Vereniging voor Zingeving en Democratie

Welkom

Actueel

Banningprijs

Trefpunt van Socialisme en Levensovertuiging

Banning Werkgemeenschap voor de PvdA


Forum
 
Voedselbanken zijn een signaal dat de verzorgingsstaat onvoldoende werkt

De verarming tegengaan

Mei 2007, door Herman Noordegraaf

Meer dan achtduizend mensen maken wekelijks gebruik van één van de voedselbanken, die inmiddels in bijna elke regio van Nederland te vinden zijn en die vaak over een aantal uitdeelpunten beschikken. Terecht is het verschijnsel voedselbank door de PvdA bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2006 kritisch aan de orde gesteld. Die kritiek betrof uiteraard niet de vele vrijwilligers die zich inzetten, maar het feit dat voedselbanken nodig blijken te zijn.

De Algemene Bijstandswet, die in 1965 werd ingevoerd, betekende een fundamentele en principiële breuk met het verleden, met het regime van de Armenwet. Armenzorg lag in de sfeer van de gunsten en van de vernederende afhankelijkheid van hulpvragers van de hulpgevers. Deze laatsten konden eenzijdig de voorwaarden bepalen waaronder die hulp gegeven werd. Het is niet voor niets de sociaal-democratie streed voor sociale zekerheid als recht: er valt voor recht te strijden!
Het ging om bestaanszekerheid en een fatsoenlijk bestaan en waardigheid van mensen. Wie iets van die situatie toen tot zich wil laten doordringen, leze de onlangs verschenen reprint van de brochure van de journalist L. Schotting en H. Spiekman. De laatste was in 1901 het eerste Rotterdamse gemeenteraadslid van de SDAP geworden. Zij onderzochten de woonsituatie in de Rotterdamse binnenstad, die ronduit erbarmelijk was. Daarbij stuitten zij uiteraard ook op het functioneren van de armenzorg, die krachtens de Armenwet allereerst een zaak van de kerken was.
Ik veroorloof mij een citaat. Schrijvend over ‘wat schatrijke kerkgenootschappen aan hunne huiszittende armen als onderstand durven aanbieden’ vertellen zij: ‘Twee kwartjes en een roggebrood vormen zoo wat 't bedrag van de meest gebruikelijke ondersteuning, en als er een kwartje bijkomt, - na veel geloop, na veel geschrijf en gewrijf, verschijning en strijkages voor de officiële vergadering,- komen de armverzorgers herhaaldelijk op bezoek; om te zien of van het budget, dikwijls van oude, afgeleefde behoeftigen, dat kwartje nog niet af kan. Deze tocht door de achterbuurten onzer vaderstad heeft ons gebracht tot het constateren van het feit; dat vooral de bedeelden der kerkgenootschappen het genadebrood met tranen eten. Dat de religieuze armverzorging meer dan de andere liefdadige instellingen, den ongelukkigen hunne afhankelijkheid zwaar doet gevoelen.’ (L. Schotting/H. Spiekman, Arm Rotterdam. Hoe het woont! Hoe het leeft! Reprint van een in 1903 uitgegeven brochure met een inleiding van Sjaak van der Velden, Rotterdam 2007, p. 57)

De ABW gaf de arme een rechtsaanspraak bij de gemeenschap in de vorm van de overheid. Hij/zij had recht op de voorziening in de ‘noodzakelijke kosten van het bestaan’ als hij/zij daar zelf niet in kon voorzien. Deze garantieformule wat betreft de ‘vloeren in het bestaan’ blijft onverminderd van betekenis voor bestaanszekerheid en de kwaliteit van het bestaan.

Voedselbanken voorzien duidelijk in behoeften en vervullen daarom een nuttige functie. We zullen deze echter als een ‘noodvoorziening’ (in de dubbele betekenis van het woord) moeten zien en er niet aan moeten wennen als een voorziening die er nu eenmaal bij hoort. Daarom zal de signaalwaarde van de voedselbanken opgepakt moeten worden: wat maken de voedselbanken ons duidelijk over het functioneren van publieke dienstverlening, de toegankelijkheid van sociale voorzieningen (waarbij door de regeldichtheid de toegankelijkheid belemmerd wordt en het niet-gebruik dus bevorderd) en de toereikendheid van het sociaal minimum.

Het vorige kabinet legde in de discussie over de voedselbanken sterk de nadruk op de schuldenproblematiek van mensen en dan wel in de zin van dat mensen onvoldoende zouden kunnen budgetteren. Dat is echter bepaald niet het hele verhaal. Schulden kunnen immers om meerdere redenen ontstaan. Er zijn, zoals uit de analyses van de schuldenproblematiek blijkt, meerdere typen schulden. Er zijn de luxeschulden (dan gaat het inderdaad om mensen die onvoldoende met geld om kunnen gaan), de overgangsschulden (om in te kunnen spelen op een situatie van inkomensterugval, zoals bij werkloosheid, arbeidsongeschiktheid, echtscheiding), schulden als gevolg van verslaving en ‘overlevingsschulden’. Deze laatste betreffen schulden die ontstaan als gevolg van het voorzien in de noodzakelijke kosten van het bestaan. Mensen die langdurig moeten leven van het minimum en hoge vaste lasten hebben, kunnen buiten hun schuld helemaal financieel klem komen te zitten. Niet-armen hebben er vaak geen benul van wat het betekent om langdurig van het minimum afhankelijk te zijn. In die zin vormen voedselbanken een signaal dat de garantieformule van de verzorgingsstaat onvoldoende werkt.

Ik sluit mij met het bovenstaande aan bij de benadering die te vinden is in de ‘Verklaring Meer dan voedsel alleen’, die uitgegeven is door de kerkelijke Werkgroep Arme Kant van Nederland. (Werkgroep Arme Kant van Nederland/EVA, Verklaring Meer dan voedsel alleen, 18 november 2006, te downloaden via http://www.armekant-eva.nl/. Zie ook de uitgave van de Protestantse Gemeente Amsterdam, Meer dan voedsel alleen. Hoe betrokken partijen in Amsterdam Zuidoost samen armoede bestrijden, Amsterdam 2006, via http://www.diaconie.org/).
In de ‘Verklaring Meer dan voedsel alleen’ lezen we onder meer: ‘Wij zien de voedselbanken als een signaal voor de noodzaak van structurele maatregelen ter bestrijding van armoede in Nederland (...). Wij roepen daarom samenleving en politiek op om zich te verplichten tot intensief beleid en maatregelen om verarming tegen te gaan.’

Genoemd worden dan:
- beleidsmaatregelen die leiden tot een structurele verbetering van de positie van armen;
- het verbeteren van het functioneren van uitvoeringsinstanties, sociale dienstverlening, schuldhulpverlening, maatschappelijke hulpverlening, woningbouwcorporaties, nutsvoorzieningen, ook in hun onderlinge samenhang en met aandacht voor preventie;
- het ondersteunen van mensen in armoede, om hun isolement te doorbreken;
- het ondersteunen van mensen in armoede om hun zelfredzaamheid te vergroten. De samenleving is zo ingewikkeld geworden dat kwetsbare groepen actieve steun nodig hebben om de weg er in te vinden.

Dit wordt dan uitgewerkt in een groot aantal aanbevelingen voor maatschappelijke, politieke en kerkelijke instanties. Uitdrukkelijk wijst de verklaring ook op nog een doelstelling van de voedselbanken, namelijk het signaleren van de enorme verspilling die onze samenleving kenmerkt. Je hoeft alleen maar eens te gaan kijken bij de grote loods van de voedselbank in Rotterdam en de pallets met voedsel en andere spullen te zien, die anders vernietigd zouden worden, om het belang daarvan te zien.

Het lijkt mij dat deze verklaring en de daarin bepleite inzet de PvdA-beleidslijn in gemeenteraad, Provinciale Staten en parlement kunnen versterken en een steun betekenen voor staatssecretaris Aboutaleb. Daarom is het aan te bevelen om er goed kennis van te nemen.

Wilt u reageren op deze column? Mail naar Secretariaat@zingeving.net.


Welkom