Zingeving.net discussiebijdrage: Prof. Bob Goudzwaard bij
Protestantse Werkgemeenschap:‘Economische dynamiek zelf moet ter
discussie’
‘We suizen met ontzaglijke snelheid in ons ruimteschip voorwaarts.
We kijken uit de raampjes, voelen geen beweging, ja zien de sterren
wijken. In het stelsel van de oneindige dynamiek van de wereldeconomie
is stilstand achteruitgang. VVD-leider Rutte is een voorbeeld van de
aanhangers van het idealisme dat we voor elke grens een oplossing kunnen
vinden door ons voortdurend aan te passen aan de dynamiek.’
Prof. Bob Goudzwaard hield bij de halfjaarlijkse bijeenkomst van de
Protestantse Werkgemeenschap in de PvdA op 11 november 2006 een
doorwrocht verhaal over de globalisering van de wereldeconomie en was
gevraagd daarbij de opkomst van grote landen als China en India te
betrekken. Er gaat veertigmaal zoveel geld om in de financiële markten
als in de reële economie.
De totale schuld van ontwikkelingslanden gaat
in anderhalve dag in de financiële markten de wereld rond. Deze markten
hebben de controle overgenomen van de politieke instituties. Nu we niet
meer spreken over “kapitalisme” lijkt het verschijnsel zich juist in z’n
volle omvang te presenteren. Het klassieke empire moest voor zijn
voortbestaan beschikken over militaire middelen, geld en communicatie.
Globalisering is een legitimatie, een platform dat wordt gebruikt om het
kapitaal in vrijheid te laten stromen om daarmee keizerlijke macht te
vestigen.
Paradoxen
Het beeld van het ruimteschip gebruikt Goudzwaard als een van de twee
mogelijke blikrichtingen om de globalisering te beleven; de blik van
binnenuit. Er is geen alternatief dan dat wij ons voortdurend aanpassen
aan de dynamiek van de wereldeconomie.
Van binnenuit gezien begrijpt men de paradoxen niet die zich steeds meer
aan ons voordoen: toenemende armoede binnen rijke landen, erosie van de
zorg, mensen die niet mee kunnen komen, meer haast, stress en burn-outs
terwijl we in theorie meer rust en meer vrije tijd zouden krijgen.
Goudzwaard: ‘De natuur en de tijd kun je niet tot grotere dynamiek
brengen.’ Regionale akkoorden die bedoeld waren om bescherming te
bieden, zetten juist aan tot globalisering.
Andere blikrichting
De andere blikrichting, die van buitenaf, levert een heel ander beeld
op. VN-rapporten wijzen er op dat we grenzen overschrijden waar we met
technische maatregelen niet meer achter terug kunnen. Ecosystemen kunnen
de zich vermenigvuldigende druk door menselijke activiteiten niet meer
aan en lopen grote kans de komende decennia te bezwijken. Vanuit de
dynamiek van de wereldeconomie zijn dergelijke grensoverschrijdingen
niet meer te bestrijden; de dynamiek zelf moet ter discussie staan,
aldus Goudzwaard.
Hij herinnerde aan uitspraken van kerken in Azië en Afrika die ons
vertellen dat de aanpassingen die aan hun landen worden opgelegd, niet
worden ervaren als bijdragen aan hun geluk. Eigen thuismarkten en eigen
cultuur worden vernietigd, armoede verdiept zich. Ook de bevolkingen van
die landen raken besmet met consumentisme en vallen voor het geloof in
groei en welvaart, terwijl ze de rijkdom van het genoeg vergeten.
Idealisme en realisme
Goudzwaard sloot zich aan bij een aanbeveling die binnen de Wereldraad
van Kerken wordt gedaan om verder te gaan dan het denken in termen van
een ideale wereld, maar om nu realist te zijn: te bestuderen wat er in
de wereld aan de hand is. Kerk en politieke bewegingen, zei Goudzwaard,
moeten zich bevinden aan de kant van de realisten en de consequenties
van de dynamiek voor de houdbaarheid van de aarde en de menselijke
samenleving onder ogen zien.
Co-referend prof. Hans de Knijff betoogde dat de structuren waarin we
leven, zoals de geldeconomie, machten zijn die bedoeld zijn om ten goede
te worden aangewend. Van het verwerpen van de machten moet dus geen
“belijdeniskwestie” worden gemaakt, zoals de reformatorische kerken
hebben gedaan in de Verklaring van Accra. Hij noemde dat een
“categoriefout”. Om het in oude termen te zeggen: niet de structuur is
ketters, maar de beginselen die eraan ten grondslag liggen. Want anders,
zei De Knijff, ‘gaan we nog mensen van het avondmaal weren die voor de
lol een reisje naar China hebben gemaakt’.
Zondag 42, vraag 110
Maar De Knijffs eerste reactie op het verhaal van Goudzwaard was zich af
te vragen hoe de persoonlijke verantwoordelijkheid zich verhoudt tot de
globaliserende wereldmarkt. Daarbij, zei hij, kon hij maar het beste
Zondag 42 Vraag 110 van de Heidelbergse Catechismus citeren, waar de
vraag wordt gesteld wat God in het achtste gebod verbiedt.‘God
verbiedt niet alleen het stelen en roven dat de overheid straft, maar
Hij noemt ook diefstal alle boze plannen en kwade praktijken, waardoor
wij trachten ons meester te maken van het bezit van onze naaste. Dit kan
gebeuren door geweld of met schijn van recht zoals bedrog met gewicht,
maat, waar en munt, verder door woeker of door welk middel ook maar dat
Hij verboden heeft. Ook verbiedt Hij alle hebzucht, evenals alle
misbruik en verkwisting van zijn gaven’. Hebzucht en verkwisting
dus, zei De Knijff, terwijl de vraag was wat het ‘gij zult niet stelen’
betekent.
Uiteraard werd in de discussie stilgestaan bij mogelijkheden om te
ontkomen aan de paradoxaal uitwerkende economische dynamiek. Goudzwaard
merkte daarbij op dat de Europese markt op zichzelf groot genoeg is om
zorg voor mensen en bescherming van het milieu voorop te zetten. Daarbij
zou de verwende samenleving volwassen moeten worden. ‘Dat betekent:
grenzen aanvaarden. Leven binnen grenzen is niet benauwend, integendeel.
Het sonnet levert de mooiste poëzie op’, zei Goudzwaard.
Verslag: Kees Waagmeester
Wilt u reageren op deze column? Mail naar
Secretariaat@zingeving.net.
|