De schuld van het kapitaal en de kansen voor een nieuw geluid
Juni 2010, door Leo Steinhauzer
'Het is de schuld van het kapitaal’. Deze regel uit het refrein van een oud liedje, komt steeds vaker in mijn gedachten.
De ene crisis stapelt zich op de andere. Wie begrijpt er nog iets van? Er is een ding dat alle mensen wel begrijpen. Dat is dat wij met zijn allen, de gewone burgers de rekening gepresenteerd krijgen Er zijn krachten werkzaam, die nauwelijks onder controle gebracht kunnen worden. De deskundigen twisten over de aanpak: wel of niet ingrijpen, teveel of te weinig, te vroeg of te laat. De problematiek is voor mij in elk geval een totaal ondoorzichtige brij geworden, waarover ik vergeefs mijn mening probeer te vormen. Dat maakt mij wanhopig en woedend. Ik voel me bedrogen. Het is een schande dat de politiek het zover heeft laten komen. Geld is bedoeld als ruilmiddel. Hoe kan het zo zijn verkwanseld, overgelaten aan de tomeloze krachten van de markt: het speeltje van rijken en machtigen die zoals altijd de rekening afwentelen op anderen. Het ergste is, dat we er allemaal aan meedoen. Ook sociaal-democraten. Zijn we alle oude analyses vergeten? Natuurlijk, de oude oplossingen van het socialisme werken niet of niet goed. Geleide economie en staatskapitalisme, zoals zich dat in de twintigste eeuw heeft gemanifesteerd moeten we niet op dezelfde manier opnieuw proberen. Het is jammer dat meer traditionele socialistisch partijen zoals de SP in Nederland te gemakkelijk op deze oude oplossingen terugvallen. Waar blijven de economen en filosofen, die de oude analyses opnieuw doordenken? Economie is een gedragswetenschap, geen ambacht, geen zelfstandig fenomeen met eigen wetten.
‘Een nieuwe lente en een nieuw geluid’
Zo begon Herman Gorter zijn omvangrijke lyrische dichtwerk ‘Mei’ dat in 1889
voor het eerst werd gepubliceerd in ‘De Nieuwe Gids’. Een gedicht sprankelend
van hoop en vernieuwingsdrift. Lezers van mijn eerdere columns weten dat ik
kritisch sta tegenover de PvdA. Dat komt misschien, omdat ik als kunstenaar
altijd bezig ben met vragen over het leven en de maatschappij. Ik moet er iets
mee doen. Ik probeer mijn ideeën in praktijk te brengen, desnoods tegen de
stroom van de samenleving in. Ik heb een ideaal nodig. Een vergezicht, dat ik
node bij de PvdA mis. Ik heb op een bepaald moment gekozen voor een leven met
‘Kunst en Kinderen’ in plaats van een betaalde baan. Van dag tot dag soms
struikelend proberen mijn ideeën over een nieuwe samenleving in praktijk te
brengen. Dit kon ik alleen doen dankzij mijn vrouw, waardoor een volledige
rolwisseling mogelijk was. Overigens volledig tot haar tevredenheid, want het
bood ook haar de gelegenheid om buitenshuis te werken in plaats van kinderen op
te voeden.
Niettemin heb ik me dikwijls alleen gevoeld, een eenzame strijder. En soms nog. Ik ben dikwijls voor gek versleten, of als zonderling beschouwd en in het meest positieve geval als ‘de kunstenaar.’ Hem is het net als de nar toegestaan naast de gebaande paden te treden. Ach, we hebben er niet veel onder geleden, al is het voor de kinderen soms knap lastig geweest. Ze hebben er ook veel van meegenomen. En gelukkig is er ook altijd positieve waardering geweest.
Op deze manier leverden wij tevens onze bijdrage aan emancipatie en feminisering van de maatschappij.
Onder het motto ‘Verbeter de wereld, begin bij je zelf’ maakten wij het persoonlijke politiek en bedreven wij buiten politieke kaders politiek. Ook al is het op zeer bescheiden schaal en in de marge van de samenleving.
Helaas ging de maatschappelijke ont wikkeling een andere kant op. Het neoliberalisme won terrein. Socialisme kwam op een zijspoor. Vrouwenkracht werd vooral gevonden doordat vrouwen zich massaal op de arbeidsmarkt begaven. Onze maatschappelijke orde echter is overwegend masculien gebleven. Multitasking en sociale vaardigheden maken de samenleving nog niet vrouwelijker.
Het kabinet viel, Wouter Bos vertrok als partijleider en Job Cohen trad aan. Het bezorgde mij wisselende gevoelens. De Uruzgan-kwestie zit me niet lekker. De keuze voor zijn gezin door Wouter Bos vind ik fantastisch. Het tactisch spel maakt me wantrouwend. In Job Cohen heb ik groot vertrouwen. De boel bij elkaar houden is een gevleugeld woord geworden. En hij kan het. Hij is een fatsoenlijk mens. Zeker en meer dan dat. Echter, het woord ‘fatsoen’, dat de rode draad is geworden in het beginselmanifest van de PvdA, klinkt mij te burgerlijk. Natuurlijk is fatsoen belangrijk in de maatschappelijke omgang. Ik denk dat het om ‘beschaving’ gaat. Dat is meer. Het betekent dat ethische waarden het handelen bepalen en niet alleen de afgesproken regeltjes. Socialisme, zeker sociaal-democratie, was ooit gebaseerd op beschaving. Op emotionele verontwaardiging over sociale misstanden en rationele gedachten over ethiek.
Wim de Bie, onze nationale mediator, stelt: ‘Er is tekort aan schaamte, twijfel en verlegenheid in de politiek’. Ik ben het daarmee eens. Het politieke bedrijf (inderdaad een ‘bedrijf’ geworden) is een podium voor grote ego’s, gelijkhebberij en machtsbeluste carričrejagers. De verleiding om de problematiek met krachtige uitspraken en maatregelen tegemoet te treden is groot. Het is een misvatting, dat de politiek gebaseerd moet zijn op ragfijn spel, spindoctors en mannetjesmakers. Het zal tenslotte niet werken. Mensen hebben behoefte aan uitzicht en als die er niet is horen ze liever de waarheid. Dat is beschaving en een groter wapen tegen de overlevingsangst die onze maatschappij domineert.
Zal Job Cohen erin slagen de PvdA op een hoger plan te verheffen en de politiek beschaving bij te brengen, zodat wij burgers weer vertrouwen kunnen krijgen in politiek en politici? Ik hoop het. Als er iemand toe in staat is, is hij het.
Wilt u reageren op deze column? Mail naar
Secretariaat@zingeving.net.
|