Banningprijs 2004: en de winnaar is Richard Esser
'Rijkdom is: veel dingen met rust kunnen laten'
In paneldiscussie blijkt: jongeren verwachten niets van politiek
Student bos-en natuurbeheer aan Wageningen Universiteit Richard
Esser heeft de door Zingeving.net hernieuwd ingestelde Banningprijs
gewonnen met zijn essay 'Henri Thoreau en de consumptiedwang'. In de
Rode Hoed in Amsterdam vond na de uitreiking een paneldiscussie plaats,
waaraan ook de beide andere genomineerden, Leonie Ansems de Vries en
Sjoerd Hauptmeijer deelnamen. Voordat van de paneldiscussie
verslag wordt gedaan, volgt hier eerst de ingekorte
tekst van het winnende essay van Richard Esser.
Samenvatting winnend essay
"Consumptie is in theorie een vrijheid, maar in de praktijk een
plicht. Dat is de paradox die onze vrije samenlevingen kenmerkt.We
moeten almaar meer consumeren, willen we de economie laten groeien. En
van die groei zijn we, individueel en gezamenlijk, verregaand
afhankelijk geworden.
Overheden kunnen alleen dankzij een bloeiende economie voorzieningen
aanbieden, burgers raken emotioneel gehecht aan hun groeiende welvaart,
en het bedrijfsleven kan zich alleen handhaven door zijn
concurrentiepositie te blijven verbeteren. Aanvallen is hier de beste
verdediging. Maar hoe meer er veroverd wordt, des te meer er te
verdedigen valt, onder andere door de consumptie nog sterker te
stimuleren. Het rechts-liberalisme (dat mensen opleidt tot
egocentristische consumenten) is evenzeer in deze vicieuze cirkel
gevangen als het socialisme (dat zich afhankelijk maakt van de staat -
en daarmee van voortgaande economische groei).
Eén van de uitwegen uit dit moeras loopt via een
mentaliteitsverandering - niet die van het conservatieve plichtsbesef,
maar die van het vrijwillige altruïsme van de burger. Deze lastige route
zal ik hier proberen te beschrijven aan de hand van een citaat van de
Amerikaanse denker Henri David Thoreau (1817-1862). De man had, net als
ik, grote bedenkingen tegen het toen al moderne streven naar steeds meer
welvaart. In zijn boek Walden, or life in the woods beschreef hij zijn
ervaringen tijdens een twee jaar durend experiment. Hij trok zich terug
in het bos om daar een zeer eenvoudig leven te leiden. Daarbij deed hij
onder andere het volgende, waardevolle inzicht op: "Een mens is rijk in
verhouding tot het aantal dingen dat hij zich kan veroorloven om met
rust te laten."
Dat is een andere opvatting van rijkdom dan gebruikelijk. (....) Een
kijkje in de keuken van wat in Amerika de Voluntary Simplicity Movement
heet, leert dat mensen die bewust kiezen om te 'consuminderen' allerlei
voordelen ervaren. Sommigen kiezen een nieuwe baan die minder betaalt
maar wel leuker is. Anderen kiezen voor een baan met meer vrije tijd.
Erg gangbaar is dat echter niet, zoals de econome Julie Schor schreef in
haar boek The overworked American (1991). Sinds de Tweede Wereldoorlog
is de productiviteit in de Verenigde Staten flink gestegen. Die groei is
maar in beperkte mate aan minder werken besteed. Integendeel, men is
vooral meer gaan consumeren.
Er hoeft echter niet per se minder gewerkt en verdiend te worden om
iets waardevols te kunnen ontdekken in een vereenvoudigd leven. Veel
zogenaamde downshifters ervaren vaak een bevredigende verdieping van
sociale relaties. Maar dan gaat het wel om mensen die het geluk hebben
dat ze gesteund worden door gelijkgezinden, zodat ze niet vereenzamen.
Het is tegenwoordig namelijk niet eenvoudig om contacten te onderhouden
zonder ergens geld aan uit te geven. Hetzelfde geld voor downshifters
die zeggen immens te kunnen genieten van de schoonheid van de natuur.
Dan moet er moet wel natuur in de buurt zijn. Het zijn ook vaak
kapitaalkrachtige mensen die het 'groenst' kunnen wonen.
De verminderde interesse voor het vergaren van consumptieartikelen
maakt in elk geval de aandacht vrij voor deze twee domeinen: sociale
relaties en natuur. Zo kan er kan ruimte ontstaan voor bijvoorbeeld
vrijwilligerswerk, of voor het verzorgen van bejaarde ouders, die ons
ten slotte niet hebben opgevoed om vervolgens weggestopt te worden in
tehuizen waar anderen die lastige zorg overnemen. (....)
In de sociale wereld van nu kan vrijheid, verkregen door consuminderen, op verschillende manieren doorgegeven worden. Enerzijds
verlaagt het de drempel om anderen vrij te laten en te waarderen zoals
ze zijn. Respect kan dan bijvoorbeeld ontstaan voor mensen die geen
productieve bijdrage (kunnen) leveren aan de economie. Daarbij denk ik
niet alleen aan gehandicapten en ouderen, maar ook aan wetenschappers en
kunstenaars wiens werk 'producten' oplevert die moeilijk verhandeld
kunnen worden. Anderzijds wordt de mentale drempel lager om anderen
concreet te helpen om op hun manier vrij te zijn van verlangens. Zij
hoeven daarbij niet afhankelijk te worden van hulp maar leren op eigen
benen staan, zodat ook zij uiteindelijk hun nieuwe vrijheid kunnen
doorgeven.
Tenslotte is het nog mogelijk dat, zoals de socioloog Amitai Etzioni
beweert, vrijwillige eenvoud mensen ontvankelijker maakt voor het
streven om de materiële welvaart door middel van belastingheffing
eerlijker te verdelen, voor zover dat nodig is om basisbehoeften te
vervullen. Maar dit systeem is, zoals ik het begin al zei, afhankelijk
van dezelfde markt en consumptie die deze steun juist lijken af te
remmen.
Toegegeven, het is niet eenvoudig om zomaar van leefwijze te veranderen.
(....) Maar juist omdat verandering van leefwijze zoveel mentale kracht
vereist, kan ze dienen als alternatief voor de harde werker die je
herkent aan zijn/haar gadgets. Waardering valt dan ten deel aan mensen
die te herkennen zijn aan hun hulpvaardigheid en hun tolerantie jegens
anderen - en aan hun oriëntatie op wat bestaat, in plaats van op wat nog
komen gaat. Tussen beide eigenschappen bestaat een zeker verband. Net
als de vrije natuur is de vrij gelaten, zich in consumptie uitlevende
mens namelijk dynamisch en onvoorspelbaar, wat onaangename verrassingen
kan opleveren. De Franse filosoof Pascal Bruckner heeft gelijk met zijn
constatering dat de moderne obsessie met geluk tot angst en gevoeligheid
voor het uitblijven van dat geluk leidt. Onderzoek bevestigt dat: mensen
met sterke financiële en materiële verlangens voelen zich inderdaad
onzekerder. Ziedaar de fundamenten van het consuminderen als een
(onpolitiek) ideaal."
Verslag paneldiscussie
Tot zover verkort het winnende essay. Panelvoorzitter Johan van
Workum legt Esser de spanning voor die in zijn ideaal ligt opgesloten:
de spanning tussen tevredenheid als ideaal en tevredenheid die de
onderliggende klasse wordt aangepraat als middel tegen elke vooruitgang.
Maar volgens Esser wil hij zijn ideaal niet tot sociale norm
verheffen. 'Ik wil zelf zo eenvoudig mogelijk te leven, maar als mensen
elkaar gaan beoordelen en vinden dat een ander zich moet schamen voor
zijn genot, wordt het gevaarlijk. Ik verbied mezelf niet om te genieten,
ik wil dat alleen op een andere manier bereiken. Het gaat om het besef
dat je vaak gemanipuleerd wordt om consumerend te leven, er hard voor te
werken en in je vrije tijd zoveel mogelijk piekervaringen te hebben.
Nee, ik zou niet willen dat mensen worden aangezet zich anders te gaan
gedragen, want dan krijg je zoiets als de gedachtepolitie. De vrije
individu is de basis van mijn visie.'
Panellid René Cuperus, medewerker van de Wiardi Beckman Stichting, zegt
vooral een probleem te hebben met het klassieke ideaal van soberheid.
Thoreau hield zijn pleidooi voor soberheid in 1830. 'Dat moet je maar
durven als mensen geen vrije keuze hebben. Soberheid was toen een
noodlot. Soberheid wordt pas een mooi ideaal als het een vrije keus kan
zijn.'
Er ontstaat vervolgens discussie over de vraag in welke mate mensen
verantwoordelijk zijn voor elkaar en voor de maatschappij. Volgens
Richard Esser is een probleem van het socialisme of van de
sociaal-democratie dat je voor dat ideaal solidariteit en
gemeenschapsvorming nodig hebt, maar dat mensen tegelijk vrij zijn om
verder te individualiseren.
Panellid Herman Noordegraaf, voorzitter van Zingeving.net, zegt
desgevraagd dat solidariteit georganiseerd wordt via vormen van
democratisch dwang, zoals bijvoorbeeld belasting op kerosine om
vlieggedrag te beïnvloeden. Ook kunnen consumentenacties worden gevoerd
tegen milieubederf of kinderarbeid.
Leonie Ansems de Vries meent dat daarvoor eerst bewustwording nodig is.
'Ik heb in Engeland gekeken naar het beleid van New Labour als het om
het klimaat gaat. Ze zijn heel voorzichtig met het hanteren van het
milieuargument. Ze gebruiken daarvoor liever economische argumenten.'
Panelvoorzitter Johan van Workum vraagt het panel naar de verbinding
tussen de persoonlijke wijze waarop over mentaliteitsverandering wordt
gesproken en de politiek. Panellid en huisarts Mariëtte Hamaker erkent
dat hulpverleners mensen vooral op het spoor zetten van wat ze zelf
kunnen doen, maar te weinig de signalen die ze opvangen, doorgeven aan
de politiek.
René Cuperus vindt het gehanteerde goed-kwaad schema te simpel. Alsof de
wereld van geld en economie het kwaad vertegenwoordigt en het altruïsme
het goede. Daarmee is onze tijd niet goed te analyseren, meent hij. Je
moet durven benoemen wat de sociologische problemen zijn in deze
samenleving. Bijvoorbeeld dat de multiculturele samenleving heeft
bijgedragen aan het doen fragmenteren van de samenleving zoals we die
kennen. Hoe diverser samenlevingen worden in etnisch en cultureel
opzicht, hoe moeilijker het daarin is solidariteitsgevoelens en
solidariteitsarrangementen te ontwikkelen. Dat is heel problematisch
voor Europa en dat hebben we ons niet gerealiseerd op het moment dat we
immigratie toelieten. Gaan we naar een type verzorgingstaat zoals we in
echte immigratielanden hebben, zoals Canada en VS?
Ik vind het altruïsme in de ingezonden essays sympathiek, maar ik zoek
naar een nieuw type idealisme in deze tijd. Een pleidooi voor altruïsme,
terwijl de samenleving fragmenteert door immigratie en
individualisering, vind ik te makkelijk, zegt Cuperus.
Vanuit de zaal merkt Rob Steinbuch op dat de hoofdvraag van de
organisatoren van de Banningprijs, namelijk wat kun je doen tegen de
commercialisering van de samenleving, beter kan worden omgedraaid: hoe
kan de commercie worden vermaatschappelijkt? Het economische leven
ontwikkelt zich bijna los van de ontwikkeling die de mensheid doormaakt.
Het economisch leven wordt onvoldoende geïnspireerd vanuit de
spiritualiteit en vanuit het sociale om maatschappijvormend en heilzaam
te kunnen werken. De vermaatschappelijking van de economische orde is
niet voor niets de kernvraag is van de sociaal-democratie.
De drie essayschrijvers reppen in hun bijdragen niet over de rol die de
politiek zou kunnen spelen. Hebben ze het vertrouwen daarin verloren?
Sjoerd Hauptmeijer antwoordt dat de overheid en de staat voor hem lege
begrippen zijn. Aangezien de samenleving bestaat uit individuen, heeft
hij zich tot hun rol willen beperken. Ook winnaar Richard Esser zegt dat
we 'in principe niks van politieke instituties nodig hebben'.
Zo lijkt aan het slot van de discussie zich een kloof te openbaren
tussen de jonge en de oudere deelnemers aan het panel. Waarmee zich een
interessant onderwerp voor een volgende discussie aandient: zijn
politiek en bestuur nog wel relevant voor onze idealen?
Verslag: Kees Waagmeester
|