|
Diederik Samsom wil af van de rat race
‘De Europese bevolking schreeuwt om rust, zekerheid, kalmte, gematigdheid,
bescheidenheid’
Door
Kees Waagmeester
Diederik
Samsom is lid van de Tweede Kamer voor de PvdA sinds begin 2003. Hij voerde
zijn campagne als een van de drie “rode ingenieurs”, samen met Staf Depla en
Jeroen Dijsselbloem. Hij kreeg bekendheid vanwege zijn werk bij Greenpeace,
waar hij zich vooral met klimaatverandering bezighield.
Trefpunt
heeft hem het “groot politiek en maatschappelijk falen” voorgelegd uit de
eerste regels van de oproep over ‘Behoeften en rechtvaardigheid’: “hoewel
burgers, bedrijven en overheden met de beste bedoelingen bezig zijn met
mondiale vraagstukken en met het milieu, wordt de wereld er niet bepaald
eerlijker op en blijken de maatregelen die worden genomen om met name
klimaatverandering tegen te gaan, verre van voldoende te zijn”.
Diederik Samsom: ‘Weinig doen en dan toch maar
denken of zeggen dat het goed komt. Ook ik vraag me af waar die houding in de
politiek vandaan komt.
Er zijn mensen die met recht en reden zeggen:
er is wel eens gedacht dat er niet genoeg voedsel zou zijn op deze aarde, er is
gedacht dat er nooit genoeg koper zou zijn om iedereen een telefoonlijn te
geven. Toch is daar weinig van uitgekomen. Het is bijna een religieus geloof
dat we, terwijl we keihard op een muur afvliegen, steeds weer op het laatste
moment leren er overheen te springen.'
'Dat mensen met dat bijna religieuze
vooruitgangsdenken in het leven staan, kan ik me heel goed voorstellen. Want
een optimistisch mens- en wereldbeeld hoort bij de PvdA. Het vervelende is wel
dat ik me er niet happy bij voel zolang ik geen plausibele uitweg zie, zolang
ik geen begin van een aanknopingspunt heb, bijvoorbeeld in een
waterstofeconomie. Want die komt niet uit de lucht vallen, die moeten we nog
helemaal opbouwen. Dat kost heel veel tijd die we niet hebben.’
Uitgangspunt
‘Ik reken me tot de stroming die zegt: als we
niet direct ingrijpen gaat het mis. Deze stroming en de stroming die zegt dat het
tot nu toe altijd goed is gekomen, bestrijden elkaar heftig. En beide partijen
hebben geen sluitend bewijs voor hun gelijk. Zij niet, maar ik ook niet. Mijn
drijfveer is dat ik mijn kleinkinderen niet kan uitleggen dat wij, terwijl we konden weten dat het misging, niks of te
weinig hebben gedaan. Dat is mijn uitgangspunt. Er zijn ook mensen die zeggen:
ik wil mijn kleinkinderen niet uitleggen dat we ontzettend veel geld hebben
uitgegeven aan duurzame energie terwijl het helemaal niet nodig was.’
Groei en concurrentie
‘Waarom handelen politici zoals ze handelen?
Europa als blok kiest voor een economische rat race met andere economische
machten, als Azië en Amerika. In die praktisch politieke constellatie zal een
overheid niet geneigd zijn maatregelen te nemen die nadelig uitwerken in die
concurrentie.
Dit dilemma kan alleen in mondiale
samenwerking worden opgelost met overheden die bereid zijn krachtig in te
grijpen door aan het vrije marktmechanisme een factor toe te voegen, namelijk
het kunstmatig schaars maken van schone lucht, dat wil zeggen, forse heffingen
op de uitstoot van CO2.
Maar in de keiharde concurrentie waarvoor de
machtsblokken hebben gekozen, past geen samenwerking en geen ingrijpen in de
marktprocessen door krachtige overheden. Een overheid die ingrijpt in de markt,
belemmert namelijk de economische groei. En over het onvoorwaardelijk kiezen
voor economische groei bestaat een bijna griezelige consensus die zich tot ver
over de linker flank van de politiek uitstrekt. Ja, ook bij GroenLinks en de
Socialistische Partij.’
Samenlevingen als supermarkten
‘Elke sociale of ecologische maatregel kost
economische groei. Op den duur levert investeren in duurzame energie ook groei
op, maar niet in de komende jaren. Daar moeten we eerlijk in zijn. Loop een
half uur binnen in de bestuurskamer van Shell en ze zullen je daar heel simpel
uitleggen dat de opbrengsten van investeringen in het boren naar nieuwe olie
vele malen hoger zijn dan hun investeringen in een zonne-energiefabriek. De
enige die die factor kan veranderen, is de overheid.
Maar samenlevingen zijn een soort supermarkten
die moeten concurreren om het marktleiderschap met andere supermarkten. Het
tragische is dat overheden precies zo denken als in de bestuurskamer van Shell
en daarom wordt er dus niet echt geïnvesteerd in duurzame energie. Investeren
in duurzame energie kost weliswaar veel minder economische groei dan de VVD ons
wil doen geloven, maar het kost wel een stukje van je economische profit.’
‘Op lange termijn kun je met innovatie
waarschijnlijk een belangrijk concurrentievoordeel bereiken, maar dat duurt
tien, twintig jaar. En daar kiest een politicus in het supermarktmodel niet
voor. Bijna alle politici zien groei als een belangrijke uitweg uit
maatschappelijke problemen. Tot op zekere hoogte klopt dat. Het creëert
werkgelegenheid, maar op een gegeven moment worden de nadelen groter dan de
voordelen en dat punt zijn wij gepasseerd. Dat zou moeten leiden tot een politiek van gematigde groei, niet eens van
krimp, want dat is helemaal niet nodig.’
Sociale samenhang
‘Ik redeneer niet zozeer vanuit het
ecologische vraagstuk, want ik heb gemerkt dat redeneren vanuit de sociale
samenhang veel begrijpelijker is voor veel mensen. Als je zegt: kiest u voor
hogere inkomens of voor meer vrije tijd, dan kiezen mensen over het algemeen
voor meer vrije tijd. Dat is een keus die beter wordt begrepen dan wanneer je
zegt: kiest u voor een hoger inkomen of voor duurzame energie? Want dan zeggen
ze: het kan toch allebei wel een beetje?’
‘Vaak
wordt het debat afgedekt door te zeggen dat investeren in duurzaamheid goed is
voor de economie. Daar zijn we het dan allemaal over eens en vervolgens gebeurt
er weer niets. Ik ben er daarom voor enigszins te polariseren en ik zeg dus
duidelijk dat investeren in duurzaamheid inderdaad op korte termijn geld kost
en vervelend is voor de economische groei. Je maakt je producten duurder ten
opzichte van landen die dat niet doen. Dat is in een wereldmarkt geen sinecure.
We prijzen ons uit de markt op het moment dat wij als enigen maatregelen nemen
voor CO2-reductie. De Amerikanen die dat niet doen, kunnen goedkoper blijven
produceren. Dat moeten we eerlijk onder ogen zien.
Maar dramatisch hoeft dat niet te zijn. We
voeren nu al dertig jaar milieubeleid en dat heeft niet geleid tot grote afname
van groei. Wel ligt de groei in Europa traditioneel lager dan in Amerika. Dat
komt ook doordat wij altijd kozen voor een sociaal beleid, voor herverdeling
van welvaart, voor hogere belasting dan in Amerika. Herverdeling van welvaart
is slecht voor de groei. Hoe meer belasting je heft bij mensen die veel
verdienen, hoe minder groot de prikkel voor die mensen om hard te gaan werken.
Dat vinden we gelukkig in Europa niet zo’n punt en dat stukje groei hebben we
dus ingeleverd. Datzelfde geldt voor het milieu. Het RIVM heeft al lang
uitgerekend dat een goed milieubeleid ons een paar tienden van procenten aan
economische groei per jaar kost. Big deal.’
Gezonde bloeddruk
‘Mijn probleem met samenlevingen die zo
concurreren met andere samenlevingen is dat spaceship Earth dat niet kan
trekken. Ik zet er een samenleving tegenover die de meeste Nederlanders zeggen
te willen: een samenleving waarin niet de groei maatgevend is, maar rust,
kalmte, evenwicht, solidariteit, bescheidenheid. Ik ga voor een samenleving met
een gezonde bloeddruk in plaats van een samenleving met een hoge bloeddruk.
De koers die je daarvoor moet varen is niet zo
ingewikkeld. We mogen trots zijn op wat we tot nu toe hebben bereikt en we
mogen vertrouwen hebben in wat we kunnen. We hebben een welvarend land
opgebouwd, we leven redelijk vreedzaam met bijna 17 miljoen mensen op een klein
oppervlak. Ik ben niet zo van “het roer moet helemaal om”. Er is geen enkele
reden om te wanhopen over de staat van onze economie en van de sociale
structuur. Wel over de manier waarop we dat hebben bereikt, want dat is niet
houdbaar. Dus we moeten door op een andere manier. Mijn strategie zou zijn:
laat niet groei maatgevend zijn, maar het welzijn van de inwoners van je
samenleving.’
Hoge belastingen
‘Daarom redeneer ik vanuit sociale structuren.
In plaats van af te zakken naar het Amerikaanse ministelsel van sociale
zekerheid, zouden we ons stelsel moeten opkrikken tot het Zweedse niveau. Dat
betekent hoge collectieve lasten, hoge belastingen. En hoge collectieve lusten,
goede publieke voorzieningen.
Zo kom je tot een nieuw evenwicht. Hoge
belastingen leiden tot lage groei. Maar ook tot meer inkomen voor de staat,
waardoor de overheid haar taak prima kan volbrengen. Kleinere inkomensverschillen
zorgen ook voor veel minder stress en veel minder jaloezie in de samenleving.
Grote inkomensverschillen zijn eigenlijk alleen maar goed als drijfveer voor
hogere productie, want mensen willen dan graag meer verdienen en daarvoor ook
harder werken. Maar als je dat streven om steeds harder te werken en meer
productie te maken, loslaat dan valt ook de drijfveer voor grote
inkomensverschillen weg. Gematigde inkomensverschillen, een progressief
belastingstelsel, dus hogere inkomsten voor de staat bij een lagere groei; dat
alles is een goed evenwicht waar mensen zich bij thuis zeggen te voelen.’
‘Mensen zijn individueel op zoek naar geluk.
Praktischer gedefinieerd: mensen willen rust en zekerheid. Het is toch raar dat
mensen daar individueel naar op zoek zijn en een overheid hebben die voor hen
collectief onrust en dynamiek organiseert. Verschillende onderzoeken vertellen
dat Nederlanders in grote meerderheid kiezen voor een samenleving met meer
solidariteit, meer bescheidenheid, rust, kalmte en evenwicht. Het gekke is dat
de regering precies het omgekeerde doet.
Wenkend perspectief
Mijn perspectief is een wenkend perspectief.
Mensen willen geen continu over elkaar heen rollende hervormingen om de rat
race met andere samenlevingen te kunnen aangaan. De overgrote meerderheid wil
geen hoge-bloeddruksamenleving. De rat race is ook moreel verwerpelijk. China
groeit wel harder dan wij, maar de Chinezen verdienen per hoofd van de
bevolking nog altijd twintig maal minder dan wij. Als we weg blijven rennen,
dan zullen ze achter ons aan blijven rennen met alle bijbehorende
inkomensverschillen en uiteindelijk een ecologische ramp.’
‘Het is theoretisch en ook praktisch mogelijk,
al zou dat heel heftig zijn, dat Europa in z’n eentje zijn CO2-uitstoot tot nul
reduceert. We staan er beresterk voor. We hebben het nog nooit zo goed gehad.
Dat die maatregelen geld kosten is op zichzelf geen probleem. Alleen, dan moet
je wel afstand nemen van het idee dat jouw economie de meest concurrerende van
de wereld moet zijn. Maar willen we het klimaatprobleem aanpakken, dan zullen
Amerika en China moeten volgen. Als die niet volgen, is de hele Europese
inspanning voor niks. Zo liggen de verhoudingen.’
Prisoners dilemma
‘Ik zoek naar een concept waarin de verbinding
tussen de sociale en de ecologische structuur niet verbroken wordt. Daarom
praat ik niet graag over het milieu of het klimaat als een geïsoleerd probleem.
Het concept waarin onze problemen kunnen worden aangepakt is dat van een
rustige, kalme samenleving waarin bestaanszekerheid een groot goed is in plaats
van onrust.
Op het moment dat je afstand neemt van het
idee dat je als samenlevingen met elkaar moet concurreren om het
marktleiderschap, durf je maatregelen te nemen tegen klimaatverandering. Wij
zetten onszelf in een prisoners dilemma. Een individu is het haasje als hij als
enige bepaalde stappen zet die op zichzelf goed zijn. Want zo redeneert mijn
buurman ook. Daarvoor hebben wij een overheid uitgevonden, namelijk om
prisonersdilemma’s op te heffen. Maar wat zie je nu gebeuren? Overheden
gedragen zich precies zo. In hun streven marktleider te zijn, kunnen ze het
zich niet veroorloven meer kosten te maken dan de andere samenleving. In hun
relatie schieten ze in dezelfde kramp als burgers eertijds onderling. Dat is de
reden waarom er niets gebeurt.’
‘We moeten dus af van de rat race en ons
richten op samenwerking in plaats van op concurrentie. Daar krijgen we zoveel
mooie dingen voor terug. Maar wil dat slagen, dan moeten er ook in Amerika
mensen rondlopen met dezelfde ideeën. Want alleen al de Amerikaanse CO2-uitstoot
is voldoende om het klimaat op te blazen. We hebben de Amerikanen dus nodig.’
Kosten van milieuvervuiling
‘Alleen als duurzame energie goedkoper is dan
fossiele energie, zouden we er massaal op overgaan. Kolen op schone wijze
gebruiken is veel duurder dan kolen gewoon vuil verstoken. Dus als de
Amerikanen op geen enkele manier in hun economie een kostendrijfveer
introduceren die gaat over klimaat of CO2, dan vrees ik dat we het niet redden.
Ik geloof heilig dat we met behulp van technologie op deze aardbol met tien
miljard mensen in grote relatieve welvaart een duurzaam bestaan kunnen hebben,
maar daarvoor is een economisch systeem nodig waarbij je geforceerd iets moet
introduceren over de kosten van milieuvervuiling.’
‘Ik ben ook optimistischer geworden. We leven
in een democratie. De Europese bevolking schreeuwt om rust, zekerheid, kalmte,
gematigdheid, bescheidenheid. Die samenleving kunnen we bieden, die sluit veel
beter aan bij een wereldbeeld van een duurzame wereld dan het wereldbeeld van
degenen die groei als maatstaf nemen. Negentig procent van de Europeanen is
gelukkig met het Europese model van samenwerkende, sociale, herverdelende
overheden. Het is eerder opmerkelijk dat de overheid dat type samenleving niet
levert, dan dat ze het wel levert.’
|