|
Najaarsbijeenkomst Protestantse Werkgemeenschap voor de PvdA
PvdA-voorzitter Koole verdedigt beginsel ‘fatsoen’
Door Johan van Workum
‘Fatsoen’ is het opvallende sleutelbegrip in het nieuwe beginselprogramma van de Partij van de Arbeid. En als het
aan partijvoorzitter Ruud Koole ligt, blijft dat zo.
Met hartstocht verdedigde
Koole op de najaarsbijeenkomst 2004 van de Protestantse Werkgemeenschap
voor de PvdA ‘de fatsoenlijke samenleving’. ‘We hebben veel kritiek gekregen
op deze term en toch handhaven we die.’ Maar hoewel Koole net als Balkenende
van Zeeuws gereformeerden huize is, geeft de PvdA er een andere invulling
aan dan de CDA-premier. Onder ‘het recht op een fatsoenlijk bestaan’ staat
in het ontwerp-beginselprogramma van de PvdA: ‘Iedereen heeft tenminste
recht op een dusdanig niveau van bestaanszekerheid dat men volwaardig aan
de samenleving kan deelnemen. Iedereen moet erop kunnen rekenen door de
overheid, haar instellingen en medewerkers, met respect te worden bejegend;
het respect dat de overheid van haar burgers mag terugverlangen.’
De PvdA
ontleent het begrip aan het boek The Decent Society van Margalit. Koole:
‘Bij ‘fatsoen’ gaat het daar over een samenleving waarin instituties de
burger niet vernederen. Dat is heel belangrijk. De PvdA had in het verleden
vooral oog voor de uitkomst - de hoogte van uitkeringen bijvoorbeeld - maar
niet voor het proces erheen. Als de overheid jou fatsoenlijk behandelt,
kan die overheid jou ook wat terugvragen, rechten én plichten, wederkerigheid.
Alleen dan kun je de ander zeggen: vraag niet alleen wat de gemeenschap
doet voor jou maar ook wat jij kunt doen voor de gemeenschap.’ Wachtlijsten
in de kinderbescherming bijvoorbeeld zijn in strijd met een fatsoenlijke
samenleving. Het is, citeerde Koole de psychiater Van Dantzig, hetzelfde
als wachtlijsten voor de brandweer.
In eerdere beginselprogramma’s van de
PvdA uit 1947 en 1959, waarop Willem Banning een stempel drukte, lag veel
nadruk op gemeenschapsdenken. In het tot nu toe nog geldige programma van
1977 verschoof het accent naar individuele ontplooiing. Koole: ‘In het nieuwe
programma gaan we deels terug, het midden kiezen tussen enerzijds ‘empowerment’
van het individu en zichzelf weten te redden, en anderzijds een fatsoenlijk
bestaan voor iedereen, niemand aan de kant.’
Alleen maar kansen bieden,
zelfs gelijke kansen, is niet voldoende. ‘Dat werkt alleen bij gelijkwaardige
startposities,’ aldus Koole. In de woorden van het programma: ‘Wij pleiten
voor herverdeling van kansen en middelen om meer gelijke uitgangsposities
te scheppen en voor solidariteit om iedereen een fatsoenlijk bestaan te
geven; binnen en buiten Nederland.’
Toch is, ondanks aandrang vanuit milieugroepen
in de partij, niet het beginsel in het ontwerp-programma opgenomen dat elke
wereldburger een gelijk recht heeft op de hulpbronnen van de aarde (‘milieugebruiksruimte’).
Ruud Koole zegde in de discussie toe hier nog eens naar te kijken. Maar
hij hield voet bij stuk waar het programma pleit voor een ‘beschaafd kapitalisme’
in de passage: ‘Een beschaafd kapitalisme vraagt om een gemengde economische
orde waarin het marktmechanisme ingeperkt en ingebed wordt door wetten en
regels.’ Koole: ‘Al sinds 1937 wil de sociaal-democratie niet meer het kapitalisme
vervangen door een heel andere orde, maar corrigeren. Wij zijn tegen wild-west-kapitalisme
en tegen casino-kapitalisme.’
Koole bestreed sterk dat ideologie er nu niet
meer toe doet. ‘We leven in een uiterst ideologische tijd, ook al blijft
dat vaak verhuld. Als men zegt ‘de markt vergt dit’ of ‘dit is nodig voor
de economie’, zijn dat zeer ideologische uitspraken.’ De visie van het kabinet-Balkenende
is een heel andere dan die van het nieuwe beginselprogramma van de PvdA,
aldus Koole.
|