Trefpuntsuggesties voor PvdA-verkiezingsprogram 2006:Blij met
ambities voor onderwijs en schone technologie
Trefpunt PvdA en levensovertuiging heeft suggesties
gedaan voor het verkiezingsprogramma 2006 op basis van de thema’s die de
afgelopen tijd binnen Trefpunt zijn behandeld. Trefpunt is teleurgesteld
dat sommige concrete suggesties, zoals om te komen tot een heffing op
internationale valutatransacties, niet zijn overgenomen. Trefpunt is met
name tevreden over de nadruk op kinderen en onderwijs en op schone
energie in het vastgestelde program.
Het vastgestelde PvdA-programma heeft een weinig gedetailleerde
opzet, zodat het voor de hand ligt dat de gesuggereerde teksten er niet
letterlijk in zijn terug te vinden. Daarin zijn overigens ook geen
formuleringen te vinden die strijdig zijn aan de suggesties.
Hieronder de iets ingekorte Trefpuntsuggesties.
Levensbeschouwing en de publieke ruimte
- De PvdA erkent het belang van de inbreng in het publieke domein van
religie of levensovertuiging van de kant van individuen en/of groepen.
De overheid moet de vaak impliciete eis dat neutralisme de norm moet
zijn voor het publieke domein, actief afwijzen. Dit vanuit het inzicht
dat neutralisme - als mens- en wereldvisie - ,hoe onbewust en weinig
expliciet vaak, ook niet voldoet aan het grondwettelijk vereiste van
“eerbiediging van ieders godsdienst of levensovertuiging”.
De overheid zou religie en levensbeschouwing moeten zien als (1) bron
van inspiratie voor veel maatschappelijk en moreel fatsoen, (2) met
naast scheidende ook sterke bindende functies en ook (3) als fenomeen
dat in zichzelf waarde heeft (dus niet slechts instrumenteel een
maatschappelijke functie vervult).
Openheid en respect in plaats van de exploitatie van angst zouden
voor regering en parlement leidend moeten zijn. En ook actieve
belangstelling en aandacht voor de grote middengroepen in plaats van
zich vooral te laten leiden door a-priori opvattingen over incidenten,
uitwassen, verontrustende gebeurtenissen in het buitenland, etc.;
Dit zou mede vormgegeven kunnen worden door nieuw of versterking van
bestaand regulier contact vanuit de overheid met alle religieuze en
levensbeschouwelijke instanties.
Duurzame ontwikkeling
- De regering werkt aan verhoging van de productiviteit van
grondstoffen en energie. Bij de productie van voedsel, goederen en
diensten worden steeds strengere grenzen gesteld aan het gebruik van de
hoeveelheid ruimte, grondstoffen en energie met geloofwaardige en
heldere einddoelen.
Dit betekent concreet een voortschrijdende quotering van het gebruik
van niet-hernieuwbare grondstoffen, fossiele brandstoffen en agrarische
producten die niet duurzaam zijn geproduceerd tot op het niveau waarop
men, gezien de omvang van de bevolking, aanspraak kan maken.
- De regering werkt aan de invoering van een wereldwijde belasting op
CO2.
Elke wereldburger krijgt via de belasting de prijs terug van het
rechtmatige deel CO2-uitstoot waarop hij/zij mondiaal gezien recht heeft
(de duurzaamheidsnorm voor CO2.) De opbrengsten worden verder gebruikt
voor duurzame ontwikkeling in die (ontwikkelings)landen in de wereld
waarin de uitstoot per hoofd van de bevolking onder de duurzaamheidsnorm
ligt.
Onder de druk van quotering en CO2-belasting ontstaat creativiteit en
krijgt de innovatie van de Nederlandse en Europese (kennis)economie de
gewenste richting, uitgaande van de overtuiging dat de omgang met
natuur, ruimte, grondstoffen en energie van cruciale betekenis is voor
het voortbestaan van de mensheid.
Omdat grondstoffenschaarste en CO2-uitstoot in alle delen van de wereld
een groot probleem vormen, betekent innovatie in de richting van een
milieuefficiënte economie ook het opbouwen van een economische
voorsprong en draagt de export van innovatie bij aan het oplossen van
wereldwijde problemen in plaats van deze mede te veroorzaken.
- De PvdA vindt dat lucht, water en grondstoffen die van levensbelang
voor mensen universele beschikbaarheid moeten zijn. Dit principe van de
‘common goods’ is niet verenigbaar met het daarvan in handen zijn bij
naties, individuen of bedrijven. Zouden ze al verhandelbaar zijn, dan
moet die verhandelbaarheid zeker de toets der rechtvaardigheid kunnen
doorstaan.
Financieel-economisch beleid
- In het financieel-economisch beleid wordt de welvaartsgroei niet
afgemeten aan groei van het nationaal inkomen, maar aan de mate waarin
wordt bijgedragen aan de gezondheid van mensen, sociale samenhang,
kwalitatief goede werkgelegenheid, vrije tijd, rechtvaardige
inkomensverdeling en behoud van ruimte, natuur en milieu.
- Economische groei is voor sociaal-democraten geen doel op zichzelf;
het is altijd een middel zijn om doelen dichterbij te brengen. Ook
emancipatie en individualisering zijn voor de PvdA geen einddoelen, maar
moeten verbonden worden met verantwoordelijkheid voor de mensen en voor
de wereld om je heen, onder meer voor armoede en milieu.
Internationale samenwerking
- De regering werkt aan een heffing op internationale
valutatransacties (Spahn-variant), opheffing van het bankgeheim en
invoering van een ‘publish what you pay’ regel.
Toelichting en onderbouwing met dank aan Oikos: Flitskapitaal
ondermijnt de stabiliteit van het internationale financiële stelsel en
de stabiliteit van vooral economisch zwakke landen. Tevens gaan
multinationals op zoek naar steeds hogere winsten en lagere
belastingtarieven. Vooral ontwikkelingslanden zijn hiervan de dupe. Door
de toenemende globalisering kunnen kapitaal en goederen steeds sneller
in grote hoeveelheden over onze wereld worden verplaatst. Vooral
multinationals en banken profiteren hier maximaal van en gaan op zoek
naar steeds hogere winsten en lagere belastingtarieven. Zij kunnen als
de grote winnaars van globalisering worden gezien. Helaas zijn er naast
de winnaars van globalisering ook veel verliezers in deze wereld.
Door de onderlinge concurrentie tussen ontwikkelingslanden krijgen
multinationals steeds verdergaande tax holidays en andere incentives
aangeboden. Veel multinationals in ontwikkelingslanden betalen daardoor
nauwelijks belastingen. De belastinginkomsten dreigen op dit moment soms
zelfs negatief uit te pakken. In Afrika worden tax holidays van twintig
jaar aangeboden met aanleg van infrastructuur en andere kostbare
faciliteiten. De positieve gevolgen voor de lokale werkgelegenheid zijn
niet altijd aanwijsbaar.
Tevens ontduiken en ontwijken multinationals op allerlei manieren
lokale belastingsystemen. Hun winsten worden via financiële constructies
naar belastingparadijzen doorgesluisd, producten worden ge-mispriced
etc. Dezelfde financiële kanalen worden door corrupte regeringsleiders
gebruikt om publiek geld weg te sluizen naar privérekeningen en door
terroristen en andere criminelen. Ontwikkelingslanden verliezen hierdoor
jaarlijks 500 miljard dollar. Dit is ongeveer viermaal het jaarlijkse
bedrag dat aan ontwikkelingshulp wordt besteed.
Door meer transparantie, een ‘publish what you pay’-regel en
afschaffing van het bankgeheim kunnen deze kanalen worden aangepakt.
Tevens zou er een minimum belastingtarief moeten komen.
Naast multinationals is er nog een groep die nauwelijks fiscaal wordt
belast: de grote speculanten. Door middel van een internationale
valutatransactiebelasting kan de handel in flitskapitaal gedeeltelijk
aan banden worden gelegd. Op dit ogenblik is België het enige land ter
wereld waar de valutatransactiebelasting in een wet is gegoten. Het
wetsvoorstel installeert een valutatransactiebelasting in zijn
Spahn-variant. Spahn stelt een twee-trapssysteem voor: een lage
belasting die constant wordt toegepast op alle transacties (van boven de
10.000 euro) en een hoge belasting om extreme wisselkoerssprongen te
voorkomen. De eerste trap is nodig om de tweede trap bij dreiging van
een crisis te kunnen laten functioneren. Het moet een geoliede machine
zijn. De opbrengsten van de eerste trap zouden ten goede kunnen komen
aan de millenniumdoelen, de strijd tegen sociale en ecologische
onrechtvaardigheid en klimaatverandering. De tweede trap is vooral
bedoeld voor het stabiliseren van markten.
Het Belgische wetsvoorstel stelt dat alle omwisselingen van deviezen van
meer dan 10.000 euro in tijden van monetaire rust worden belast met een
kleine heffing (0,02%). Wanneer een munt buiten zijn normale positie
wordt geduwd, treedt een verhoogd tarief van maximum 80 procent in
werking, zodat verdere speculatie op een kordate manier wordt
ontmoedigd. Op 'gewone' valutatransacties, bijvoorbeeld ten behoeve van
buitenlandse reizen, investeringen of voor handel in goederen, heeft de
belasting nauwelijks invloed. De kleine tax zal niet verstorend werken
in normale marktbewegingen en geeft garanties voor constante inkomsten.
De zware tax is een effectief instrument om overdreven speculatie te
verlammen en de kans op een crisis te vermijden.
De belasting is voor iedereen hetzelfde. Gezien het feit dat het
vooral de rijken zijn die op munten speculeren, zal de tax niet de
gewone mensen of de armen belasten. Vanuit een oogpunt van verdelende
rechtvaardigheid, is dit een goed instrument om de kloof tussen rijk en
arm bij te sturen.
Sommige politici en banken zeggen dat invoering van een dergelijke
belasting niet mogelijk is. Allerlei recente wetenschappelijke studies
(ook uit bankwereld) wijzen uit dat dit de argumenten gedateerd en
technisch gezien onjuist zijn. Het is voornamelijk politieke wil die
nodig is om een valuta transactie belasting in te voeren.
Nederland zou, na België, als tweede land de
valutatransactiebelasting (Spahn-variant) in een wet moeten opnemen.
Tevens zou Nederland (als fiscaal rolmodel) een voortrekkersrol in de
discussie op zich kunnen nemen. Pas als alle Eurolanden meedoen, kan de
belasting ook in werking treden.
Integratiebeleid
- Integratiebeleid behoort niet onder het ministerie van Justitie te
vallen, maar bijvoorbeeld onder Binnenlandse zaken. De combinatie met
grote-stedenbeleid ligt voor de hand.
Mensen met een handicap
- Beleid gericht op mensen met een beperking wordt getoetst aan de 22
Standaardregels voor gelijke kansen voor mensen met een handicap die de
Verenigde Naties hebben opgesteld.
- Goed wonen voor iedereen betekent dat er alleen nog volgens
WoonKeur wordt gebouwd. Het bouwbesluit wordt daartoe aangepast. (Het
certificaat Woonkeur wordt afgegeven aan nieuwbouwwoningen met voldoende
woontechnische kwaliteit. Bouwen volgens WoonKeur zorgt ook voor latere
generaties: een woning met WoonKeur is een levensloopbestendige woning.
De verstrekking van het keurmerk kan verdwijnen als de WoonKeur eisen in
de wet vastgelegd worden).
- De rijksoverheid ziet er op toe dat gemeenten de Wet
Maatschappelijke Ondersteuning naar de letter van de wet uitvoeren. Als
de compensatieplicht uit deze wet niet leidt tot een gelijke positie van
mensen met een beperking, wordt de Wmo aangepast.
- Het openbaar vervoer wordt gehouden aan de afspraken van
toegankelijkheid voor mensen met een beperking. (In 2010 zijn alle
bussen aangepast, in 2030 de trams en treinen). Tot die tijd reizen
mensen die geen gebruik kunnen maken met het reguliere OV voor hetzelfde
tarief als het OV met aangepast vervoer.
Onderwijs
- Wijziging van artikel 23 van de Grondwet, dat de ‘vrijheid van
onderwijs’ regelt, is niet nodig om bijvoorbeeld meer invloed te krijgen
op islamitische scholen. De onderwijsinspectie heeft voldoende
mogelijkheden controle uit te oefenen op alle vormen van godsdienstig en
levensbeschouwelijk onderwijs.
Slechts een miniem deel van de bijzondere scholen maakt actief gebruik
van de regel dat ‘ongelovige’ of ‘andersgelovige’ kinderen als leerling
mogen weigeren. De PvdA is het daar niet mee eens, maar aanvaardt het
als een uitvloeisel van artikel 23 van de Grondwet.
- Verdere verzelfstandiging van het openbaar onderwijs wordt binnen
de grondwettelijke democratische verantwoordingsrelatie met de overheid
gestimuleerd, zodat openbare scholen als zelfstandige rechtspersoon
onafhankelijker en duurzamer beleid kunnen maken om zo beter de
verantwoordelijkheid kunnen nemen voor hun maatschappelijke taak.
De overheid kan instrumenten aanreiken die het vormgeven van de eigen
identiteit per school aanmoedigen.
- De overheid zet zich actief in voor het behoud van de rijkdom van
ons levensbeschouwelijk pluriforme onderwijs. Waar scholen door hun
succes wachtlijsten hebben, moet de overheid voortvarend helpen aan
voldoende onderwijshuisvesting.
- Overgegaan wordt tot rijksbekostiging van het godsdienstig en
humanistisch vormingsonderwijs op openbare scholen, het (doen)
ontwikkelen van bekwaamheidseisen voor deze leerkrachten en (de
financiering van) een daarbij passende organisatorische inrichting.
- Overheidsbeleid inzake islamitische scholen wordt vooral gericht op
het actief versterken en ondersteunen van de kwaliteit van bestaand en
startend islamitisch onderwijs door ondersteuning van een goede
lerarenopleiding en leerplannen voor islamitisch godsdienstonderwijs en
de oprichting van een islamitisch pedagogisch studiecentrum naar het
voorbeeld van de andere (door de overheid bekostigde) centra.
|