Vereniging voor Zingeving en Democratie

Welkom

Actueel

Banningprijs

Trefpunt PvdA en levensovertuiging

Banning Werkgemeenschap voor de PvdA


Trefpunt
.... ILRS
 

Actuele thema's

.... Behoeften en rechtvaardigheid
.... Onderwijs en integratie

 

Eerdere thema's

.... Werken met waarden
.... PvdA Beginselen
.... God en de EU-grondwet

 

Trefpunt reageert op nota ‘Ouders en scholen samen sterk’

Met onderstaande brief reageerde het Trefpunt PvdA en levensovertuiging op de onderwijsnota van de PvdA-Tweede Kamerfractie.

Graag reageren we op de nota “Ouders en scholen samen sterk”, waar we in onze vergadering van begin april 2005 met genoegen kennis van hebben genomen.
Het is naar onze mening goed dat er niet wordt gekozen voor een frontale aanval op artikel 23 van de Grondwet. Zoals we schreven in onze brief van 4 november 2003 naar aanleiding van de discussie over dit artikel, kan aan alle wensen die binnen de PvdA leven, worden voldaan met handhaving van dit artikel.
Deze pragmatische keus is de onze ook omdat wij een jarenlange schoolstrijd die voort zou komen uit het schrappen van artikel 23, ongewenst vinden. Want intussen zou het probleem dat nu dringend om een oplossing vraagt, namelijk de segregatie, gewoon voortbestaan. Vrijheid van de ouders mag niet leiden tot segregatie. Hierin zal de gemeentelijke regie tot uitdrukking moeten komen, die er vooral op gericht moet zijn achterstanden te bestrijden. Dat kan door bijvoorbeeld een leerlingenpopulatieplan.

Dit pragmatisme mag er volgens ons echter niet toe leiden dat de principiële discussie over artikel 23 wordt stilgelegd. Het feit dat ouders bij hun schoolkeuze vooral kijken naar de nabijheid en sfeer van een school, geeft geen informatie over hun levensbeschouwelijke voorkeur. Wij onderschrijven het ideaal van een pluriform openbaar onderwijs. De open samenleving is een sociaal-democratisch ideaal. Wij onderschrijven ook het recht op onderwijs en op keuzevrijheid van de ouders. Het recht op onderwijs behoort het primaat te hebben; de keuzevrijheid komt daarna. De mogelijkheid om bijvoorbeeld islamitische scholen op te richten mag niet ter discussie staan, maar er kunnen wel normen worden gesteld bijvoorbeeld in verband met integratie.

Ook zijn wij positief over het aanpakken van de feitelijke achterstelling van het openbaar onderwijs (overschrijdingsregeling). Het voorstel de gemeenten regie te geven, zoals bij integratie ook gebeurt, ondersteunen wij. Ook het verbeteren van de zeggenschap van de ouders zonder dat de professionals in het onderwijs aan de kant worden gezet, vinden wij positief. Er moet open worden omgegaan met het feit dat er spanningen kunnen ontstaan tussen de wens de ouders veel meer bij de school te betrekken en de wens de gemeenten meer regie te geven.

Vanuit het perspectief van levensbeschouwing stelt de nota ons teleur. De ontzuiling is een feit, maar nog altijd heeft het openbaar onderwijs als specifieke rol ‘het eerbiedigen van ieders levensbeschouwing en godsdienst’. Met Van Kemenade destijds zijn wij voorstander van actieve pluriformiteit met de noodzaak van een actief aanbod van godsdienstig en humanistisch vormingsonderwijs. Wettelijk is geregeld dat degenen die godsdienst en humanistisch vormingsonderwijs geven, didactisch gekwalificeerd zijn. De overheid moet hierin kwaliteitseisen stellen en komt daarmee niet op de stoel van religieuze of humanistische genootschappen te zitten. Dit aanbod en deze keuzevrijheid vinden wij in het openbaar onderwijs uiterst belangrijk. Net zoals in de rest van al het onderwijs, dient godsdienstig en humanistisch vormingsonderwijs door de overheid regulier bekostigd te worden en niet afhankelijk te zijn van een willekeurig besluit van de gemeenteraad.
Ook hechten wij onverkort aan het handhaven van de plicht van de overheid om openbaar onderwijs aan te bieden. Waar gemeenten onvoldoende doen om openbaar (voortgezet) onderwijs te waarborgen, kan de provincie de bovengemeentelijke taak op zich nemen dit te doen. Het uit de wet halen van deze mogelijkheid vinden we ongewenst.
Naar onze mening mag worden geëist dat de ook bijzondere scholen zelf, bijvoorbeeld door middel van door henzelf gevormde visitatiecommissies, nagaan of en hoe zij hun identiteit werkelijk vorm geven en waarmaken. Discussie over de resultaten van dergelijke visitaties kunnen de mogelijkheid openen om tot identiteitswisseling te komen. Het landelijk netwerk openbaar onderwijs CBOO heeft inmiddels tot een dergelijke identiteitstoets op de openbare identiteit (actieve pluriformiteit) besloten.

Jullie veel sterkte en wijsheid toewensend, met vriendelijke groet,

Herman Noordegraaf, voorzitter
Kees Waagmeester
, secretaris


Welkom