Zingeving.net columnEen ‘fatsoenlijke samenleving’ is nog
geen maatschappijvisie
Door Leo Steinhauzer, bestuurslid Zingeving.net
Een spook waart door Europa - het spook van het communisme. Zo begon 158 jaar
geleden het communistisch manifest van Karl Marx en Friedrich Engels. Het werd
besloten met de oproep: “Proletariërs aller landen, verenigt u”.
De kracht van deze tekst wordt ontleend aan twee zaken: de toon wordt gezet door
de positie van de beweging tegenover haar tegenstanders met kracht te bepalen
(“Alle machten van het oude Europa hebben zich tot een heilige drijfjacht tegen
dit spook verbonden, de paus en de tsaar, Metternich en Guizot, Franse radicalen
en Duitse politiemannen”). En een samenbindende oproep tot slot motiveert de
lezer die zich aangesproken voelt, want aangesloten bij een groep voelt de
zwakke, enkele stem zich sterker.
Zijn het zulke zinnetjes die ik mis in het nieuwe beginselprogramma? Ik weet
het; het gevaar van de retoriek schuilt erin dat de inhoud wordt verwaarloosd
ten dienste van het machtsspel. Of is de inhoud wat mij betreft niet in orde? Ik
heb argumenten voor beide.
Positief wil ik beginnen te stellen, dat de PvdA en haar leider Wouter Bos
zonder machtsvertoon en zonder populistische mannetjesmakerij hun weg gaan in
het politieke spectrum. Ik vind dat een goede zaak en ik denk dat een deel van
de winst van de PvdA is te danken aan het kalme en niet al te direct op politiek
gewin uit zijnde optreden van Wouter Bos.
Toch zit hierin de kern van mijn zaak: in de politiek gaat het bovenmate om twee
dingen: inhoud en macht. Mijn zorg is dat die twee zaken te weinig expliciet
worden beschouwd. Als het ware terloops (intuïtief) gaat men ermee om. Maar
zonder een duidelijke en helder visie op deze zaken zal men snel ten onder gaan
in de problemen van alledag.
Inhoud en Macht. Dat is het strijdperk van de politiek. Het is doel en middel en
speelt zich voortdurend, afwisselend en tegelijkertijd, vaak volslagen onhelder
af. Het is niet voor niets dat politiek smerig wordt gevonden en dat er groot
wantrouwen heerst tegen het politieke bedrijf. Dit zal zo blijven als het
politieke bedrijf zelf niet wordt aangepakt. Dat is nog niet zo eenvoudig.
Roepen om transparant beleid, duidelijkheid, minder regels, handhaving, tegen
achterkamertjespolitiek, dualisme en dergelijke lost op zichzelf niets op, want
het politieke bedrijf is een brij van belangen, tegenstellingen, doelen, al dan
niet verborgen agenda's en de angst daarvoor, meningen en meningsverschillen,
nuanceringen en persoonlijke tegenstellingen rivaliteit, teleurstellingen,
gretigheid en noem maar op.
Wat is de meerwaarde van de PvdA? Wat is de inbreng geweest van de PvdA in acht
jaar paars kabinetsbeleid? Wat hebben we kunnen bereiken van onze idealen? Is er
wel eens werkelijk geëvalueerd wat het effect van ons politieke handelen is?
Hoe tegenstrijdig het ook lijkt in deze tijd van fantastische peilingen en
succes bij de raadsverkiezingen, ik maak mij grote zorgen over de PvdA. De
partij heeft geen karakter meer. Het beginselprogramma van 1977 was natuurlijk
een onding. Geheel in de geest van die tijd een soort blauwdruk van de ideale
samenleving, die we toen voor ogen hadden. Maar we wisten wél wat we wilden. Er
was een visioen. Met het verlies van zijn ideologische veren is de partij een
kleurloze geplukte kip geworden. Er moest natuurlijk wel iets veranderen, maar
is er werkelijk geleerd van de fouten van de jaren zeventig? Waarom is dat
tweede kabinet-Den Uyl er niet gekomen? En waarom was er zoveel weerstand? Waren
dat werkelijk de uit de hand lopende uitgaven? Het potverteren zoals de VVD
sneerde? Waren het de persoonlijke tegenstellingen tussen Den Uyl en Van Agt? Of
was er meer aan de hand? De cultuur van grove zelfoverschatting van het eigen
gelijk? Het - als het mogelijk was - in naam van de democratie overrulen van
bijna de helft van onze gemeenschap door het meerderheidsprincipe van de helft
plus één?
Een werkelijke evaluatie heeft nooit plaats gevonden. Met de val van de
Berlijnse muur is ook de socialistische bodem uit de PvdA gevallen. Het
socialisme was eerder toch min of meer het ijkpunt. Weliswaar
sociaal-democratisch, dus gematigd en langs de weg der geleidelijkheid, via de
parlementaire democratie. Socialisme raakte uit de mode en er kwam niets voor in
de plaats. Er ontstond het paarse alternatief: op zichzelf heel goed. Dit gaf
ruimte in de politiek. En voor de PvdA de mogelijkheid andere invalshoeken te
volgen. Maar is de liberale invloed niet heel groot geworden met alleen het
staatsmanschap van Kok, maar zonder ideologische mantel? Paars was liberaal,
getemperd door sociaal-democratische bestuurskracht. Dat is ons in 2002
opgebroken. De PvdA was een pluchepartij geworden.
Biedt het nieuwe beginselmanifest een alternatief?
Het is niet allemaal verkeerd, maar het inspireert mij niet en het ontbreekt aan
een visie op onze samenleving, een nieuw democratisch-socialisme, of een nieuwe
sociaal-democratie. Het is in de lijn van het postmodernisme fragmentarisch.
Bovenal stoort het me dat het reactief is. Het is geschreven naar aanleiding van
de politieke gebeurtenissen van 2001 en 2002. De dingen die de idealen van de
sociaal-democratie worden genoemd, zijn niet specifiek. Ze zouden ook voor
christen-democraten en liberalen kunnen gelden. Er spreekt geen specifieke
maatschappijvisie uit. Het kabinet-Den Uyl had als motto ‘spreiding van kennis,
inkomen en macht’. Dat zou nu heel actueel kunnen zijn. Het eerste kabinet Kok
deed het met ‘werk, werk, werk’. Ook dat zou het in deze tijd nog goed doen,
hoewel daaruit al veel minder blijkt hoe we de samenleving zouden willen
organiseren.
Nu loopt als rode draad ‘een fatsoenlijke samenleving’ door het
beginselmanifest. Wat me dwars zit is niet de burgerlijke toon die aan dat woord
kleeft, maar de betekenisloosheid of juist de vele betekenissen die eraan
gegeven kunnen worden. Je kunt er alle kanten mee op.
Wilt u reageren op deze column? Mail naar
Secretariaat@zingeving.net.
|