Vereniging voor Zingeving en Democratie

Welkom

Actueel

Banningprijs

Trefpunt PvdA en levensovertuiging

Banning Werkgemeenschap voor de PvdA


Forum
 

Religie/levensbeschouwing en sociaal-democratie

Door Bert Boer, lid van Trefpunt PvdA en levensovertuiging

Vanzelfsprekend of vanzelfzwijgend?

Het Trefpunt PvdA en levensovertuiging moet de PvdA op allerlei manieren ondersteunen om over de rol van religie en levensbeschouwing in samenleving en politiek een geprononceerder profiel te ontwikkelen dan nu het geval is.

Je krijgt de indruk dat de PvdA-leiding zich wat ongemakkelijk voelt wanneer diversiteit van geloofsovertuiging en levensbeschouwing in de partij en de plaats van religie en levensbeschouwing in de samenleving aan de orde komen. Uitspraken vanuit onze partij zijn nogal eens onzeker, onnauwkeurig en generaliserend. Ook de analyses zijn soms merkwaardig. In plaats van een constante en stevige mening moet je soms lang wachten op reacties op incidenten.

Het is van belang de vanzelfzwijgendheid over dit onderwerp te doorbreken. In plaats daarvan is behoefte aan relevant politiek spreken over de plaats van religie en levensbeschouwing, waarmee ik niet zeg dat onze partij een platform voor allerlei geloof en levensbeschouwing zou moeten worden.

Geloofsafval

Het is onnodig om in de partij discussies te hebben over het recht op vrijheid van godsdienst en levensovertuiging en het recht op vrijheid van denken en meningsuiting. Dus ook het recht om een geloof af te zweren en/of een ander geloof te omhelzen. Deze rechten zijn zodanig verankerd in internationale verdragen en in onze grondwet, dat zij mede de contouren van de rechtsstaat bepalen.

De handhaving van deze rechten en de bescherming van mensen die in dit opzicht belemmerd of zelfs aangevallen worden, verdienen de grootst mogelijke aandacht, ongeacht uit welke hoek deze rechten worden ondermijnd of genegeerd.

Fundamentalisme

Wel een onderwerp van belang is het verschijnsel fundamentalisme. In toenemende mate vormt fundamentalisme in vele religieuze en niet-religieuze stromingen een gevaar voor de samenleving. In veel samenlevingen is tien tot vijftien procent van de bevolking geneigd affiniteit te hebben met fundamentalistisch gedachtegoed, van welke aard dan ook. In landen die sterk door één of enkele religies zijn bepaald, zal dit vaak religieus fundamentalisme zijn. Waar religie minder sterk leeft, uit fundamentalisme zich vaak in ideologische, nationalistische en culturele vormen (met gevaarlijke verbindingen met ethnicisme, racisme, etc.).

Eén kenmerk verbindt alle vormen van fundamentalisme: het is steeds een exclusieve vorm van beleving van identiteit die weinig of geen ruimte laat voor diversiteit, voor respect en voor tolerantie van andere belevingen. In zachte vormen leidt dit altijd tot vervreemding, minachting, relationele problemen tussen mensen en groepen. In extreme vormen tot achterstelling en uitsluiting en mogelijk tot geweld tussen mensen en groepen. Daar wordt het woord “extremisme” van toepassing.

Vooral in een ontzuilde en geseculariseerde samenleving als de onze is fundamentalisme, dat overigens in Nederland altijd heeft bestaan en in vele vormen nog steeds bestaat, een sluipend gevaar. Onder andere omdat het onvoldoende tijdig wordt onderkend. De reden daarvoor is dat religie en levensbeschouwing teveel als privé-zaak worden beschouwd waarmee wij ons in het publieke domein niet bezig hoeven te houden. Ook omdat de afspraken tussen de zuilen minder makkelijk als vroeger te maken zijn, spelen de spanningen en conflicten zich direct tussen personen en groepen af.

Ook in de politieke verdient dit verschijnsel aandacht. Immers, de kwaliteit van samen leven staat op het spel en al heel snel ook de rechtsorde en het democratisch karakter van onze samenleving.

Is de ene levensbeschouwing meer fundamentalistisch dan de andere?

De vraag of de ene levensbeschouwing meer fundamentalistisch is dan de andere zou ik gevaarlijk willen noemen, omdat alleen de vraag stellen al een uitnodiging tot polarisatie kan zijn. Recente discussies over de totalitaire aanspraken van orthodoxe vormen van de islam, de algemene geldigheid van de shariah, leiden al tot grote onzekerheid. Dat geldt ook voor de vraag of in Europa een gemeenschappelijke basis voor toekomstig samenleven mogelijk zal blijken. De onzekerheid wordt door opportunisten als Wilders en de lieden in de SP kundig voor politiek gewin uitgebuit.

Toch kan en mag de vraag of de ene levensbeschouwing meer fundamentalistisch is dan de andere in onze kring niet worden ontweken.

Enkele waarnemingen en aanbevelingen

Hier enkele punten voor meer expliciete profilering op dit terrein in de sociaal-democratie:

1. Vrijwel iedere religie en levensbeschouwing kent fundamentalistische stromingen. Nederland en zijn traditionele godsdienstige stromingen kennen dit uit eigen historie, zeker wanneer deze aan de macht waren. In ieder van de religies en levensbeschouwingen zijn steeds stromingen geweest die op een open en kritische wijze naar eigen traditie keken en deze toetsten aan wat er voor mensen nu goed en bruikbaar in is. Daarom is het onzin om te beweren dat “het christendom” of “de islam” zich op gespannen voet bevinden met bijvoorbeeld de Nederlandse wetgeving. “De Islam” en “het Christendom” bestaan niet. Beiden bestaan alleen in interpretaties en belevingen. Ze kunnen zich afhankelijk van deze interpretaties op gespannen voet met de Nederlandse wetgeving bevinden, of niet. Generaliseringen en indelingen naar godsdienstige groepen zijn nutteloos.

2. Onze samenleving heeft haar gemeenschappelijke waarden verworven door die open en kritische benadering van de religieuze en levensbeschouwelijke bronnen. Deze gemeenschappelijke waarden (zoals vrijheid, gelijkheid, broederschap, solidariteit, participatie en emancipatie van de individuele mens, delen van macht en welvaart, mensenrechten) zijn voor ons bindend en dragend en in de grondwet en verdere wetgeving vastgelegd.

Het is zinvol om dit samenstel van waarden en daaraan ontleende wetten “onze beschaving” te noemen: de manier waarop wij in Nederland proberen de condition humaine te beschermen door die te omgeven met gebruiken, ongeschreven regels en wetten. En te proberen de ongepolijste, anti-humane, bedreigingen hiervan in bedwang te houden.
Na de Middeleeuwen zijn renaissance, de protestantse reformatie, humanisme, verlichting belangrijke fasen en stappen geweest waarlangs dit proces is verlopen. Alle pogingen om een voor iedereen geldend archimedisch punt voor deze waardenbepaling in één bepaalde godsdienstige overtuiging te vinden, zijn niet succesvol geweest.

 En waar dit wel is geprobeerd, leidde dit tot ongewenste en vaak desastreuze ontwikkelingen die de samenleving en de ontwikkeling van mensen hebben geschaad. Denk daarbij aan de calvinistische opvatting van theocratie, het doperse radicalisme, de r.-k. opvatting van het kerkelijk gezag over samenleving en politiek, de marxistische klassenloze maatschappij. Fundamentalistische en zelfs extremistische visies en praktijken - aangejaagd en vervolgens gebruikt door de opportunistische zoekers van macht - kregen en krijgen vaak hun kansen in tijden van en bij groepen die zich bevinden in grote onzekerheid, desintegratie en desoriëntatie, vroeger en nu.
Wat in onze geschiedenis duurzaam bleek te zijn is: het gemeenschappelijk resultaat van een open en kritisch omgaan met de vele overtuigingen in het zoeken van het gemeenschappelijke; beschaving.

3. In onze multiculturele samenleving heeft de toestroom van mensen met tot voor kort nauwelijks aanwezige godsdienstige overtuiging (zoals de islam, hindoeïsme, boeddhisme) in dit beeld geen principiële verandering gebracht. Wel nieuwe dimensies, waarmee ook de politiek grondig bezig moet zijn.
En dan nu als relatief nieuw aan deze rij toegevoegd: fundamentalistische opvattingen vanuit de islam, bepaalde stromingen die veel aandacht opeisen en krijgen, met wie als potentiële dreiging rekening moet worden gehouden zolang onzekerheid, desintegratie, desoriëntatie, gebrek aan samenhang en participatie in onze samenleving aanhouden.
Niet acceptabel zijn de pogingen van fundamentalistische stromingen in de al langer bekende religies en ideologieën om (op grond van welk heilig boek of de visie van welke leider dan ook) de eigen heilstaat te stichten. Evenmin is het streven acceptabel om boven de wetten van dit land een van kaft tot kaft letterlijk nemen van de Koran op te leggen, inclusief totalitaire aanspraken op de samenleving als geheel of het opeisen van een absoluut gezag over moslimgelovigen in Nederland. Een burger mag er fundamentalistische meningen op na houden, mag proberen deze uit te dragen, maar moet zich houden aan de kaders van de Nederlandse wet. Die verbiedt het praktiseren van fundamentalisme in de vorm van discriminatie, het schaden van de rechten van anderen, het gebruik van geweld om eigen zin door te drijven, enz.

4. De culturele bepaaldheid van de beleving van religie en levensbeschouwing verdient veel meer aandacht dan tot nu toe. Een religie of levensbeschouwing is nooit los verkrijgbaar, kleedt zich altijd in het gewaad van een bepaalde culturele en tijdsbepaalde vormgeving, bepaald door locale sociale, economische, klimatologische, enz. gegevenheden. Allochtone moslimgemeenschappen namen en nemen niet “de islam” mee naar Nederland, maar wel hun eigen cultuur inclusief de bij deze cultuur horende beleving van de islam. Deze belevingen zijn dan ook onderling zeer verschillend.

“De islam” kan niet voor iedere moslim in Nederland worden gegeneraliseerd als “onderwerping”, dat wil zeggen: onverenigbaar met emancipatie, participatie en vrijheid van het individu zoals dat wordt beleefd in bepaalde culturele lagen in samenlevingen waaruit veel moslims afkomstig zijn die nu in Nederland leven. Net zo min kan “het christendom” worden gegeneraliseerd door het beeld van sommige allochtone christelijke gemeenschappen die naar Nederland zijn gekomen en die evenzeer hun culturele bepaaldheid uit het land van herkomst hebben meegenomen en die zich lang niet altijd naadloos aan de in Nederland heersende opvattingen wensen aan te passen. Ook daarvoor is in Nederland ruimte zolang de grenzen van de wet niet worden overschreden.

Terzijde, maar niet onbelangrijk: in Nederland was arbeidsmigratie zodanig dominant dat geïmmigreerde moslims door de sociale lagen waaruit zij afkomstig zijn een zeer eenzijdig beeld geven van de islam, zelfs in het land waaruit zij zijn geëmigreerd. Daardoor verkeert de islam in Nederland in een buitengewoon nadelige positie vergeleken met andere West-Europese immigratielanden en zeker de VS. En kennen wij een grote kloof tussen de grote groepen arbeidsmigranten en hun nakomelingen aan de ene kant en zeer kleine groepen moslimintellectuelen die veelal op andere wijze dan door arbeidsmigratie naar Nederland kwamen. In andere landen is meer dan in Nederland bewust beleid gevoerd om hoger opgeleide immigranten toe te laten, leidend tot een aanmerkelijk evenwichtiger afspiegeling van samenlevingen waaruit moslimimmigranten afkomstig zijn en van de diversiteit in cultureel en religieus opzicht.

5. De dialogische manier om te komen tot een leefbare consensus in de samenleving, is meer dan ooit prioriteit van cultuur, politiek, kerk/moskee/synagoge en levensbeschouwing.
De traditioneel bepleite scheiding tussen aan de ene kant religie en levensbeschouwing als behorend tot het private domein, waar de staat en de politiek zich niet mee bemoeien, en aan de andere kant de seculiere verantwoordelijkheid van de overheid en zijn organen, was altijd al kwetsbaar, maar is in onze tijd contraproductief. Vandaar mijn pleidooi voor een duidelijk onderscheid in verantwoordelijkheden tussen “staat en kerk”, “politiek en levensbeschouwing”, en tegelijkertijd een intense wederzijdse betrokkenheid op de vragen van grondwaarden vanuit zo op het oog zeer uiteenlopende opvattingen.
Voor de politiek en zeker voor de sociaal-democratie is het van belang dat er voldoende kennis is van wat er levensbeschouwelijk en religieus in de samenleving aanwezig is, van de diversiteit, de kansen en bedreigingen die opvattingen van mensen en groepen met zich mee brengen. En van belang is dat er mensen zijn die die kennis kunnen uitdragen. De vanzelfzwijgzaamheid voorbij dus wanneer het over religie en levensbeschouwing gaat, zeker in de sociaal-democratie.

6. Dialoog in deze zin veronderstelt zeker een open gespreksruimte, maar is vooral ook gebaat bij het a-priori volstrekt duidelijk stellen van de contouren en de kaders waarbinnen onze samenleving zich beweegt. Niet als voor alle eeuwen vastgelegd, wel als de uitgangspunten die in de democratische rechtsstaat niet gerelativeerd kunnen worden. Juist wanneer zij in interpretatie, in overdracht van generatie op generatie en in wettelijke uitvoering wel telkens ijking en discussie behoeven.
Dit vraagt wel even doorbijten, tegen de weerstanden in van de gebruikelijke toegefelijkheid, verdraagzaamheid en beduchtheid in onze samenleving voor polarisatie en tegen de onwil van religieuze en culturele gemeenschappen om zich positief te verhouden tot de Nederlandse samenleving. Overheid en politiek doen er verstandig aan om op dit terrein een duidelijke meervoudig beleid te ontwikkelen dat een combinatie is van:

.... duidelijkheid in handhaving van de rechtsorde, zonder slappe compromissen ter wille van begrip voor welke culturele achtergrond dan ook. Autochtone en allochtone bevolkingsgroepen hebben er recht op dat de in onze samenleving geldende afspraken worden nagekomen.
.... een duidelijk commitment aan en hoge prioriteit voor gelijkwaardigheid van alle bevolkingsgroepen in het participeren in kansen en welvaart. Sociaal-economische en culturele factoren zijn voor de verhoudingen van bevolkingsgroepen minstens zo bepalend als de levensbeschouwelijke/religieuze.
.... duidelijke sturing van de overheid in het aangeven van welke trends in religie en levensbeschouwing wel en welke minder of niet passen bij de grondslagen en waarden van onze samenleving. Dit mag en moet o.a. leiden tot een stevige vinger in de pap in identiteitsgebonden onderwijs op alle terreinen en niveaus en met name in de toelating en opleiding van geestelijken indien deze niet in Nederland zijn opgeleid maar wel hier te werk worden gesteld.
.... kerken/moskeeën en andere groepen doen er verstandig aan om een gemeenschappelijke code te ontwikkelen waaraan ieder die in de geestelijke zorg in de Nederlandse samenleving werkzaam is, zich heeft te houden. Liever op basis van vrijwilligheid in de “beroepsgroep” vastgelegd dan via de overheid in wetgeving.

7. En: zijn in onze kring voldoende netwerken van moslims aanwezig die vanuit hun levensovertuiging bewust de sociaal-democratie in Nederland willen ondersteunen en verder ontwikkelen?

Wilt u reageren op deze forumbijdrage? Mail naar Secretariaat@zingeving.net.


Welkom