Boekbespreking
'Ik en de wereld/De wereld en ik' van Kees Waagmeester
PvdA-voorzitter Michiel van Hulten heeft op 2
mei 2006 in de Rode Hoed in Amsterdam het boek "Ik en de wereld/De wereld en
ik" van Kees Waagmeester, uitgegeven bij Lemniscaat, in ontvangst genomen.
De presentatie van het boek werd door 170 mensen bijgewoond. Van Hulten hield
daar onderstaande inleiding:
" Toen Kees Waagmeester mij vroeg zijn boek in
ontvangst te nemen, kon ik niet bevroeden wat me te wachten stond. In de e-mail
waarmee hij me benaderde schreef Kees: "Het is een kantelboek met een
roman en een niet-fictief deel. Thema's zijn rechtvaardigheid in de wereld, de
rol van de PvdA, de rol van media etc."
Relatief onschuldige thema's, zou je zeggen,
zeker voor een PvdA-voorzitter die zich al eens kritisch heeft uitgelaten over
de rol van de media, en die bovendien een uitgesproken mening heeft over onze
verplichtingen tegenover de Derde Wereld.
Het lezen van het boek werd een confronterende
ervaring. Voor de politicus Michiel van Hulten, maar misschien nog wel meer
voor de persoon Michiel van Hulten. Want om maar meteen met een bekentenis te
beginnen: ik heb mijn eigen Mondiale Voetafdruk berekend met behulp van de
Quick Scan in het boek. De Mondiale Voetdruk van Jan Juffermans van de
Kleine Aarde is een maat voor het energie- en ruimtegebruik dat iemand nodig
heeft voor zijn of haar leefstijl.
Het eerlijke aandeel voor iedere wereldbewoner
is 1,8 hectare, voor de gemiddelde Nederlander is de werkelijke voetafdruk 4,7
hectare; en ik kom uit op op 7,0. Bijna vier keer zoveel als geoorloofd dus.
Terwijl ik meestal met het openbaar vervoer reis, in een appartement op de
tweede verdieping woon (en dus geen tuin heb) en niet iedere dag vlees eet.
Ik recycle mijn kranten en flessen en probeer
zuinig om te gaan met water. Voor mijn gevoel doe ik het helemaal niet zo
slecht. Deed ik het helemaal niet zo slecht.
(Ik heb mij zojuist door Jan Juffermans laten
vertellen dat ik mijn werkkilometers niet persoonlijk had hoeven mee te
rekenen. Maar, het blijft fors).
Het boek is confronterend omdat het de lezer
met zijn neus op de feiten drukt, en daarmee een schuldgevoel bewerkstelligt. Wist ik dat 140 liter water nodig is voor 1
kop koffie, omdat die koffiebonen bijvoorbeeld ook nog gewassen moeten worden,
nadat ze geoogst zijn? Nee.
En dat geldt, vermoed ik, voor de meeste
koffiedrinkers in Nederland. En zo bevat
het boek tal van schokkende voorbeelden.
Het boek is ook confronterend, door de wijze
waarop de boodschap wordt overgebracht.
"De wereld en ik" bestaat uit het
'dossier Jan Juffermans': de Quick Scan, een interview met Juffermans door de
hoofdpersooon van het andere gedeelte van het boek, "Ik en de
wereld", de journalist Bold van Vijfhuizen; en een aantal andere
achtergronddocumenten. Het is een soort kijkje in de keuken van de
onderzoeksjournalistiek, het ruwe materiaal dat de basis vormt voor het verhaal
over Juffermans dat journalist Bold van Vijfhuizen maakte voor zijn krant, en
dat ook in dit deel van het boek staat.
Het andere gedeelte van het boek, "Ik en
de wereld", is het meest aangrijpend.
Dat is het verhaal van journalist Bold, die
door het betoog van Juffermans, maar vooral door de niet-aflatende stroom
vragen van zijn vriendin Janine en door de bedoelde en onbedoelde hulp van zijn
collega's, wordt losgeweekt uit zijn rol van onafhankelijk commentator, en
steeds meer overtuigd raakt van zowel het verhaal van Juffermans als van de
noodzaak daar zelf conclusies uit te trekken.
Conclusies die ook wel eens betrekking zouden
kunnen hebben op zijn eigen leven, want zijn vriendin Janine wil graag een
kind, en Bold weet nog niet of hij daar klaar voor is. De verleiding is groot om de argumenten van
Juffermans aan te grijpen om Janine te overtuigen dat het krijgen van kinderen
onnodig beslag legt op de beperkte energie en ruimte die in de wereld
beschikbaar zijn. Maar het verhaal krijgt een andere wending,
die ik niet verklap.
Waarom is juist dit gedeelte zo aangrijpend?
Omdat het laat zien dat de wijze waarop iemand tegen de politiek en de
samenlevingt aankijkt, onlosmakelijk verbonden met de manier waarop iemand
privé in het leven staat. Een onverschillig journalist zal ook privé
niet lekker in zijn vel zitten. Een betrokken journalist heeft ook privé meer
zelfvertrouwen. De journalist Bold kun je niet los zien van de
persoon Bold. En voor de lezer geldt: Bold
van Vijfhuizen, dat ben je zelf.
Inclusief deze politicus.
Juist voor mijn generatie en de generatie na
mij - ik ben 37 - is dit boek interessant. Want er wordt een nieuwe invulling gegeven aan
de relatie tussen publiek verantwoordelijkheidsbesef en particuliere moraal. In het boek stelt de 'schoonvader' van Bold
(tussen aanhalingstekens want Bold en Janine zijn niet getrouwd), een
gepensioneerde christelijke PvdA'er: "Tot voor kort waren vragen over
moraal voorbehouden aan godsdienst, maar gelukkig is die tijd voorbij.
Wij hebben de vrijheid leren kennen. En omdat we die nu kennen, kunnen we voor onze
moraal niet meer terugvallen op mannen in lange gewaden. We moeten nu zelf denken, of we willen of
niet. Maar kunnen we de vrijheid wel aan?"
Ik vind dat een confronterende vraag. Ik kom uit een van oorsprong katholiek gezin. Toen ik als kind met mijn familie naar Afrika
verhuisde, waar mijn vader ontwikkelingswerk ging doen, werd de kloof tussen de
theorie van de kerk en de praktijk van alledag opeens wel heel erg groot. Het geloof verdween uit ons leven, voor zover
het daar op mijn negende al echt een plek in had, maar daar kwam niet echt iets
voor de in de plaats. Ik maak deel uit van een generatie die
inderdaad meer vrijheid kent dan eerdere generaties, maar die ook iets
kwijtgeraakt is. De zoektocht naar persoonlijke moraal is nu
een persoonlijke zoektocht - er is geen kerk meer die je bij de hand neemt.
"Als je opgroeit is het 'ik en de
wereld', zegt een van de personages in het boek. "Langzamerhand wordt het 'de wereld en
ik'. En hij voegde eraan toe: "Dat gaat niet
vanzelf. Je zult er altijd aan moeten blijven werken'".
Politieke partijen zouden daar wel bij kunnen
helpen, door die leegte meer op te vullen en mensen aan te spreken op hun
verantwoordelijkheid, zonder de nieuw verworven vrijheden ermee te beknotten. Daar is een volwassener politiek discours voor
nodig, waarin ruimte is voor politici die bereid zijn hun nek uit te steken. Terecht stelt het boek vast dat politici dat
meestal pas doen als ze ex-politicus zijn.
Ik beschouw het boek in ieder geval als een
aansporing om mensen wakker te schudden, om ideeën aan te dragen over hoe we
gezamenlijk - maar ook ieder voor zich - iets zouden kunnen doen aan het
beperken van het beslag dat wij leggen op de schaarse energie en ruimte.
"Ik en de wereld" is tot slot niet
alleen een boek over politiek, journalistiek en maatschappelijke en individuele
verantwoordelijkheid, het is ook een boek over de liefde tussen twee mensen,
over de toekomstkeuzes waar zij voor komen te staan, over het krijgen van
kinderen. Dat is ook de rode draad die mij uiteindelijk
ademloos en steeds sneller de bladzijden deed omslaan, tot ik de laatste pagina
bereikte. En daarmee doet Kees Waagmeester precies wat
hij politici en journalisten ook aanraadt: breng niet alleen de feiten, maar
breng ze door middel van emotie ook tot leven.
En ik? Ik loop zo naar het station, ik pak de
trein naar huis, en ik ga nog eens goed zitten rekenen."
Over het boek
Kees Waagmeester is secretaris van Zingeving.net en van Trefpunt van socialisme en
levensovertuiging. Hij schreef dit boek als uitvloeisel van het project
"Behoeften en rechtvaardigheid" van Trefpunt. Het is aan de ene kant een roman over een
jonge journalist die bijna bezwijkt onder de wereldproblemen en aan de andere
kant een non-fictie deel (dossier Jan Juffermans) waarin de mondiale voetafdruk
centraal staat, in Nederland gepromoot door Jan Juffermans van de Kleine Aarde.
Zie ook de websites van:
|