ILRS formuleert tien wegen naar een betere wereldTrefpunt nam
deel aan congres ILRS
Verslag van Herman Noordegraaf, voorzitter Trefpunt
In het conferentieoord van de Noorse vakbeweging, gelegen in een
schitterende natuur, op een half uur met de bus van de binnenstad van
Oslo, vond van 30 juni tot 2 juli het driejaarlijks congres van de
International League of Religious Socialists (ILRS) plaats.
Zo'n congres is een ontmoetingspunt van vertegenwoordigers van
landelijke organisaties. Voor Nederland fungeert het Trefpunt van
socialisme en levensovertuiging als zodanig. Er waren afgevaardigden uit
Noorwegen, Zweden, Finland, Duitsland, Oostenrijk, Italië, Engeland,
Nederland, de Verenigde Staten, de Dominicaanse Republiek en
Zuid-Afrika.
De ILRS is een netwerkorganisatie, waarvan de doorwerking vooral
afhankelijk is van de nationale organisaties. Het congres kende zoals
gebruikelijk twee onderdelen: een bestuurlijk en een inhoudelijk. Het
eerste omvatte zaken als de verkiezing van leden van het Uitvoerend
Comité, het verslag van de secretaris, het financiële verslag (Johan van
Workum is al vele jaren penningmeester van de ILRS), het werkplan voor
de komende periode en verslagen uit de diverse landen. Wat betreft de
verkiezing van leden van het Uitvoerend Comité valt vooral de
herverkiezing van Pär Axel Sahlberg te memoreren. Hij was lid van het
Zweedse parlement, maar was niet herkiesbaar bij de verkiezingen van 17
september 2006. Wat betreft de landen meld ik dat in vrijwel alle landen
de afdelingen betrokken zijn bij interreligieuze activiteiten in relatie
tot de sociaal-democratie. Soms zijn de nationale organisaties
interlevensbeschouwelijk (zoals in Nederland en Zuid-Afrika), soms is er
sprake van afzonderlijke moslimgroepen, maar overal is er openheid en
contact.
Zoals de opsomming van de vertegenwoordigde landen laat zien, is de
ILRS vooral een verzameling van organisaties uit West-Europa. Helaas
zijn enige organisaties in Oost-Europa niet van de grond gekomen. Des te
verheugender is het dat er nu contacten zijn in Brazilië, Argentinië,
Costa Rica, Canada en de Filippijnen die er mogelijk toe zullen leiden
dat we op het congres in 2009 aanvragen uit enige van deze landen voor
het lidmaatschap tegemoet kunnen zien.
Het onderwerp globalisering werd ingeleid door sprekers uit Costa Rica,
de Filippijnen, Zuid-Afrika, India, Zweden, Noorwegen en Canada.
Om enige achtergronden duidelijk te maken: de spreker uit de
Filippijnen, Ronalda Llamas, is secretaris van de Citizens Action Party,
een brede coalitie van groepen uit verschillende progressieve tradities.
Deze partij die uitdrukkelijk kiest voor democratie in de eigen partij
en in de Filippijnen is een groeiende beweging van onderop die een 'participatoir
socialisme' voorstaat en ondemocratische ontwikkelingen bij voortduring
aan de kaak stelt. Llamas kende Nederland: hij heeft een keer een
PvdA-congres meegemaakt, met Wouter Bos en Michiel van Hulten gesproken.
Zijn beweging krijgt steun van de Oxfam-Novib.
Nog een ander markant spreker was de hindu Swami (religieuze leider)
Agnivesh, gehuld in oranje gewaad, volstrekt vegetariër die 's ochtends
in de buitenlucht zijn spirituele oefeningen deed. Sterk beïnvloed door
Gandhi is hij in India één van de leidende figuren tegen kinderarbeid,
waarover hij indringend wist te vertellen. Voorts zet hij zich in tegen
onderdrukking van vrouwen en allerlei andere vormen van onderdrukking.
Van 1994 tot 2004 was hij voorzitter van het United Trust Fund on
Contemporary Forms of Slavery. Hij pleitte voor een 'veda-socialisme',
dat uitgaat van de gelijkwaardigheid van alle mensen. Daarmee wees hij
uitdrukkelijk het kastenstelsel af. Hij keerde zich in zijn
uiteenzetting tegen het westers cultureel imperialisme en de alles
doordringende kracht van de markt, die zijns inziens alle hogere
menselijke en spirituele waarden negeert.
Charmant gebracht, maar vol uitdaging was de lezing van Irshad Manji,
lesbisch Canadese journaliste van Maleise afkomst. Zij betitelde
zichzelf als een ‘moslim refusenik’: zij wenst een kritische moslima te
zijn. Zij vertelde hoe zij als jong meisje kritische vragen aan haar
moeder was begonnen te stellen waarbij allerlei vanzelfsprekendheden ter
discussie kwamen, ook wat de positie van de vrouw betreft. Zij
bestudeerde grondig de Koran. Zij bleef echter de islam trouw en heeft
daarmee dus een andere keuze gemaakt dan Ayaan Hirsi Ali. Zij levert
kritiek van binnenuit. Dat is haar niet door iedereen in dank afgenomen
getuige de reacties die haar boek The Trouble with Islam Today (eerste
editie 2004; er verscheen ook een Nederlandse vertaling).
Het debat leidde tot de aanname van een tien puntenprogramma, dat
hieronder te vinden is en dat goed de gedachten van sprekers en het
congres weergeeft.
Tien wegen naar een betere wereld; op weg naar sociale globalisering
Op het ILRS-congres van zomer 2006 is een document opgesteld over de
vraag hoe globalisering een sociaal proces kan worden. Onderstaande tien
punten zijn een samenvatting van dit grotere document; tien wegen om tot
een betere wereld te komen.
1. We leven in één wereld.
Er is slechts één wereldsamenleving en we hebben elkaar nodig.
2. Globalisering moet meer betekenen dan dat er “één wereldmarkt” is.
Sociale globalisering betekent dat er gewerkt wordt aan duurzame
ontwikkeling, sociale verantwoordelijkheid, economische voorspoed voor
iedereen, gelijkheid tussen mannen en vrouwen en goed bestuur.
3. We moeten democratie beter leren begrijpen en beter gebruiken.
Er worden lokaal, regionaal en nationaal hoge eisen gesteld aan
democratie, dat wil zeggen aan het niveau van participatie en aan de
legitimiteit van de geldende vormen van democratie. Sociale bewegingen
en anti-globaliseringsbewegingen dragen bij aan een nieuw begrip van
democratie, maar hebben tegelijk moeite zich aan te passen aan het
representatieve model van democratie. De ILRS moet bijdragen aan beter
begrip en gebruik van democratie, en samen met de Socialistische
Internationale deelnemen aan een proces van opnieuw bouwen en
revitaliseren van goed bestuur van onze internationale instituties.
4. Duurzame ontwikkeling is de werkelijke opgave bij het werken aan een
betere wereld.
Vooruitgang in deze wereld mag niet ten koste gaan van de mogelijkheden
van komende generaties om net als wij van de aarde te profiteren en ook
zelf vooruit te kunnen komen. We moeten ook mogelijkheden vinden de
schuld die we al hebben opgebouwd, terug te betalen. In deze
kapitalistische tijd moeten we onze keus voor de natuur en voor het
menselijk leven volledig betrekken bij de vraag of we succes hebben of
falen.
5. Mensenrechten zijn essentieel voor de agenda van globalisering.
Het moderne leven komt in conflict met de vroegere soevereine en
onafhankelijke staat. Vandaag de dag kan de wereld eenvoudigweg niet
accepteren dat een brute dictator zijn volk onderdrukt. Interventie door
de internationale gemeenschap kan nodig zijn als het om genocide of
andere bedreigingen gaat. Mensen hebben fundamentele rechten – deze
rechten handhaven is een verantwoordelijkheid van iedereen op deze
wereld. Dat brengt met zich mee dat landen moeten zorgen voor onderwijs
voor iedereen en de mogelijkheden moeten scheppen voor ieders
persoonlijke ontwikkeling. Het toekomstige welzijn van de werkende
bevolking is helemaal afhankelijk van de vraag hoe goed een land zijn
bevolking, met name de jeugd, kan voorbereiden om van hun recht als
producent en consument gebruik te maken in de economische uitdagingen
van een mondiale samenleving.
6. Bestrijden van armoede is niet te scheiden van alle andere politieke
doelstellingen.
Door de ernst van de situatie en door de Millenniumdoelen van de VN
hebben nationale en internationale inspanningen om armoede te bestrijden
alle aandacht van onze politici en staan op de internationale agenda.
Armoedebestrijding is een kwestie van geld, maar het net zo goed een
kwestie van mentaliteit en mogelijkheden om aan duurzaamheid te werken.
De hele samenleving is erbij betrokken, nationaal, regionaal en
international.
7. Samenwerking en vrede moeten belangrijker worden dan voorbije
conflicten.
Niemand heeft baat bij het idee van de botsing van beschavingen. Wij
steunen het idee van allianties van beschavingen. Als wereldburgers
zeggen we dat er maar een mensheid is. Er is geen vrede zonder
rechtvaardigheid en zonder vrede zal er geen recht zijn. Ook is waar dat
er geen vrede kan zijn zonder ontwikkeling en het streven naar
gelijkwaardigheid. Daarom is de rol van de VN bij het totstandbrengen
van vrede, veiligheid en ontwikkeling crucial en moet worden gewaardeerd
en gehandhaafd. We vragen ook het wereldwijd afschaffen van nucleaire
wapens.
8. Markten moeten zo gereguleerd worden dat ze dienstbaar zijn aan
menselijke noden en behoeften.
De internationale markt is een realiteit. Met met die realiteit is
regulering niet alleen binnen landen nodig, maar ook mondiaal. We moeten
markten zo organiseren, dat er gelijke toegang is voor iedereen.
Tegelijkertijd moet er genoeg ruimte zijn voor een opkomende economie om
geleidelijk in de mondiale markt te worden opgenomen. In onze analyse
van de wereldeconomie moet de productieve sector vanuit verschillende
gezichtpunten worden bekeken. Op korte termijn moeten we vanuit het
gezichtpunt van basisbehoeften de informele of zwarte markt accepteren
als die wordt gebruikt door mensen om te kunnen overleven. Op lange
termijn moet het doel zijn deze informele sector op te nemen in een open
en formeel erkend deel van de economie. Dat is nodig voor regulering,
bescherming, persoonlijke veiligheid, en vanwege de gemeenschapszin
binnen een samenleving, ten behoeve van belastingheffing en toegang tot
de economie.
9. Mensen behoren democratische controle te hebben over hun eigen
hulpbronnen.
We worden nu geconfronteerd met zeer uitgesproken gevallen van
privatisering van dingen die min of meer worden beschouwd als free
lunches. Speciaal gaat het om het uitbesteden van drinkwater en
waterinfrastructuur, waardoor deze kwestie een kritisch punt heeft
bereikt. Deze veranderingen hebben zich voorgedaan in zowel ontwikkelde
landen als in ontwikkelingslanden en landen in transitie. Aan de ene
kant is er voor landen de noodzaak investeringen aan te trekken, aan de
andere kant is er een ondubbelzinnig risico dat de meest noodzakelijke
hulpbronnen in handen komen van buitenlandse bedrijven en niet meer
democratische gecontroleerd worden. Het zal nodig zijn deze sectoren
buiten het bereik van de markt te houden en ze te regelen op een sociaal
en duurzaam verantwoorde manier.
10. Een echt mondiale samenleving is een tolerante samenleving.
Een multiculturele samenleving met een variëteit aan geloven komt niet
automatisch tot stand, maar vergt gewetensvolle arbeid om alle
verschillende achtergronden samen te smelten in een nieuwe tolerante
samenleving. We zullen geen negatieve gedragsregels accepteren van
groepen mensen; niet van geseculariseerde mensen ten opzichte van
religieuze mensen, noch van gelovigen ten opzichte van seculariseerde
mensen of andere geloven.
Vrijheid van godsdienst behoort tot het fundament van de moderne
samenleving. Maar religieuze vrijheid is niet grenzeloos; de grenzen
moeten betrekking hebben op zowel de gemeenschappelijke waarden en
mensenrechten binnen de (seculiere) samenleving als op de gewijde
elementen van verschillende geloven. Vanuit het gedeelde idee dat de
mens een geestelijk wezen is, willen we samen op zoek naar eenheid in
verscheidenheid.
Zie ook:
socialglobalisation.org/
|