|
Brief aan de PvdA-fractie van Amsterdam
'Het is niet aan de politiek om te bepalen of godsdienst en
levensovertuiging een privézaak zijn'
Moet de gemeente werk laten uitvoeren door organisaties die hun personeel
uit bepaalde groepen (gelovigen) recruteren? Nee, meent de gemeenteraad van
Amsterdam, inclusief de PvdA-fractie. Naar aanleiding van dit standpunt heeft
Trefpunt op 21 januari 2010 onderstaande brief gestuurd aan de fractie van de
PvdA in de gemeenteraad van Amsterdam:
Op onze laatste vergadering is gesproken over de motie-Flos, die mede
namens uw fractie werd ingediend en die op 18 november 2009 door de Amsterdamse
gemeenteraad is aanvaard. Wij doelen op de motie waarin de gemeenteraad B&W
opdroeg om “als voorwaarde op te nemen in contracten met organisaties die werk
verrichten voor de gemeente Amsterdam dat zij hun functies niet exclusief
openstellen voor een specifieke groep met uitsluiting van andere groepen.”
Namens uw fractie is door de heer Straub duidelijk gesteld dat daarmee ook
organisaties zoals Het Scharlaken Koord en Youth for Christ worden bedoeld, die
hun werk doen vanuit een christelijke levensovertuiging. Letterlijk zei de heer
Straub, op een vraag of dit betekende dat dergelijke organisaties geen voorkeur
mogen geven aan iemand met een christelijke achtergrond: “U begrijpt het goed.
Daar zijn wij tegen. U haalt het aspect van religie naar voren. Wij willen dit
niet. Daarom steunen wij de motie van de VVD.”
Wij zijn geschokt door dit besluit en door uw motivering, en wel omdat u
hiermee ingaat tegen de wet. Wij juichen het toe dat de gemeente Amsterdam een
anti-discriminatie beleid voert, maar het is voor ons onbegrijpelijk dat
volksvertegenwoordigers niet weten dat het godsdienstige en levensbeschouwelijke
organisaties wettelijk is toegestaan om in hun personeelsbeleid eisen te stellen
die met hun grondslag te maken hebben. In de reactie van B&W, waarin B&W
stelt dat de motie onuitvoerbaar is omdat zij ingaat tegen de wet en zelf tot
discriminatoir handelen zou leiden, wordt voor de juridische argumentatie
verwezen naar de Grondwet, de Algemene Wet Gelijke Behandeling, en de
jurisprudentie van de Commissie Gelijke Behandeling. Wij voegen hieraan toe dat
ook de anti-discriminatie wetgeving van de EU een uitzondering maakt voor kerken
en organisaties die hun werk doen op basis van hun godsdienstige of
levensbeschouwelijke overtuiging. Als bijlage onderaan deze brief treft u de
desbetreffende passage aan in de door de Europese Raad op 27 november 2000
aanvaarde richtlijn (Council Directive 2000/78/EC).
Het zal duidelijk zijn dat wij u dringend verzoeken in te stemmen met de
reactie van B&W en te erkennen dat de motie ondoordacht was en niet
uitvoerbaar is. Uit het bovenstaande zal duidelijk zijn dat wij dit niet zozeer
bepleiten uit sympathie voor de desbetreffende organisaties en de betekenis van
hun werk voor de gemeente Amsterdam, hoewel wij van die betekenis wel zijn
overtuigd. Wij willen opkomen voor de kwaliteit van de rechtsstaat. Wij
betreuren het dat blijkens de notulen rechtsstatelijke argumenten in het debat
nauwelijks een rol hebben gespeeld.
Wij voegen hieraan nog een ander, meer algemeen punt toe. Als Trefpunt PvdA
en Levensovertuiging valt het ons op dat de maatschappelijke discussie over de
plaats van godsdienst en levensovertuiging in het publieke domein aan het
verharden is. Wij kunnen ons niet aan de indruk onttrekken dat antireligieuze
sentimenten, en in elk geval gebrek aan kennis van zaken op het terrein van
godsdienst en levensbeschouwing, mede hebben geleid tot deze ondoordachte motie.
Er bestaat een sterke stroming die religie en levensbeschouwing wil terugdringen
naar de privésfeer. In de praktijk zou uw motie ertoe hebben geleid dat
organisaties zoals het Leger des Heils gedwongen zouden zijn seculiere
organisaties te worden.
Het lijkt ons daarom nuttig om, naast de hierboven gegeven juridische
bezwaren tegen de motie, u te wijzen op twee dingen. Ten eerste, het is niet aan
de politiek om te bepalen of godsdienst en levensovertuiging een privézaak zijn.
Als burgers die dergelijke overtuigingen aanhangen zich daarmee ook in het
publieke domein willen manifesteren, is dat hun zaak. Dat bij subsidies als
voorwaarde wordt gesteld dat geen bekeringsarbeid wordt verricht, is voor ons
vanzelfsprekend. Maar wij beschouwen het als anti-democratisch, wanneer politici
de opvattingen en inbreng van gelovigen en humanisten diskwalificeren, enkel en
alleen omdat deze op hun levensovertuiging zijn gebaseerd. In een democratie
bepalen mensen dat zelf.
Ten tweede een pragmatische overweging. Ook in de politiek overheerst het
beeld van kerken en levensbeschouwelijke organisaties als instellingen die op
hun retour zijn en waarmee niet meer gerekend hoeft te worden. Hoewel inderdaad
sprake is van afkalving, is deze in de laatste jaren afgevlakt. En ook met
inachtneming van de secularisatie vormen kerken en levensbeschouwelijke
organisaties nog altijd veruit de grootse sector in de civiele samenleving.
Volgens de laatste cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek
(rapport 2009) beschouwde in 2008 58 procent van de Nederlandse bevolking boven
de 18 jaar zich als kerkelijk, 4 procent was moslim, 5 procent behoorde tot
andere gezindten. De onkerkelijkheid nam volgens het CBS tussen 1999 en 2008
slechts toe van 40 procent naar 42 procent. Andere rapporten wijzen juist uit
dat de meerderheid niet-kerkelijk is, bv. het Sociaal en Cultureel Planbureau,
maar dat telde in 2004/5 wel nog 7.4 miljoen kerkleden. De eigen registratie van
de kerken biedt lagere cijfers, 6.2 miljoen kerkleden per 31 december 2007, maar
daarbij is een aantal kerkgenootschappen niet meegeteld. Het aantal regelmatige
kerkgangers (bijna elke zondag) ligt rond één miljoen. Het wekelijks
moskeebezoek ligt volgens het CBS bij moslims op 24 procent.
Ter vergelijking: het totale aantal leden van politieke partijen in
Nederland bedraagt nu 300.000. De ARP, KVP en CHU hadden vijftig jaar geleden
samen 430.000 leden, nu heeft het CDA er 67.000. De PvdA had vijftig jaar
geleden bijna 150.000 leden, nu 54.000. In diezelfde vijftig jaar is het
electoraat verdrievoudigd. Bovendien zijn kerkleden gemiddeld meer actief dan
leden van politieke partijen. Met uitzondering van de sportwereld wordt veruit
het meeste vrijwilligerswerk in Nederland gedaan in levensbeschouwelijk
verband.
Wij zijn ons ervan bewust dat we ongelijksoortige grootheden vergelijken,
maar wij willen duidelijk maken dat het ook vanuit politiek oogpunt buitengewoon
onverstandig is om te doen alsof levensbeschouwelijke organisaties een
verschijnsel zijn uit het verleden, waarmee niet meer gerekend hoeft te
worden
Bijlage: uit de ‘European Union Council Directive 2000/78/EC’:
4. 2. Member States may maintain national legislation in force at the date
of adoption of this Directive or provide for future legislation incorporating
national practices existing at the date of adoption of this Directive pursuant
to which, in the case of occupational activities within churches and other
public or private organisations the ethos of which is based on religion or
belief, a difference of treatment based on a person's religion or belief shall
not constitute discrimination where, by reason of the nature of these activities
or of the context in which they are carried out, a person's religion or belief
constitute a genuine, legitimate and justified occupational requirement, having
regard to the organisation's ethos. This difference of treatment shall be
implemented taking account of Member States' constitutional provisions and
principles, as well as the general principles of Community law, and should not
justify discrimination on another ground.
Provided that its provisions are otherwise complied with, this Directive
shall thus not prejudice the right of churches and other public or private
organisations, the ethos of which is based on religion or belief, acting in
conformity with national constitutions and laws, to require individuals working
for them to act in good faith and with loyalty to the organisation's
ethos.
|