Zingeving.net columnVrouwen, Religie en het Kapitaal
Door Leo Steinhauzer, bestuurslid Zingeving.net
We leven in een dolgedraaide maatschappij waarin alles op zijn kop staat.
We zijn rijk, maar met de economie is het zorgelijk gesteld, omdat elders in de
wereld anonieme banken hun eigen spel spelen in de geldhandel, waardoor zich
economische processen voltrekken, die niets meer te maken hebben met het
dagelijks leven van mensen, die een zinvol bestaan willen hebben en graag werken
om zich enig comfort te kunnen verschaffen. Voetballers verdienen gigantische
bedragen. De sport is zo geprofessionaliseerd, dat de financiële belangen een
grotere rol spelen dan de sportieve. Terwijl de problemen in de jeugdzorg
toenemen, blijven we praten over kinderopvang, omdat beide ouders nog meer voor
de arbeidsmarkt en carričre (lees: meer inkomen) beschikbaar moeten zijn. Het
opvoeden van kinderen en de zorg voor een gezin is nog steeds geen werk. En
vrouwen staan vooraan in de rij om dat te verkondigen.
De brandhaarden in de wereld baren grote zorgen, maar oproepen voor geweldloze
strijd horen we niet meer. Ook in ons land zien we de tweedeling in de
maatschappij die is voorspeld groter worden. We zijn er tevoren voor
gewaarschuwd. En de Partij van de Arbeid werkt daar ondanks betere bedoelingen
volop aan mee.
Vroeger zagen de idealen voor een betere maatschappij vanuit
sociaal-democratisch oogpunt er anders uit. We streefden naar een goed leven,
rechtvaardig, zodat de geneugten en de zorgen een beetje gelijk verdeeld zijn.
Zinvol werk en kennis voor iedereen bereikbaar. Goede zorg voor degenen aan wie
om wat voor reden dan ook niet dezelfde eisen kunnen worden gesteld. Kortom, een
samenleving waarin het voor iedereen een beetje leuk en prettig is.
Maar waar komen we uit? Bij een overheid die steeds meer de voeling met de
bevolking verliest. Bij politici die zich met alle middelen inspannen om de
gunst van de kiezer te winnen. En wat vraagt het volk? Het Volk vraagt om ‘Brood
en Spelen’.
Het moet weer regel worden om veertig uur te werken roept een minister, alsof
er nog niet welvaart genoeg is. Wat is er gebeurd met de idealen van de jaren
zestig?
De vrouwenbeweging heeft in de emancipatiestrijd haar belangrijkste zaak
verkwanseld: het verzorgen en opvoeden van kinderen en het huishouden worden nog
steeds niet als werk beschouwd. De vrouwen die vroeger waardering voor hun werk
als huisvrouw zo node misten, omdat dat werk economisch niet werd gewaardeerd,
zelfs niet werd gezien, hebben nu hun eigenwaarde helemaal verloren. Ze doen het
er wel bij. Eigenlijk zijn we achterop geraakt vergeleken met de periode voor de
tweede emancipatiegolf. Het feminisme is masculien geworden, de waarden van
macht en geld, werk en stoerheid zijn geďncorporeerd. Kinderen moeten niet
opgevoed worden, maar opgevangen en strenger aangepakt. De door vrouwen
opgebouwde ervaring en kunde waar het de opvoeding en verzorging van kinderen
betreft - in de eeuwen van het bestaan der mensheid opgebouwd - wordt in de
uitverkoop gedaan. Nergens wordt gehoord dat deze van belang is en hogelijk zou
moeten worden gewaardeerd, gestimuleerd en erkend. Neen, kinderen opvoeden is
een privé-zaak. Net als het geloof en de liefde.
De zaak die ik bepleit kan gemakkelijk verkeerd worden uitgelegd. Het kan erop
lijken dat ik vrouwen weer terug wil brengen naar hun ‘natuurlijke’ taken achter
het aanrecht, hen wil beperken tot het baren en opvoeden van kinderen. Hen een
carričre en economische zelfstandigheid zou misgunnen. Niets is minder waar. En
ik heb recht van spreken, want meer dan 35 jaar heb ik hun zaak tot de mijne
gemaakt. Op mijn manier, want ik ben een man. Ik kijk en oordeel dus niet als
een vrouw. Ik werd me daar al snel van bewust in de tijd dat ik actief was
binnen de vrouwenbeweging Dolle Mina, waar ik indertijd zeer van gecharmeerd was
en waarop ik mijn hoop had gevestigd. Mijn conclusie was echter, dat ik de
vrouwenemancipatie aan de vrouwen moest overlaten en dat mannen zich moesten
bemoeien met hun eigen emancipatie. Ik besloot een eigen koers te gaan varen op
grond van mijn eigen ongenoegen over taak en rolverdeling tussen mannen en
vrouwen met grote gevolgen voor mijn carričre, mijn inkomen en mijn geluk. Want
al verdien ik nauwelijks geld, ik kan het leven lijden dat ik goed vind. Ik heb
mijn eigen kinderen, stiefkinderen en flink aantal pleegkinderen groot gebracht.
Ik heb me een hoge mate van vrijheid verworven zonder geld en voel me daar
desondanks gelukkiger bij.
De PvdA heeft geloof nodig. Daar is het na Joop den Uyl steeds meer aan gaan
ontbreken. Want Joop den Uyl had dan weliswaar gebroken met zijn gereformeerde
jeugd, een gedreven gelovige is hij gebleven. Ik memoreer dat, omdat nu de
verhouding tussen religie en de politiek zo volop in discussie is, ik dit aspect
aan de discussie wil toevoegen. Marleen Barth wees in haar toespraak voor de
Banning Werkgemeenschap op 5 april op het belang van taal en religie. Ik denk
dat zij daarmee een belangrijk punt aansneed. Want religieuze taal is niet per
definitie vanzelfsprekend en kan tot veel misverstanden aanleiding geven. Bij
voorbeeld in het verschil van begrip van en tussen fundamentalistische en
vrijzinnige stromingen. Dezelfde woorden kunnen tot totaal tegengestelde
conclusies leiden. Hoe lezen wij teksten? Al te gemakkelijk wordt er gezegd: er
staat dit of er staat dat. Waarbij men zich niet realiseert dat teksten altijd
worden geďnterpreteerd en dezelfde tekst door een ander heel anders kan worden
gelezen.
Het grootste kwaad schuilt in de overtuiging van het eigen gelijk.
Fundamentalisme of orthodoxie is niet erg en kan zelfs heel plezierig zijn als
het een duidelijke levenskeuze vertegenwoordigt. Zoiets komt ook in de seculiere
politiek voor. Dan heet het principieel of radicaal. Dogmatiek wordt ideologie
genoemd. Het verschil tussen partijpolitiek en religie is niet zo groot.
Problematisch wordt het als iemand zijn opvatting aan een ander wil opdringen.
Dan ontstaat ‘de ware kerk’ of de ware politieke doctrine. We kennen allemaal de
gevolgen ervan in christendom, islam, fascisme en communisme.
Maar geloof hebben we nodig binnen de PvdA. En het vermogen om te luisteren. Aan
dat laatste ontbreekt het veel te veel. Politiek actieve mensen horen helaas
maar al te vaak vooral zichzelf graag praten. En willen met succesjes hun eigen
ego strelen.
‘Wat dunkt u van de mens?’ vroeg Banning.
Mij dunkt dat het goed zou zijn als de Partij van de Arbeid dit tot zijn
belangrijkste principe zou maken. Zowel programmatisch als in het politieke
handelen.
De mens, dat zijn wij en onze medemensen. We willen een samenleving waarin het
prettig is te leven en waarin we ons veilig voelen; waarin ieder mens anders mag
zijn, waarin we vechten tegen kinnesinne. Waar gedoogd wordt en de regels er
zijn om mensen te helpen en niet om te binden. Waar een arbeidsmoraal is ten
behoeve van mensen. We werken om te leven en we leven niet om te werken. We
willen een zinvol bestaan hebben en belangrijk zijn voor onze naaste omgeving en
misschien soms iets ruimer: voor de hele maatschappij.
Geld is er als een middel om de ruilhandel makkelijker te maken, maar niet als
doel op zichzelf. Marktwerking is een sociologisch gegeven, maar geen
zelfstandige waarde. We willen een wereld waarin de aandelen- en optiehandel
niet langer een spelletje is voor diegenen die het zich kunnen permitteren en
daarmee de wereld in hun macht krijgen. Onze maatschappij is geen monopolyspel.
Laat voetbal weer sport worden in plaats van het keiharde bedrijf waarin grote
financiële belangen een veel grotere rol spelen dan het spelletje.
Laten we proberen voor ‘Nieuwe Politiek’ een nieuw type politicus te creëren. De
man waarvoor ik veel bewondering had en die grote invloed op mijn politieke
ontwikkeling heeft gehad was Joop Voogd. Een bescheiden politicus zonder groot
ego, maar met groot gezag in Kamer en fractie, integer en toch gedreven.
Wat mij betreft het voorbeeld van een politicus, van wie ik zou willen dat die
in de toekomst het beeld van de politiek kan gaan bepalen.
Wilt u reageren op deze column? Mail naar
Secretariaat@zingeving.net.
|