Vereniging voor Zingeving en Democratie

Welkom

Actueel

Banningprijs

Trefpunt PvdA en levensovertuiging

Banning Werkgemeenschap voor de PvdA


Forum
 

Over generaties: tussen digitaal communiceren en de zondagsrust

Door Mariska Heijs, bestuurslid Zingeving.net

Sociologisch gezien behoor ik tot de pragmatische generatie. Algemeen gesteld ben ik opgegroeid naast mijn ouders, ken geen hiërarchische relatie tot die ouders, word passief als ik geen uitdaging ken en ben vooral gericht op het versnellen van besluitvorming. Ik zit klem tussen aan de ene kant een generatie die protesteerde of de kerk nog niet kon loslaten, die gericht is op samenwerking, maar ook ‘verloren’ was omdat ze in de jaren tachtig niet aan de bak kwam en aan de andere kant een generatie die niet weet wat een grammofoonplaat of een typemachine is, zonder mobiel niet op tijd op een afspraak kan komen en handiger digitaal communiceert dan van mens tot mens.
Dit is mijn positionering in de wereld der generaties. Begrijp ik die andere generaties eigenlijk wel?

De afgelopen jaren heb ik een aantal situaties tussen generaties meegemaakt die in het licht van levensvragen en zingeving mij aan het denken zetten. Het gebeurde vooral na de studietijd. Het voelde alsof het vrije leven ten einde was en de wereld der volwassenheid zich openbaarde: ik ging werken.

Werken begon met de vraag hoe je samenwerkt met mensen die een stuk ouder zijn, maar die op de werkvloer met jou op gelijke voet staan. Het werk gebeurt, samen, maar tegelijkertijd bekruipt me vaak het gevoel dat beleving, intenties en ideeën over het samen doen toch anders zijn. Waarvoor werk je? Om brood op de plank te krijgen, je kinderen te voeden, om de dag zinvol door te brengen of om je ambities ten toon te stellen?

Vaak wilde ik een diepgaand gesprek aangaan op de werkvloer. Maar ik realiseerde mij dat veel mensen daar geen behoefte aan hadden, of niet begrepen waar ik mij met mijn minder dan dertig jaren zo druk om maakte. Ik zocht aansluiting bij ouderen. Dat ging goed. Met de jongeren soms juist wat minder. Ik probeerde te verklaren waarom ik soms beter met oudere generaties op kon schieten dan met jongere, en ik vroeg mij af of je vrienden kon worden met iemand die zo oud is als mijn moeder. Vragen die voordat ik ging werken eigenlijk niet aan de orde waren, omdat ik altijd in mijn peergroup, mijn leeftijdsgroep, functioneerde. Wellicht sloten mijn levensvragen en zoeken naar zingeving meer aan op de ervaringen van de ouderen.

Een aantal jaren geleden stapte ik in een vrouwennetwerk van een politieke partij. Een netwerk van zo’n zes vrouwen, variërend in leeftijd van dertig tot zestig. Uitgangspunt was een keer per jaar een workshop te organiseren over vrouwelijk leiderschap. Voorafgaand aan de organisatie discussieerden we veel over de rol van de vrouw op de werkvloer. Verrassend was het om te constateren dat ik op mijn dertigste op sommige fronten op gelijke voet stond met de vrouwen van zestig. Verrassend ook hoeveel kansen ik heb kunnen grijpen zonder dat een onzichtbare hand van de samenleving of familie mij weerhield van het bereiken van mijn dromen, want deze vrouwen hadden zoveel belemmeringen ervaren. Hoezeer ik ook soms vergeleken wordt met Jeanne d’Arc, deze vrouwen hebben een strijdlust die ik niet ken. Een strijdlust tegen het ongrijpbare beeld van de vrouw, tegen een wereld die hen niet laat zijn wie ze zijn, een wereld waarin onzekerheden, die alleen vrouwen zogenaamd hebben, niet mogen bestaan, en bovenal een strijdlust tegen de man. Het waren mooie gesprekken.
Minder mooi vond ik debatten die ook in de partij werden gehouden en waar de rode strijd nog gevoerd werd. Regelmatig vroeg ik mij af of ik ook zo tegen die man moest strijden. Of ik ook een netwerk van vrouwen moest gaan creëren, zoals mannen. Old boys’ network, dan ook Old women’s network. En dus visitekaartjes van vrouwen verzamelen en als iemand een opdrachtnemer zoekt dan vooral een vrouw aanprijzen. Zoals mannen mannen aanprijzen. Hoe ver moet je gaan? Ik herken deze wedijver niet uit mijn generatie.

Ruim twee jaar geleden werd ik benaderd voor het bestuur van Zingeving & Democratie. Het bestuur kampte met veroudering en zocht verjonging. Het thema van de vereniging en de wens jong bloed op te nemen, spraken mij aan en ik nam zitting in het bestuur. Praten over zingeving en de rol die politiek daarbij speelt boeit mij, zeker wanneer verschillende generaties hun visie op de samenleving, hun beleving en vragen over zingeving met elkaar delen. We komen regelmatig tot hele mooie discussies. Ik denk dat door generaties met elkaar in contact te brengen, gedeelde waarden tot stand komen die weergeven waar onze samenleving nu staat. De diepgang die tot stand komt wanneer generaties met elkaar in gesprek komen, ervaar ik als bijzonder verrijkend.

Blijft de vraag overeind: begrijp ik die generatie die de kerk nog niet kon loslaten eigenlijk wel? En de generatie die slechts tien jaar jonger is dan ik, die digitaal is opgevoed, begrijp ik die? Waar sta ik eigenlijk met mijn geboortejaar 1977? De kerk werd in mijn jeugd losgelaten, email en internet kwamen op de universiteit en ik zoek immer naar een diepgaande discussie van mens tot mens over het leven. Is dat pragmatisch?

Wilt u reageren op deze column? Mail naar Secretariaat@zingeving.net.


Welkom