Vereniging voor Zingeving en Democratie

Welkom

Actueel

Banningprijs

Trefpunt PvdA en levensovertuiging

Banning Werkgemeenschap voor de PvdA


Trefpunt
.... ILRS
 

Actuele thema's

.... Behoeften en rechtvaardigheid
.... Onderwijs en integratie

 

Eerdere thema's

.... Werken met waarden
.... PvdA Beginselen
.... God en de EU-grondwet
 

Vooral veel vragen bij afwijzen van onverdoofd slachten

Trefpunt PvdA en levensovertuiging heeft begin juni 2011 in een brief aan Kamerfracties en bestuur een aantal vragen voorgelegd over de standpuntwijziging van de Tweede Kamerfractie met betrekking tot ritueel slachten. ‘In hoeverre zijn gelovigen die hechten aan ritueel slachten door de fractie geraadpleegd? Hoe heeft de afweging van jullie standpunt over het voorstel van de Partij voor de Dieren plaatsgevonden? Hoe heeft de vrijheid van godsdienst hierin een rol gespeeld? In hoeverre is sprake van dierenleed bij ritueel slachten? En, als daarvan sprake is, hoe verhoudt zich dat tot de vrijheid van godsdienst?’

Trefpunt merkt op dat de fractie zelf ook ongelukkig blijkt te zijn over de procedurele gang van zaken, namelijk dat er onvoldoende is gesproken met belanghebbenden. ‘Blijft voor ons de vraag hoe de afweging is gemaakt om tot steun van het voorstel van de Partij voor de Dieren te komen.’

Naast de vragen geeft Trefpunt ook overwegingen. ‘Vrijheid van godsdienst is een groot goed. Uiteraard onderkennen ook wij dat die niet onbeperkt en niet absoluut is. De vraag of er sprake is van dierenleed bij ritueel slachten is een terechte vraag. Inbreuk maken op de vrijheid van godsdienst zou gerechtvaardigd kunnen zijn als duidelijk is dat, in dit geval, er bij ritueel slachten aanmerkelijk meer dierenleed wordt veroorzaakt dan bij de gebruikelijke slachtmethoden’.

‘In onze afweging speelt mee dat het kosjer en halal slachten is gebaseerd op ethische principes in het omgaan met dieren. Ook volgens degenen die deze slachtmethoden onderhouden, gaat het om respectvol omgaan met dieren en het toebrengen van zo weinig mogelijk leed. Het kan heel goed zijn dat moderne slachtmethoden minder dierenleed veroorzaken, maar ons is niet duidelijk waarop de fractie dat baseert. Wij hebben daarvoor geen overtuigende bewijzen kunnen vinden. Daarom menen wij dat er op z’n minst voldoende tijd moet worden genomen om een voor iedereen overtuigende grondslag voor besluitvorming te verzamelen’.

‘Vervolgens moet worden onderzocht of ritueel slachten kan worden gehandhaafd met in achtneming van het tegengaan van dierenleed. Daarbij moet wetgeving proportioneel zijn: we dienen ons af te vragen hoe in het algemeen het dierenleed bij ritueel slachten zich verhoudt tot het dierenleed in de bio-industrie’.

Trefpunt bepleit uitstel van het innemen van definitieve standpunten door de PvdA ‘wat ook de mogelijkheid geeft in brede kring van de partij mensen over deze kwestie te horen’ en ‘omdat in Europees verband gezocht wordt naar een standaard voor halal slachten’.

Een suggestie die tenslotte in Trefpunt is gedaan is om zich bij de besluitvorming niet alleen te baseren op rapporten en gesprekken met betrokkenen, maar ook met eigen ogen te gaan zien hoe er in reguliere slachthuizen en bij ritueel slachten met het einde van de dieren wordt omgegaan.

Discussie gaat verder

Na deze brief ging de discussie ook binnen Trefpunt verder. Jochem Geraedts meent dat verder onderzoek onnodig is, omdat Trefpunt alleen de vraag moet beantwoorden of godsdienstvrijheid zwaarder weegt dan het verbod op niet verdoofd slachten. Hilda Schipper-Baptist beklemtoont juist de noodzaak aan te dringen op beter onderzoek voordat een standpunt wordt ingenomen. Ze meent dat de discussie juist wordt vertroebeld door het ‘vrijheid van godsdienst’ verhaal. ‘Ik kan me niet voorstellen, dat, mocht uit gedegen onderzoek blijken dat verdoving voor slachten beter is voor een dier, welke godsdienstige richting dan ook tegen zou zijn.’

Egbert de Vries noemt de slachtmethodes niet de kern van de zaak. ‘En vrijheid van Godsdienst is dat ook eigenlijk niet. De kern van de zaak is of je de pijn van het dier belangrijker vindt dan de diepe pijn die een religieus iemand voelt als er niet meer mag worden geslacht, de pijn van verlies, uitsluiting en geraakt worden in dat wat je het meest dierbaar is, je religie. De fractie koos voor de pijn van het dier en niet voor de pijn van de religieuze mensen, en koos daarin mijns inziens verkeerd.

Erik Jurgens reageerde alsvolgt: ‘Ik zou, behalve de vrijheid van godsdienst, ook het respect voor culturele minderheden an sich in de brief verwerkt hebben. Binnen culturele subgroepen in onze samenleving (Staphorst!) bestaan gebruiken en opvattingen die de meerderheid niet deelt. Komen die gebruiken en opvattingen in strijd met wezenlijke waarden van de meerderheidsconsensus, dan vindt een afweging plaats. Is de kern van de rechtsorde in het geding dan wijkt de minderheidsopvatting (zoals bij vrouwenbesnijdenis en eerwraak). Is de geldende opvatting minder wezenlijk, dan krijgt de minderheid ruimte (mannenbesnijdenis en kosjer slachten wordt al eeuwen bij ons aanvaard, waarom nu plotseling niet meer?).

Volgens Rein Zunderdorp is de toegenomen maatschappelijke zorg om dierenleed een goede ontwikkeling is en een teken van beschaving. ‘Ik zou dat dus zeker geen ‘minder wezenlijke’ zaak willen noemen. Sterker nog, het zou goed als de politiek hieraan op veel fronten (inderdaad ook de bio-industrie) aandacht zou besteden.’

‘Het argument, dat de godsdienstvrijheid een vrijbrief zou geven om een overigens maatschappelijk en politiek getrokken grens ten aanzien van (in dit geval) het aanbrengen van dierenleed te overschrijden, deel ik beslist niet. Het lijkt me zowel inhoudelijk een miskenning van de ernst van het onderwerp als een bedreiging voor het maatschappelijk draagvlak van godsdienstvrijheid als zodanig.’
 


Welkomm