Vereniging voor Zingeving en Democratie

Welkom

Actueel

Banningprijs

Trefpunt PvdA en levensovertuiging

Banning Werkgemeenschap voor de PvdA


Forum
 
Zingeving.net column

Een religieuze moraal voor Job Cohen

Door Richard Esser, bestuurslid Zingeving.net

Op de ledenvergadering van de Vereniging Zingeving.net van mei 2006 stelde ik mijzelf voor als kandidaat-bestuurslid en vertelde dat ik op zoek was naar een nieuw post-postmodernistisch fundament voor ons denken en handelen. Grote woorden waren dat.

De column van Leo Steinhauzer, waarin hij zich uitlaat over het nieuwe beginselmanifest van de PvdA, helpt mij nu om duidelijk te maken wat ik daarmee bedoelde. Hij vond het manifest te postmodern, te fragmentarisch. De ‘fatsoenlijke samenleving’ leek hem een vaag en betekenisloos ideaal. Niet dat hij terug wilde naar een blauwdruk van de samenleving, maar enige maatschappijvisie zou geen kwaad kunnen. Daarmee lijken we enigszins op dezelfde lijn te zitten. Maar ons verlangen naar grote of grotere woorden is geen streven naar propaganda en macht. Het gaat op z’n minst om het inspirerende effect dat ze op onszelf hebben.

Hoe zou dat voor Job Cohen zijn? Tijdens de recente conferentie Geloof en politiek sprak hij eveneens zijn teleurstelling uit over het beginselmanifest (Socialisme & Democratie 2006: 7/8, p.49-53). Waarden zoals solidariteit en gerechtigheid werden daarin wel genoemd maar niet uitgewerkt. Daardoor werden het, volgens hem, vrij loze kreten. Om zich te bezinnen op haar centrale waarden zou de sociaal-democratie daarom te rade moeten gaan bij religies en levensbeschouwingen. Maar wel ‘zonder dat dat betekent dat je zelf religieus bent of wordt’. Dit noemde hij de omgekeerde Doorbraak.

Het interessante is allereerst, dat Cohen problemen heeft met een gebrek aan overtuigingskracht in het manifest. Om dezelfde reden stelt Steinhauzer de retorische vraag of hij de retoriek van het communistisch manifest niet mist. Cohens twijfel sluit bovendien aan bij het commentaar van Hans Boutellier, directeur van het Verwey-Jonker Instituut, op de Sociale Agenda (de Volkskrant, 19-09-‘06). Die waardeert weliswaar de vele kleine initiatieven van burgers om elkaar op basis van een gemeenschappelijk belang te vinden, maar stelt ook dat het stimulerend kan werken als men zich weer deel weet van een grotere beweging. Blijkbaar ontbreekt het ons eerder aan motivatie dan aan motieven.

Anderzijds is het interessant dat Cohens utilistische benadering van religie er mogelijk voor zorgt dat het verlangen naar passie lastig te bevredigden is. Hij hoopt er slechts van te kunnen leren wat hij nodig heeft om de morele grondslagen van de sociaal-democratie te herdefiniëren. Daarmee loopt hij het risico om een minstens even nuttige (en gevaarlijke) eigenschap van religies over het hoofd te zien. Geloof is meer dan moraal, metafysica en mythologie. Het is een hele concrete ervaring van de wereld. Een kracht bovendien die mensen in beweging zet en gaande houdt. Het is een geesteshouding die niet gereduceerd kan worden tot een verzameling toetsbare waarheidsclaims en abstracte normen en waarden. Met andere woorden, het is de motivatie voorbij de motieven.

Ik heb de indruk dat veel kritiek op het beginselmanifest neerkomt op een gemis aan passie, aan iets dat de betrokkenheid van burgers bij politiek en maatschappij stevig aanwakkert. En deze inspiratie – of laat ik toegeven dat ik het over de liefde heb – kunnen wij nu religieus noemen. Maar moeten we nu allemaal ‘religieus’ worden? De twijfel die in deze vraag schuilt, is niet geheel onterecht.

Het is vrij gevaarlijk om een vuur aan te wakkeren zonder te weten wat de brandstof is. De inhoud van het geloof doet er zeker toe. Ik zal daarom de betekenis van het woord religie duidelijker afbakenen; niet door de inhoud, maar door de houding ervan vast te leggen. Religie betekent hier niet het aanhangen van een dogmatisch geloof waar andere mensen zich met gevaar op sociale uitsluiting aan moeten confirmeren. Ik ga er vanuit dat normen en waarden afkomstig zijn van mensen, en dat ze daarom tot stand moeten komen op het sociale speelveld. Met alle onzekerheden van dien. Als religie een passie is, een liefde die mensen drijft tot bepaald gedrag, dan is ze dat alleen wanneer ze vertrekt vanuit een acceptatie van die onzekerheid, en van de persoonlijke verantwoordelijkheid voor normen en waarden. Met andere woorden, het is in de eerste plaats een drijfveer om steeds weer opnieuw het debat aan te gaan met andersdenkenden, zodat er een dynamische consensus ontstaat over hoe wij met elkaar willen leven. De morele inhoud van het geloof is daar in het ideale geval het resultaat van.

Maar staat deze onzekerheid niet haaks op het verlangen naar de zekerheid van stevige, politieke slogans? Het Trefpunt kwam op een soortgelijk dilemma in haar commentaar op het beginselmanifest. Enerzijds was het goed dat oude sociaal-democratische idealen verwoord werden in de taal van nu. Begrijpelijk, uitnodigend en zonder dwingend over te komen. Anderzijds ontbrak het juist daardoor aan felle en uitgesproken standpunten waar dat nodig zou zijn.

De centrale vraag lijkt mij nu hoe we tolerantie en vrijheid behouden zonder de actieve betrokkenheid en zorg in de samenleving te verliezen. Of in termen van mijn post-post-modernisme: wat bevindt zich voorbij het anything-goes relativisme? Voorlopig kan ik daar slechts dit op antwoorden. ‘Religie’ is een overtuiging die durft te twijfelen en onderhandelen, maar ook een passie die het desondanks aandurft om stelling in te nemen. De balans daartussen is vrij diffuus, en dat is misschien onvermijdelijk. Maar gezien de behoefte om tegenwicht te bieden aan een verlammende, bijna absolute vorm van relativisme, is het goed om alvast een begin te maken met het innemen van een standpunt. Grote woorden hoeven, onder voorwaarde, niet geschroomd te worden. Wie wil leren van religies en levensbeschouwingen, leert niet alleen over morele grondslagen, maar vooral over het onvermogen om stil te zitten en niets te doen.

Wilt u reageren op deze column? Mail naar Secretariaat@zingeving.net.


Welkom