dat
zit. Wat er is gebeurd?
Voordat je begint aan nieuwe superregelingen waarvan terecht gezegd is
dat degenen voor wie ze bedoeld zijn ze zullen weten te ontduiken, moet
je analyseren wat er fout is gegaan. In de beleving van gewone mensen is
ABN AMRO opgebroken, Nuon verkocht, het spoor opgesplitst. Dat zijn
dingen waarvan mensen zich afvroegen waarvoor dat nou goed was. Ze
ervoeren het als slecht.
Waarom is onze partij niet tijdig wakker geworden en heeft gezegd: er
mogen regels zijn, er mogen wetten zijn, maar de einduitkomst is naar
onze mening in onze sociaal-democratische visie niet aanvaardbaar. In
plaats van te proberen te verdedigen dat er wel wat voor te zeggen
viel. Ik zeg niet dat jullie slaafs de regels hebben nagevolgd. Ik zeg
dat in de wortels van de samenleving diepgaande twijfels zijn of dit
soort significante belangen goed gediend zijn.
Internationale ordening
Een andere vraag die is aan de orde is: hoe internaliseer je waarden en
ethisch handelen in de economie? Hoe kan de economie weer zijn eigen
spelregels en zijn eigen waarden nastreven? Dat is niet alleen een
vraag van controle. De reële economie is overvleugeld door de financiële
economie en werd daardoor in de houdgreep genomen, zegt Bob Goudzwaard
in S&D. Dat is een heel andere oorlog dan de oorlog waar we het tot nu
toe over spraken.
Paul Tang: Aan een ander groot probleem, dat van de klimaatverandering,
zie je dat we leven op een manier die uiteindelijk niet vol te houden
is. Dat is voor mij ook een moreel vraagstuk. Het is het probleem van de
globalisering, van een spel zonder spelregels. Zijn precies twee
problemen die ik niet opgelost zie worden zonder enige internationale
ordening. Dat gevecht moeten we aan. Daar zijn wij als partij
buitengewoon geschikt voor omdat we als partij altijd internationale
ordening hebben nagestreefd. Daar willen we ogenschijnlijk onze eigen
soevereiniteit voor opgeven om daarmee ook weer soevereiniteit te
winnen, namelijk over ons lot.
Jochen Gerards: Ik vrees dat als de crisis voorbij is we weer heel hard
gaan lopen en de sociale waarden weer worden vergeten. De sociale
component gaat geld kosten en dat kan voor grote bedrijven reden zijn om
naar het buitenland uit te wijken.
Van Maanen: In feite hebben we het roer van de samenleving grotendeels
uit handen gegeven. Niet eens aan een aanwijsbare kracht, maar aan een
anoniem cluster van krachten die bepaalt wat er met de markt gebeurt,
met de dollar, met de olieprijs.
Paul Tang: Het financiële bouwwerk is inderdaad internationaal. Wat zijn
voor een klein land de nationale antwoorden in een imperfecte
internationale ordening? Die kunnen redelijk radicaal zijn.
Bijvoorbeeld dat je geen grote banken meer wilt. Het omvallen van ABN
AMRO en van ING zou tot torenhoge schulden leiden die wij als land niet
kunnen dragen. Laten we hopen dat de schulden die nu gemaakt zijn goede
investeringen zullen blijken te zijn. Ik steek mijn handen er niet voor
in het vuur.
Waar ik veel meer beducht voor ben is de klimaatverandering. In het
financiële systeem kunnen we misschien nog onze eigen keuzen maken. De
vraag is of we het durven en of we het willen. Als we kiezen voor
grotere sociale zekerheid kunnen we dat. Dan gaan we echt niet ten
onder, integendeel. Daar zit veel onnodige angst.
In de financiële wereld kunnen we onze eigen keuzen maken, bij
klimaatverandering zijn we helemaal afhankelijk van anderen, zoals van
de kolencentrales in China. We hebben mondiale afspraken nodig. We
hebben niet anders.
Europa: ook een rechtsgemeenschap
Laurens Hogebrink: Het onderscheid tussen nationaal, waar we wel over
regelgeving beschikken, en internationaal, waar het een chaos is, is
niet helemaal waar. We leven ook nog in een ander rechtstatelijk
verband, de EU. De EU definieert zichzelf om zich democratisch te
legitimeren heel sterk als een waardengemeenschap. De eerste ontwerpen
van de grondwet begonnen met het opsommen van een aantal waarden. De
waarde solidariteit ontbrak aanvankelijk en is toegevoegd door
interventie van buiten. De strijd om waarden is een ideologische strijd
en is absoluut niet afgelopen.
Het interessante is van de EU dat het niet alleen een waardengemeeschap
is, maar ook een rechtsgemeenschap. Waarden kun je dus in wetten
vertalen en dat gebeurt ook op grote schaal. Als je klaagt over de
mechanismen die we hebben en als je die verder wil ontwikkelen, dan is
dat naar mijn gevoel het eerste circuit waar wij de mogelijkheid hebben.
Wat er in Brussel en Straatsburg wettelijk geregeld wordt, lijkt me doel
nummer een.
Ik ben het erg eens met de opmerkingen over hebzucht. Ik vind het heel
erg moraliserend om hebzucht als de oorzaak van de problemen te zien. De
meeste gewone mensen leven helemaal niet volgens de greed. Er is
natuurlijk een zeker verlangen naar luxe, maar het gevoel dat je
toekomst verzekerd is, is een veel belangrijker motief is dan greed. Dat
dat aan de top anders is, daar hebben we het over gehad.
Het vormen van een structuur waarin een moral society weer één geheel
kan worden, lijkt me het volgende chapiter van de EU nadat we dat
nationaal al vrij goed geregeld hebben.
Structuren tegen het kwaad
Herman Noordegraaf: We zullen in Trefpunt bespreken op welke punten we
verder zullen gaan. Er schiet me een zin te binnen van wijlen ds. Buskes,
die zei: ik ben socialist om der zonden wil. De mens heeft structuren
nodig om de kwade dingen die mensen kunnen doen, in te dammen. De
sociaal-democratie wordt vaak beschuldigd van een optimistisch
mensbeeld, maar democratie is noodzakelijk omdat mensen kwaad kunnen
doen, noodzakelijk omdat macht altijd gecontroleerd moet worden. Als
macht niet gecontroleerd wordt, gaat het fout.
Mijn vraag aan Paul is of hij tevreden is over het debat zoals dat over
het algemeen over de crisis wordt gevoerd. Of zouden er nog andere
aspecten of dimensies aan de orde moeten komen?
Paul Tang: Ik heb deze discussie vanavond erg gewaardeerd. Een van de
puzzels waar ik mee zit is het belang van geld als maat voor succes en
het idee dat succes is toe te schrijven aan het individu. Dat zit heel
erg diep verankerd in onze samenleving. Ik heb het gevoel dat dat echt
anders zou moeten. Daar wil ik zelf ook verder mee komen. Dat is een van
de die-perliggend aspecten van de kredietcrisis waar ik nog niet uit ben
en die in debatten onvoldoende aan bod is gekomen.
Lees ook de open brief aan de PvdA die
Trefpunt verstuurde naar aanleiding van deze bijeenkomst.
|