Beginselmanifest Koole/Bos is wel
degelijk sociaal-democratischAlleen 'gelijke kansen' is
onvoldoende
Door Herman Noordegraaf en Johan van Workum
Het woord ‘socialisme’ komt niet voor in het
concept-beginselmanifest van de PvdA. Daarentegen vliegt het woord
‘kansen’ of afgeleiden ervan je om de oren; het komt liefst vijftien
keer voor. Dat doet vermoeden dat het manifest de grondhouding bevestigt
die de partij, sinds eind jaren tachtig de panelen begonnen te schuiven,
reeds stevig heeft omarmd, namelijk die van het ontplooiingsliberalisme
van de ‘gelijke kansen’.
Maar dat blijkt niet waar. Al in de tweede alinea staat: ‘Alleen maar
kansen bieden, zelfs gelijke kansen, is onvoldoende.’ Want ‘de
uitgangsposities zijn ongelijk en de risico’s zijn voor velen groot’.
Daarom hebben mensen recht op ‘de zekerheid dat je bij pech en tegenslag
niet aan je lot wordt overgelaten.’
Het lijkt of hier een echo klinkt van een amendement dat Trefpunt PvdA en levensovertuiging drie jaar geleden inbracht tegen het
vorige concept voor een beginselprogramma, van de commissie-Witteveen:
‘Gelijke kansen zijn niet het enige dat telt. Door toeval en verschillen
in startpositie kunnen onverdedigbare verschillen in uitkomsten
ontstaan. De Partij van de Arbeid streeft daarom naar gelijkwaardigheid
van uitkomsten, niet naar gelijkschakeling of eenvormigheid.’ Het
PvdA-congres in Rotterdam (maart 2001) nam dit amendement over. Op een
essentieel punt staat het nieuwe manifest dus veel nadrukkelijker in de
sociaal-democratische traditie dan het concept-Witteveen.
Toch valt het meteen op: 15 keer ‘kansen’ en slechts vijf keer de
tegenpool (risico’s, onzekerheden). Het zal wel een effect zijn van de
behoefte om positief over te komen. Niet dreigen met een zwart
perspectief maar uitdagingen laten zien, niet dwingend maar appellerend,
niet verbiedend maar uitnodigend, niet gebiedend maar luisterend, geen
dirigistische bureaucratie maar – in de termen van Bos – een
‘fatsoenlijke’ overheid die zorgt dat publieke belangen geborgd zijn.
Beginselen zónder de oude ideologische termen
De kracht van dit manifest is dat het belangrijke
sociaal-democratische uitgangspunten opnieuw verwoordt, geplaatst in een
hedendaagse context, en daarbij ideologisering probeert te vermijden.
Dat levert inderdaad geen feest der herkenning op voor wie gesteld is op
het oude ideologische vocabulaire. Sommigen reageerden al dat het
manifest dus het socialisme afschaft en het einde van de
sociaal-democratie markeert. De bezegeling dus van de afgeschudde
ideologische veren van Kok.
Maar dan lees je toch te oppervlakkig. Neem de volgende zin: ‘Maar
markten en prijzen weerspiegelen op gebrekkige wijze de belangen van
volgende generaties, zijn slechts moeizaam in staat de waarde van natuur
en milieu tot uitdrukking te brengen. (..) Macht vraagt dus tegenmacht.’
Het woord ‘duurzaamheid’ valt hier niet, maar het is precies dat
waarover het hier gaat, en heel wat duidelijker gemaakt dan met de
moeilijk leesbare definitie waarmee eind jaren tachtig de
Commissie-Brundtland het begrip ingang deed vinden.
Dat is een kunst: de kern van de ideologie behouden maar zónder de
dwingende taal, waarin die in het verleden werd gegoten en die vandaag
gemakkelijk mensen die hetzelfde wensen van je vervreemdt. Het gaat toch
om de inhoud, niet om mantra’s? Neem het oude leerstuk van staat of
markt. Het manifest is er snel klaar mee. De overheid zorgt ervoor dat
voor publieke belangen gezorgd wordt. ‘Wie vervolgens de voorzieningen
aanbiedt is geen principekwestie. Als dat via de markt beter kan, moet
het aanbod via de markt lopen. Als het via de overheid beter kan, moet
de overheid dit doen.’ Zo is dat.
Oorspronkelijk socialisme
Opvallend is dat de paragraaf Wat willen wij? begint met de
wereld: tegen internationale uitsluiting en uitbuiting, vóór een
internationale rechtsorde. Dit is oorspronkelijk socialisme, ook al
wordt dat woord dus niet gebruikt. Merkwaardig is dan wel om even
verderop het bondgenootschap van Europa met de Verenigde Staten
‘cruciaal’ te noemen. Dat valt voor Europa alleen vol te houden als de
VS de huidige koers van unilateralisme loslaten en de Verenigde Naties
weer als sleutelinstrument proberen te benutten.
Een goed punt is ook het streven ‘om belangrijke delen van het leven
vrij te houden van commercie’. Jammer is wel dat die delen niet worden
benoemd zoals in het concept-beginselprogram De rode draden van
de Commissie-Witteveen: sport, media, cultuur, onderwijs, sociale
zekerheid, zorg.
Zo is het trouwens met veel punten in het manifest. De belangrijke
zaken worden aangestipt, maar je zou willen dat het duidelijker zou
gebeuren, uitgesprokener, feller waar het onderwerp dat nodig maakt.
Vanuit GroenLinks is het stuk al getypeerd als ‘slappe thee’ en daar zit
wat in. Als je zorgvuldig leest staat er veel in, en goed. Maar
enthousiasmeert het voldoende? Sleept het ons mee? Je zou wat meer
beheerste boosheid willen proeven. Juist daaraan zie je waar iemand,
waar een partij staat. Het is prima om onder Wat willen wij? te
beginnen met de mondiale situatie. Maar je mist de betrokken toon van
bijvoorbeeld dit Trefpunt-amendement:
‘De PvdA zal zich er nooit
bij neerleggen dat een deel van de mensen leeft in steeds grotere
welvaart, terwijl grote aantallen mensen in de wereld de meest
elementaire voorzieningen missen, mensen worden onderdrukt, of het
milieu wordt vernietigd.’
Zo gaaf als het begrip ‘duurzaamheid’ wordt aangeduid zonder
ideologische terminologie, het wordt vaag waar het is gebruikt in de
combinatie ‘duurzame groei’. Het riekt naar het bekende onvermogen bij
politici zich een beleid voor te stellen zonder constante economische
groei als norm. Maar economische groei is geen doel van de
sociaal-democratie. Groei van bepaalde producties kan wel een middel
zijn om de echte doelen dichterbij te brengen. Over die echte doelen
moet de politieke discussie gaan, niet over meer of minder economische
groei, zelfs al is die ‘duurzaam’.
Pleidooi voor staatsmoraal?
Merkwaardig is de zin: ‘Wij verdedigen een vrijzinnige moraal waarin
vanzelfsprekend ruimte en waardering is voor verschillende
levensbeschouwingen en culturen.’ ‘Ruimte’ is nogal vrijblijvend,
‘waardering’ is positief. Voor dit laatste pleitte Trefpunt in een van
zijn amendementen van drie jaar geleden. Maar wat bedoelt het manifest
met ‘een vrijzinnige moraal’? Wordt hier – na de pluriformiteit van de
verzuiling en de levensbeschouwelijk neutrale staat – alsnog gepleit
voor een staatsmoraal? Omarmt de PvdA hier één bepaalde civiele religie
als norm? Met zulke vragen in het achterhoofd klinkt een zin verderop in
het manifest ineens heel verdacht: ‘Immigranten mogen, net als andere
burgers, rekenen op vrijwaring van discriminatie en op een respectvolle
behandeling van culturele en religieuze uitingen die vallen binnen de
grenzen van de democratische rechtsstaat.’ Enerzijds is die toevoeging
‘binnen de grenzen van de democratische rechtsstaat’ heel
vanzelfsprekend. Tenzij je het combineert met die zin over ‘een
vrijzinnige moraal’, want dan zet de partij potentieel de deur open die
grenzen steeds nauwer te trekken rondom die norm van de ‘vrijzinnige
moraal’. Dit is geen theoretische discussie meer, als je beluistert wat
er zoal wordt betoogd door Fortuynisten als Eerdmans en wat er allemaal
niet wordt geroepen in de hoofddoekjesdiscussie.
Kortom, wat wordt de inhoud van het begrip ‘een vrijzinnige moraal’?
Een PvdA-beginselmanifest mag op dit punt beslist geen onduidelijkheid
laten bestaan. De kracht van de sociaal-democratische beweging is juist
steeds geweest dat zij mensen met verschillende levensbeschouwingen, van
verschillende generaties, met verschillende achtergronden en uit
verschillende landen steeds weer wist te verenigen vóór solidariteit en
recht en tégen uitbuiting en onderdrukking.
Waarom kozen de manifestschrijvers niet voor de gedachte die vanaf
het begin van de PvdA tot aan 1977 in de beginselprogramma’s stond: de
PvdA erkent de betekenis van levens- en wereldbeschouwing bij
individuele leden; de partij nodigt levens- en wereldbeschouwelijke
organisaties uit om bij te dragen aan een samenleving die gekenmerkt
wordt door gelijkheid, solidariteit en vrijheid. Een formulering als
deze geeft bovendien inhoud aan de uitgesproken waardering door het
gesprek te willen aangaan in plaats van impliciet te dreigen met het
stellen van grenzen. Het zou ook beter passen in de positieve
toonzetting waarvoor de schrijvers van het manifest bewust kozen.
Herman Noordegraaf is voorzitter van de PvdA-werkgroep Trefpunt PvdA en levensovertuiging. Johan van Workum is lid van
Trefpunt.
|