Een
sociaal jaar voor elke jongereSociale dienstplicht of maatschappelijke stage?
Naar aanleiding van een vraag van PvdA-voorzitter Michiel van Hulten of er
binnen Trefpunt gedachten leven over sociale dienstplicht, heeft hierover een
discussie plaatsgevonden in Trefpunt met onderstaande notitie als resultaat.
Trefpunt is van plan in mei 2007 een publieke discussie te organiseren.
Geschreven reacties ter voorbereiding zijn welkom.
1. Doelstellingen
Een sociale dienstplicht en/of maatschappelijke stage worden om de volgende
redenen bepleit:
- Sociale verbanden tussen jong en oud worden versterkt
- Banden tussen school en maatschappij worden versterkt
Jongeren
- krijgen een sociaal bewustzijn, komen in aanraking met andere mensen in een
andere omgeving
- leren interculturele communicatie
- oefenen solidariteit
- leren de sociale kaart van Nederland kennen
- leren de ‘zorgkant” van het bestaan kennen
- leren omgaan met mensen van verschillende sekse, sociale afkomst, geaardheid
en etnische achtergrond
- kunnen hun volwassenwording versnellen
- oriënteren zich op de samenleving na hun schooltijd
- leren actief deel te nemen aan de maatschappij
- voor zover reeds met grote problemen, kunnen worden aangepakt
- voor zover ontspoord of bijna ontspoord kunnen worden bijgestuurd
- voor zover van allochtone afkomst zullen sneller integreren
- maken kennis met een collectieve verantwoordelijkheid voor maatschappelijke
taken
- krijgen de kans zich te bewijzen op de arbeidsmarkt
- ondergaan een soort inburgeringsritueel
De belangrijkste kanttekening die hierbij kan worden geplaatst is de aanname dat
deze doelstellingen niet (kunnen) worden verwezenlijkt binnen de huidige
samenleving. Daarin volgen jongeren een schoolopleidingen en gaan en dan arbeid
verrichten. Voor wie niet op eigen benen kan staan of maatschappelijk en sociaal
onvoldoende zijn ingepast, zijn er talloze voorzieningen om mensen, jong en oud,
te assisteren en te corrigeren. Is dat alles ontoereikend? Zo ja, is sociale
dienstplicht dan wel een antwoord?
2. Type werk
In de discussies vind je weinig concrete voorbeelden van het type activiteiten
waaraan men denkt bij sociale dienstplicht.
Genoemd worden: werken in verzorging van oud en jong, hulp in de verpleging,
werk in de natuur, werken bij de brandweer.
Voordelen:
- werk dat blijft liggen, zal nu aandacht krijgen.
Nadelen:
- de oorzaak waarom werk in onze samenleving blijft liggen, wordt niet
aangepakt. Is dat werk dan niet nuttig en nodig? Willen wij niet betalen voor
zorg en onaangenaam werk?
- jongeren zullen anderen van de arbeidsmarkt verstoten
- voor vrijwel alle werkzaamheden is tegenwoordig een zekere deskundigheid
vereist die vaak niet in korte tijd is te verkrijgen.
3. Hoe organiseren?
In de discussie kristalliseren zich twee wegen uit:
1. de sociale dienstplicht in z’n oorspronkelijk vorm, dat wil zeggen: elke
jongere is verplicht bijvoorbeeld gedurende een jaar zijn of haar sociale dienst
te vervullen
2. a. de maatschappelijke stage, in of aansluitend aan het voortgezet onderwijs.
Elke jongere werkt ten minste een half jaar in een andere omgeving dan waarvoor
hij of zij wordt opgeleid.
2. b. een variant is deze stage verplicht te stellen: geen diploma zonder
maatschappelijke stage in een andere omgeving dan waarvoor je wordt opgeleid.
Nadeel van de sociale dienstplicht zoals in 1 beschreven is dat er een enorm
apparaat moet worden opgebouwd om een gekozen regeling uit te voeren: een
bureaucratie met veel handhavingsproblemen die niet opwegen tegen de voordelen.
Een ander vrijwel onoverkomelijke probleem van 1 zijn de juridische
belemmeringen: deze vorm van verplichte arbeid wordt expliciet verboden in 4 van
het Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele
Vrijheden en in artikel 8 van het Internationale Verdrag inzake Burgerrechten en
Politieke rechten. Uitzonderingen worden alleen gemaakt voor de militaire
dienstplicht en acute noodsituaties.
Bij variant 2 worden, afhankelijk van de organisatie, opnieuw maatschappelijke
taken aan het onderwijs toegevoegd. Daar is op zichzelf niets tegen; er is zelf
veel voor te zeggen. Wel moeten daarvoor voldoende middelen worden vrijgemaakt.
Bedacht moet worden dat ook deze variant veel organisatie vergt: scholen moeten
bijvoorbeeld intensiever gaan samenwerken met gemeenten en maatschappelijke
organisaties.
Januari 2007
Kees Waagmeester, secretaris Trefpunt
Reactie: Geef beloning voor sociale
‘dienstplicht’
Februari 2007, door
Johan van Workum
Een sociale dienstplicht zoals de vroegere militaire dienstplicht stuit op
allerlei bezwaren, zoals dat het niet mag van internationale verdragen. Maar met
een vrijblijvend aangeboden maatschappelijke stage bereik je ook niet zo veel.
‘Geen diploma zonder maatschappelijke stage’ is ook geen oplossing. Het vergroot
vooral het legertje jongeren dat voortijd en zonder diploma school of opleiding
verlaat.
Er licht een veel breder grensgebied tussen plicht en vrijblijvendheid. Je hoeft
niet degene te straffen die de maatschappelijke stage niet doet, je kunt ook
degenen belonen die het wèl doen.
* Geef flink wat studiepunten voor de maatschappelijke stage (met navenante
correctie op het totaal vereiste aantal studiepunten).
* Geef een hoger minimum(jeugd)loon, waarbij degenen zónder maatschappelijke
stage lager instappen en een lager volwassenen-minimumloon houden.
* Spreek in CAO’s af dat je mèt maatschappelijke stage een trede hoger in de
loonschaal start.
* Zorg voor aantrekkelijke marketing van stageplaatsen, met vooral nadruk op de
kansen die het biedt, en zonder 'moeten' en gedreig met straffen.
* Zorg voor een soepel lopende organisatie met positief imago.
* Regel een convenant tussen opleidingsinstituten en sociale partners, waarin
zij garanderen dat er voldoende stageplaatsen zullen zijn. Zodat we niet zitten
met allochtone jongeren die hun beroepsopleiding niet kunnen afmaken omdat ze
niet worden aangenomen op stageadressen, terwijl we intussen wel verhalen lezen
over bedrijven die Poolse jongeren werven voor Nederlandse stageplaatsen.
De beloningen voor het vervullen van de maatschappelijke stage zijn goed te
motiveren:
- meer levenservaring,
- werkervaring, arbeidsritme,
- blijk van betrokkenheid en verantwoordelijkheidsbesef
- gemiddeld zelfbewuster, doelgerichter, kortom: volwassener.
Overigens moeten we ook niet te angsthazig doen over een beetje aandrang. De
hoogtijdagen van de libertaire samenleving zijn voorbij, de behoefte aan meer
samenlevingsgevoel en een meer verantwoordelijke samenleving is ook in de
verkiezingsuitslag duidelijk geworden (SP wint van de meer libertaire PvdA en
van het sociaal-liberale GroenLinks).
Reactie: Vragen die Trefpunt aan de orde wil stellen
April 2007, door Trefpunt
Binnen Trefpunt is verder nagedacht over de sociale dienstplicht. Uit de
discussie is een flink aantal vragen naar voren gekomen, die in de discussie een
plaats verdienen: .... Waaruit blijkt dat “kennis nemen van de
samenleving door jongeren” problematisch is? Waarom is alleen de school
daarvoor onvoldoende?
.... Als het probleem slechts een klein percentage
jongeren betreft, is het dan zinvol om álle jongeren min of meer op
maatschappelijke stage te ‘sturen’? En wat de probleemgroep betreft: is
een maatschappelijke stage dan voor hen het geijkte instrument?
.... Is een maatschappelijke stage van drie maanden
wel voldoende? Waarom niet gedacht aan tenminste een jaar? Of ten minste
een half jaar?
.... Is de groep om wie het gaat, voldoende te
bereiken via het onderwijs? (Denk aan drop outs.) Als de scholen de
doelgroep slechts gedeeltelijk kunnen bereiken, moet er een aparte
instantie komen om de stages te organiseren?
.... Is het niet nodig de sociale partners, of in
elk geval de werkgevers, erbij te betrekken? Zoja, hoe: een convenant,
of wetgeving met een taak voor werkgevers/werknemers?
.... De regering wil dat jongeren tot hun 27ste
ofwel werken ofwel leren. Is de overheid gerechtigd een dergelijke
plicht opleggen aan (jonge) volwassenen?
.... Kan een maatschappelijke stage werken zónder
dat het verplicht wordt gesteld, dus een sociale dienstplicht? Zo nee,
hoe voorkom je een logge organisatie en handhavingsbureaucratie? Of
zouden scholen een niet landelijk verplichte maatschappelijke stage
juist kunnen zien als een kans om het keuzekarakter van burgerschap vorm
geven en zich te onderscheiden van andere scholen?
.... Uit welke werkzaamheden moet een
maatschappelijke stage of sociale dienstplicht bestaan: alleen
vrijwilligerswerk zoals in de nu al bestaande vrijwillige regeling in
het voortgezet onderwijs? Of ook ‘echt’ werk in sectoren waar nu handen
tekort zijn (zoals zorg, onderhoud publieke domein)? (Het regeerakkoord
laat dit in het midden.) Is er ook werk dat beslist ongeschikt is voor
maatschappelijke stages resp. sociale dienstplicht?
.... Moet de stage of dienstplicht financieel
beloond worden, met name als het ‘echt’ werk betreft? Of kan volstaan
worden met een beloning in de vorm van studiepunten of aantekening op
het diploma?
.... Kan als prikkel worden gehanteerd “geen stage,
geen diploma”? Of zal dat slechts het aantal schoolverlaters zonder
diploma vergroten?
.... Wat moet er georganiseerd worden op gebied van
stagebegeleiding en terugkoppeling naar onderwijsinstelling? Welke
condities moeten vervuld zijn om een maatschappelijke stage resp.
sociale dienstplicht zinvol te doen zijn?
.... Welke expertise is nodig om het kabinetsplan
te realiseren? En hoeveel geld?
Wilt u reageren op deze notitie? Mail naar
Secretariaat@zingeving.net.
|