Wijziging van artikel 23 Grondwet is niet nodig
Moet
de overheid het islamitisch onderwijs streng gaan controleren op
aanzetten tot haat tegen de Nederlandse of Westerse samenleving of tegen
homo’s? Moeten islamitische scholen verboden worden omdat ze de
integratie niet bevorderen of misschien zelfs frustreren? De discussie
over islamitische scholen is opgelaaid naar aanleiding van uitspraken
van VVD-Kamerlid Ayaan Hirsi Ali.
Naar de mening van Trefpunt van
Socialisme en Levensovertuiging is wijziging van artikel 23 van de
Grondwet, dat de ‘vrijheid van onderwijs’ regelt, niet nodig om meer
invloed te krijgen op islamitische scholen. Ook inschakelen van het
Openbaar Ministerie of de AIVD om controle uit te oefenen op islamitisch
godsdienstonderwijs is niet nodig. De bestaande wet- en regelgeving is
hiervoor al afdoende. Maar die moet dan wel goed toegepast worden. Wat
dat betreft is er nog veel achterstallig ‘huiswerk’ te doen aan het
toezicht op islamitische scholen en islamitisch godsdienstonderwijs,
vindt Trefpunt.
De onderwijsinspectie kan ook nu al
controle uitoefenen op het godsdienstonderwijs en het humanistisch
vormingsonderwijs. De inspectie kan alleen niet inhoudelijk uitmaken of
het wel goed rooms-katholiek of goed islamitisch of
protestants-christelijk enz. is. Het toezicht door de inspectie blijft
beperkt tot vier punten:
1. kwaliteitseisen (o.a. moet de
docent een passende opleiding hebben, er moet een leerplan zijn),
2. het godsdienstonderwijs moet in
het Nederlands,
3. het moet in het openbaar
onderwijs op basis van vrijwilligheid (bijzondere scholen die ook
toelatingsregels hanteren, mogen het wel verplicht stellen),
4. men moet zich houden aan
Grondwet en overige wet- en regelgeving.
De onderwijsinspectie kan en moet
hierop dus nu al controleren, ook het islamitisch godsdienstonderwijs.
Dat kan dus niet gegeven worden door een willekeurig iemand die zich
imam noemt maar verder geen voor godsdienstonderwijs passende opleiding
heeft. Ook moet men zich in de inhoud van het onderwijs – ook het
godsdienstonderwijs – houden aan Nederlandse wetten. Men mag dus niet
aanzetten tot haat tegen Nederlanders of homo’s enzovoort. Wat de
inspectie – en de overheid in het algemeen – echter niet kan, is
islamitisch godsdienstonderwijs in dezen anders behandelen dan het
overige godsdienstonderwijs of humanistisch vormingsonderwijs. Een
status aparte zoals de VVD heeft gesuggereerd, is dus niet mogelijk. En
trouwens ook niet nodig als de inspectie de bestaande middelen toepast.
Wat nu al kan (en moet):
.... De overheid moet een goede
lerarenopleiding afdwingen voor islamitisch godsdienstonderwijs, zodat
de inspectie kan ingrijpen als iemand zonder die opleiding het onderwijs
geeft. Zulk ingrijpen kan nu nog niet goed doordat er te weinig goed
opgeleide docenten zijn.
.... Er moet gevraagd worden om een
leerplan. Voor het r.-k. en prot.chr. godsdienstonderwijs en het
humanistisch vormingsonderwijs zijn zulke leerplannen. De pedagogische
centra spelen een rol in het ontwikkelen ervan. Voor het islamitisch
godsdienstonderwijs is het er nog niet en moet het er dus komen.
.... Er moet een islamitisch
pedagogisch studiecentrum komen naar het voorbeeld van de andere (door
de overheid bekostigde) centra, danwel de taak hiervan wordt op een
andere manier geregeld (bij een van de andere centra?).
Een
betere controle op het islamitisch godsdienstonderwijs moet er dus wel
komen. Maar dat betreft de eindfase. Er moet eerst achterstallig
huiswerk worden gedaan – zie de drie stappen hierboven. Overheid
(ministerie van onderwijs) en inspectie hebben dit tot nu toe laten
lopen.
Maar het is niet de taak van de
onderwijsinspectie invallen te doen als een recherche. Het heeft ook
weinig zin incidenteel te controleren en veel kritiek te spuien. De
controle moet structureel zijn en regulier, dus aan de hand van regels,
en nagaan of de school gebruik maakt van de mogelijkheden die er zijn om
dit onderwijs naar behoren te geven. Inschakelen van het Openbaar
Ministerie is alleen zinvol in extreme situaties. Het is niet goed
denkbaar dat het OM wel zou kunnen wat de onderwijsinspectie niet kan.
Bij signalen of klachten kan en hoort ook nu al de inspectie in actie
komen. De inspecteur die het laatst de school heeft bezocht, kan er weer
heen gaan voor ‘nadere inspectie’. Hij/zij kan ook ouders of kinderen
horen. Zo moest destijds, na contact met de inspectie naar aanleiding
van signalen en klachten, de algemeen-bijzondere Platoschool in
Amsterdam stoppen met het ‘pedagogisch slaan’ omdat het niet kan bij de
huidige Nederlandse wet- en regelgeving. Daar hoefde geen OM aan te pas
te komen. Afkeuring door de inspectie kan uiteindelijk tot stoppen van
de bekostiging leiden – een zeer zware sanctie die gemakkelijk tot het
einde van de school kan leiden.
Ook artikel 23 van de Grondwet
hoeft niet gewijzigd te worden. Binnen dit artikel is alles mogelijk dat
op dit vlak vanuit de PvdA tot nu toe is bepleit. Slechts op één punt –
het kunnen weigeren van ‘ongelovige’ of ‘andersgelovige’ kinderen
als leerling – ligt er jurisprudentie die niet steunt wat wij als PvdA
willen. Maar in de praktijk maken alleen het Maimonides en enkele
christelijke scholen gebruik hiervan, en zolang dit zo is, is het niet
wijs voor die paar scholen de Grondwet te willen gaan wijzigen.
Nog enkele opmerkingen tot slot.
... Medio jaren zeventig (minister
Van Kemenade) is het idee losgelaten dat het openbaar onderwijs
godsdienstneutraal zou moeten zijn. Uitgangspunt is sindsdien de
‘actieve pluriformiteit’, dus met elkaar in gesprek zijn. Daarbij past
echter niet dat een openbare school, om maar aan de plicht te voldoen
ten behoeve van voor de islamitische leerlingen, wekelijks een imam een
uurtje laat komen, ook al is het raaskallen.
....Godsdienstleraren in het
openbaar onderwijs vallen niet ongeclausuleerd onder het ‘bevoegd
gezag’. De gemeente is wel degene die ook deze leraar kan bekostigen,
maar gaat niet over de inhoud van wat zij/hij doet. Het wordt trouwens
de hoogste tijd dat een einde komt aan de achterstelling van het
openbaar basisonderwijs wat de bekostiging van godsdienstig en
humanistisch vormingsonderwijs betreft: net zoals in de rest van al het
onderwijs dient dergelijk onderwijs door de overheid regulier bekostigd
te worden en niet afhankelijk te zijn van een willekeurig besluit van de
gemeenteraad.
Voor meer informatie:
r.tielman@aps.nl.
|