Omgaan met macht
Mei 2007, door Leo Steinhauzer
Vorig jaar kritiseerde ik op deze plek het gebrek aan inspiratie
dat het beginselmanifest van de PvdA mij gaf. Ik sprak mijn zorg uit
over de partij die toen nog leek af te stevenen op een grandioze
toekomst in een politiek leidende positie met Wouter Bos als premier.
Een jaar later gaan de sociaal-democraten rollebollend over straat en
lijkt men volslagen de koers kwijt te zijn. Het stukje dat ik aan het
schrijven ben lijkt met het uur te worden achterhaald door uitspraken en
commentaren die links en rechts worden gegeven. Het partijbestuur is
afgetreden, anderen verwijten Wouter Bos gebrek aan leiderschap. Wat kan
ik nog melden zonder me met ‘geneuzel’ in het rijtje critici te voegen?
De reactie van de PvdA is defensief en dat voelt de kiezer waardoor
de negatieve spiraal wordt versterkt. De toon is verontschuldigend of
ontkennend. Tegelijk probeert men de kiezer te behagen. Dat wekt
wantrouwen. Het verfrissende nieuwe van Wouter Bos is bovendien
inmiddels verdwenen.
De verkiezingen zijn achter de rug met een flink verlies; Wouter Bos is
geen premier; de SP is in opmars. Ik lijk mijn gelijk te hebben
gekregen. Het gebrek aan een inhoudelijke visie wordt nu breed naar
voren gebracht. Het is natuurlijk pijnlijk om verkiezingen te verliezen.
En de stembus bepaalt wel degelijk de mate van invloed voor de komende
jaren. Dat begrijp ik heel goed. Toch ben ik van mening dat die
gevoelens van teleurstelling het politiek handelen niet mogen bepalen.
Laten we de gelegenheid gebruiken voor een kalme bezinning. Ik geloof
dat er werkelijk iets moet veranderen in de politiek. Zowel in de
inhoudelijke politieke agenda als in de manier van politiek bedrijven.
De strijd om de kiezersgunst beheerst de politiek. En dat lijkt
begrijpelijk, want in de politiek gaat het immers om de macht. Zonder
macht kunnen we geen politiek bedrijven.
Maar is dat waar? Moet een partij streven naar zoveel mogelijk macht?
Inderdaad bepalen de machtsverhoudingen in het parlement welke regering
er komt en hoe lang die kan blijven zitten. De Tweede Kamer maakt de
wetten van het land. Als we dus iets van onze doelen willen realiseren,
zullen we een meerderheid moeten verwerven in het parlement.
Daar schuilt echter de fout die zo dikwijls door sociaal democraten
wordt gemaakt. Namelijk dat de doelen niet meer helder zijn en het
belang daarvan voor de mensen niet duidelijk meer is. In de ijver om
macht te vergaren worden de doelen soms onbedoeld verkwanseld. De
politieke vertegenwoordigers worden voortdurend in beslag genomen door
het politieke spel. Zij raken daardoor juist verder verwijderd van de
mensen die ze menen te vertegenwoordigen.
Men wil de kiezer behagen, door stevige standpunten en stoere taal,
waarvan men vermoedt dat die de kiezer welgevallig zijn. Daardoor wekt
men echter juist de indruk te draaien en onbetrouwbaar te zijn. Mensen
willen niet naar de mond gepraat worden. Tijdens de discussie na de
uitreiking van de Banningprijs in 2006 op de jaarvergadering van onze
vereniging, stelde ik voor om er maar recht voor uit te komen, dat de
politiek ‘Vies en Vunzig’ is. Alexander Pechtold mocht dat als pas
benoemd minister niet zeggen, omdat hij het aanzien van het eigen ambt
onderuit zou halen. Ook in de Rode Hoed reageerde men op mijn opmerking
afwijzend: als een niet ter zake doende opmerking; maar wel emotioneel,
want dit hoor je niet te zeggen. Er zijn immers zoveel oprechte
politici, die zich zeer veel moeite getroosten om binnen het politieke
systeem op integere wijze de samenleving te dienen.
Dat raakte echter niet de betekenis van mijn opmerking. Ik hecht
grote waarde aan onze westerse parlementaire democratie. Er zijn
gelukkig politici, die integer en kundig hun werk doen. Onze democratie
is niet ideaal, maar geeft in elk geval de ruimte om kritisch te zijn.
Het biedt op dit moment de beste waarborgen tegen machtsmisbruik in het
openbaar bestuur en de burger heeft daar een zekere invloed op. Maar we
moeten de beperkingen en de makken dan wel onder ogen durven zien. De
democratie is niet heilig. Het politieke spel wordt vaak onder de
oppervlakte gespeeld, is keihard en kan de politieke besluitvorming
danig vertroebelen. Mensen ervaren dat als vieze spelletjes. Het is lang
niet altijd duidelijk welk doel met het machtsstreven van politici is
gediend.
Juist ter wille van de democratie wil ik pleiten voor een
vermindering van de fixatie op de kiezersgunst. De democratie is niet
zozeer het middel om macht te vergaren, maar veeleer een regulerende
kracht om teveel machtsconcentratie en misbruik tegen te gaan. Dat is
een groot goed, laten we er zuinig op zijn. De PvdA moet niet bang zijn
om al dan niet tijdelijk een kleine partij te worden, want de macht is
secundair aan de politieke overtuiging. Als de SP de plaats van de PvdA
zou overnemen, zou dat helemaal niet erg zijn. De kunst is om het eigen
profiel voor het voetlicht te brengen. Als dat er niet is, kunnen we
altijd nog allemaal SP-er worden. Maar zonder gekheid: Op dit moment
draagt de PvdA regeringsverantwoordelijkheid. Laten we dat zo goed
mogelijk doen.
Hoe moet het dan verder met de PvdA? Een andere omgang met het
machtsstreven en concentratie op de politieke inhoud neemt de kiezer
serieus. Wouter Bos was onze lijsttrekker en is nu minister van
financiën en vice-premier. Er is een fractievoorzitter en een
interim-bestuur. Een leiderschapscrisis levert niets op. De partij kan
zich beter op de inhoud richten. Wat zijn de waarden waar de PvdA voor
staat, wat zijn de sterke en zwakke kanten? En wat is die behoefte aan
een sterk leiderschap die kiezers moet trekken?
Omdat macht zo’n allesbeheersende rol speelt in de menselijke
relaties en bij uitstek in de politiek, is het van belang dit tot een
politiek onderwerp te maken van de alledaagse werkelijkheid, want macht
corrumpeert nu eenmaal. ‘Macht is lekker‘, daarom wil iemand die macht
heeft die niet meer kwijt en heeft er alles voor over de macht te
behouden. Er is grote morele kracht nodig daar weerstand aan te bieden
en vooral ook controle toe te laten. Tevens doet zich het merkwaardige
voor, dat we vooral de macht ervaren die ons tegenwerkt en de macht die
we niet hebben. Ook voor gewone mensen is het heel vervelend als en
ander over ons leven beslist, voor ons wil bepalen waar de grenzen
liggen.
Te beginnen met een bezinning op de omgang met macht binnen het
partijverband ligt voor de hand. Want omgaan met macht moeten we. Dat
kan niet anders. Bezinning kan leiden tot nieuwe inzichten en mogelijk
nieuwe politieke initiatieven.
In de tweede plaats is het goed een analyse te maken van de partij en
haar geschiedenis door de jaren heen. Waar liggen de sterke en de zwakke
punten? Wat en hoe is er geleerd van de fouten die zijn gemaakt?
Het woord sociaal-democratie zou ik liever vervangen door het begrip
democratisch socialisme omdat dit het onderscheid tussen de benadering
van de macht, namelijk de democratie en de beoogde maatschappelijke
structuur en betrokkenheid, het socialisme, duidelijk aangeeft. Het
woord sociaal-democratie maakt er een onduidelijke eenheidsworst van. De
SDAP koos voor de weg van geleidelijkheid, tegen de gewelddadige
revolutie, tegen de dictatuur. En voor gematigde standpunten, die kans
maakten te worden verwezenlijkt. Het duurde tot na de Tweede
Wereldoorlog voordat de PvdA als opvolger van de SDAP
regeringsverantwoordelijkheid ging dragen. Gematigde standpunten
weliswaar en de geleidelijke weg, maar een duidelijk ideaal: een
socialistische samenleving, altijd gezien vanuit een internationaal
perspectief. De partij vertegenwoordigde ook een cultuur.
De zwakte ligt vooral in de ‘betweterij’, de pretentie het beter te
weten voor de mensen. Te grote overtuigingsijver. Machtsbelustheid: als
we de meerderheid maar hebben, met weinig begrip voor de opvattingen van
opponenten. En tenslotte een grote regelzucht die leidde tot veel
bureaucratie. Socialisme is geen panacee voor alle maatschappelijke
kwalen.
Wat kan er anders in de politiek? Hoe zou de PvdA zich beter kunnen
profileren? Het lijkt mij een goed idee om het omgaan met macht tot een
gezichtsbepalende factor te maken van de partij. Wouter Bos heeft daar
al vele aanzetten toe gegeven. In de Woutertapes is duidelijk te zien
hoe hij openheid stelt boven een glad politiek verhaal naar buiten toe.
Ik geloof dat dat heel belangrijk is. Hij toont een leiderschap dat uit
is op samenwerking, dat niet bang is om zijn kwetsbaarheid te tonen. Uit
de tapes blijkt ook dat Wouter Bos al lang aanvoelde dat een dergelijke
vernieuwing niet automatisch de kiezersgunst heeft. Het pleit voor hem
dat hij daarvoor niet opzij is gegaan.
Vind ik nu alles wat Wouter doet welgedaan? Beslist niet. Ik zou ook
graag willen dat de partij inhoudelijk zou vernieuwen. Onze liberale
behoefte aan vrijheid en democratie komt niet zomaar uit de lucht
vallen. Net zomin onze (sociale) behoefte aan solidariteit en ons
rechtvaardigheidsgevoel van eerlijk delen.
Deze beide menselijke verlangens gaan vaak niet samen en dan moeten
keuzes gemaakt worden voor het ene die ten koste gaan van het andere.
Ook hierop is bezinning nodig.
Wilt u reageren op deze column? Mail naar
Secretariaat@zingeving.net.
|