Boekbespreking'Het
eeuwig tekort' van Rutger Claassen
Stel dat onze
voorouders nog één keer terug zouden kunnen keren in het hier en nu: zij
zouden met hun oren staan te klapperen en hun ogen niet kunnen geloven.
Wat een welvaart! Wat een mogelijkheden! Maar ook: hebben de mensen nu
nog niet genoeg?! Zij zouden geconfronteerd worden met de paradox van
schaarste en overvloed en alles wat daaraan vastzit.
Het is één
van de vele paradoxen die onze (post)moderne tijd kent: terwijl voor een
ieder die wil zien het duidelijk is dat ons productie- en
consumptiepatroon verregaande negatieve gevolgen heeft voor het milieu,
terwijl iedereen met enig moreel besef toch ziet dat er vragen gesteld
moeten worden bij de vergroting van eigen luxe terwijl miljarden mensen
het broodnodige ontberen, voorts dat terwijl de voor de
welvaartsvergroting benodigde verhoging van de arbeidsproductiviteit
stress oproept enzovoort – toch gaan we door! Wat zit daar achter?
Het is de
verdienste van Rutger Claassen dat hij deze fundamentele vraag aan de
orde stelt in zijn boek Het eeuwig tekort. Een filosofie van de
schaarste. Dit is iets wat in ons pragmatisch tijdperk, waarin het
eind van de ideologieën geproclameerd is, opvallend is. Fundamentele
vragen worden al gauw weggewuifd, omdat je er weinig mee zou kunnen in
de praktijk.
Vergeten
wordt dat altijd in het praktisch handelen bepaalde ideologische
gezichtspunten een rol spelen en dat het achterwege laten van kritische
analyses dus in feite betekent dat men zich (onbewust) laat leiden door
die ideologische gezichtspunten. Welnu, onze moderne tijd kenmerkt zich
door schaarste, door onvervulde behoeften en het streven om deze te
bevredigen. Velen denken dat dit een algemeen menselijk gegeven is, maar
feitelijk gezien hebben we hier te maken met een historisch gezien
uitzonderlijk verschijnsel, dat kenmerkend is voor de moderne westerse
samenleving.
Claassen
analyseert de moderne cultuur vanuit het sleutelbegrip schaarste en dat
weer, zoals de ondertitel weergeeft, vanuit een filosofische invalshoek.
Hij maakt daarbij onderscheid tussen concrete en algemene schaarste. Bij
het eerste valt te denken aan een tekort aan bepaalde middelen ten
opzichte van gestelde doelen. Dat is wat wij onder schaarste verstaan in
het dagelijks spraakgebruik. Hongersnood is daarvan een voorbeeld.
Bij algemene
schaarste is er een oneindige keten van gevallen van concrete
schaarstesituaties, als een eeuwig tekort, waarbij er voortdurend sprake
is van een kloof tussen doelen en middelen. Waren er in de voormoderne
tijd behoeften beperkt of statisch, in de moderne tijd is het handelen
een voortdurende poging om in de dynamiek van behoeften de schaarste op
te heffen. Dit is echter, als de behoeften zich als dynamisch en
oneindig voordoen, een onmogelijk gevecht.
De filosoof
Aristoteles zag de economie in eigenlijke zin als een middel om het
voortbestaan te garanderen, waarna de aandacht uit kan gaan naar die
zaken die het leven zinvol maken. Economie is voorwaarde voor het ‘goede
leven’ (een leven dat zinvol en waardevol is en moreel verantwoord),
terwijl in de moderne tijd het goede leven onder het voorteken staat van
de dynamiek van behoeften.
Omdat het
debat over schaarste nog in de kinderschoenen staat, wil Claassen in
zijn boek die filosofische stromingen waarin dit thema opduikt,
doorlichten en met elkaar in gesprek brengen. Ik moet in deze korte
signalering volstaan met de aanduiding van de benaderingen die hij
behandelt, te weten: de economische wetenschap (waarin het
schaarstebegrip onproblematisch en als een algemeen menselijk gegeven
wordt gehanteerd), de liberale ethiek (niet te vereenzelvigen met
liberale politieke partijen, maar die stroming in het
politiek-filosofisch denken waarin menselijke autonomie en keuzevrijheid
centraal staan), de sociale filosofie (waarin o.a. één van de weinige
boeken waarin de thematiek van de schaarste behandeld wordt, namelijk
het uit 1988 daterende Het rijk van de schaarste van de filosoof
Hans Achterhuis aan de orde komt) en de sociale wetenschappen.
Claassens
behandeling is verhelderend, te meer omdat hij scherpzinnig laat zien
waar de verdiensten en tekortkomingen van elk van de benaderingen
liggen. Claassens eigen visie is dat de algemene schaarste voortkomt uit
de strijd om erkenning. Lag de erkenning, de status van iemand in een
strakke hiërarchische samenleving vast, in een moderne
geïndividualiseerde samenleving loopt deze strijd via de weg van
economische activiteiten (productie en consumptie).
In het tweede
deel van zijn studie gaat Claassen uitvoerig in op de strategieën die
gehanteerd kunnen worden om het eeuwig tekort te boven te komen. Hij is
daarbij kritisch over de strategie van de anders-globalisten, omdat zij
onder meer in de door hen gepropageerde consumentenacties binnen de
logica van de algemene schaarste blijven. Kritisch is hij ook over hen
die voor ascese pleiten. Beoefening daarvan is zo veeleisend, dat
slechts een kleine minderheid dit aan zal kunnen. Elke strategie moet
gebaseerd zijn op het inzicht van dit fundamentele gegeven.
De auteur
zelf pleit er voor, daarbij sterk geïnspireerd zijnde door Hannah Arendt,
om de eenzijdige fixatie op arbeid en consumptie te doorbreken. Het gaat
erom om een breder scala (pluraliteit) van menselijke activiteiten te
ontwikkelen, waarin rust, spel, bezinning, relaties, communicatie ruimte
krijgen. In laatste instantie is het onze zelfdefinitie die op het spel
staat. Wordt deze vooral door economie bepaald of door andere
activiteiten? Wat de mens tot mens maakt, is de mogelijkheid om
rationeel en kritisch na te denken over onze natuurlijke verlangens.
Anders zijn we niet veel meer dan dieren die instinctmatig hun behoeften
bevredigen. Daarin ligt de taak van de filosofie: ‘De filosofie kent een
lange traditie waarin rationele reflectie op “het goede leven”
plaatsvindt. Aan ons de kunst deze traditie te revitaliseren, het
dierlijke bestaan te ontstijgen en nieuwe wegen te vinden uit de
schaarste.’
Rutger
Claassen schreef een boek dat veel waardevols bevat. De oproep tot een
kritische reflectie op waarin het in het leven omgaat en zou moeten
gaan, sluit goed aan bij wat in de religieus-socialistische traditie
onder cultuurpolitiek is verstaan: vragen naar de bestemming van mens en
samenleving om van daaruit ook kritisch in te gaan op (bij voorbeeld)
eenzijdig economische benaderingen. Ook voor het denken over ‘Behoeften
en rechtvaardigheid’ is zijn boek uiterst
relevant.
Claassen
schreef een filosofisch boek. Niet in tegenspraak daarmee, maar wel als
eigensoortige ingang tot die cultuurpolitieke reflectie zijn ook te
noemen levensbeschouwelijke tradities. Deze zijn immers dragers van
visies op het “goede leven”. Hoewel ik besef dat niet alles kan in één
boek, had een expliciet onderkennen hiervan, ook in het strategisch
deel, mijns inziens op haar plaats geweest. Rationele reflectie is
nodig, maar niet voldoende.
Een tweede
kanttekening is dat de analyse van de “strijd om erkenning” mijns
inziens te globaal is. Ook hier geldt dat gezien de ongelooflijke
hoeveelheid studies over het ontstaan van de moderne tijd de beheersing
daarvan de kracht van één mens te boven gaat: welke factoren hebben
bewerkstelligd dat die eenzijdige moderne westerse samenleving is
ontstaan?. Wat mijns inziens toch nadrukkelijker benoemd had kunnen
worden, is het economisch-technologisch bestel (de moderne
markteconomie, het kapitalisme zo u wilt) en de enorme invloed die
daarvan uitgaat. Ook in de strategische overwegingen had dit aan de orde
moeten komen.
Herman
Noordegraaf
Rutger
Claassen, Het eeuwig tekort. Een filosofie van de schaarste, Ambo
Amsterdam, eerste druk 2004, derde druk 2005, 275 pp., ISBN 90 263
1842 1, prijs € 19,95. Rutger
Claassen (geboren 1978) is filosoof en jurist en werkzaam als
promovendus aan de faculteit Wijsbegeerte van de Universiteit Utrecht.
Hij publiceerde al de nodige artikelen en in 2004 het boek Het eeuwig
tekort. Een filosofie van de schaarste, waar bijgaande bespreking
over gaat. Interessant vanuit het perspectief van de vereniging
Zingeving.net, is ook dat Claassen het gedachtegoed van Banning kent. In
Socialisme en Democratie 10/11 2004 publiceerde hij het artikel
‘Wat zou Banning van het Beginselmanifest vinden?’
Voor meer
gegevens zie de website:
www.rutgerclaassen.nl
|