Vereniging voor Zingeving en Democratie

Welkom

Actueel

Banningprijs

Trefpunt PvdA en levensovertuiging

Banning Werkgemeenschap voor de PvdA


Banningprijs
.... Prijs 2004
     ... Samenvatting essay
     ... Verslag discussie
.... Prijs 2006
 
 

Banningprijs 2004: en de winnaar is Richard Esser

'Rijkdom is: veel dingen met rust kunnen laten'

In paneldiscussie blijkt: jongeren verwachten niets van politiek

Student bos-en natuurbeheer aan Wageningen Universiteit Richard Esser heeft de door Zingeving.net hernieuwd ingestelde Banningprijs gewonnen met zijn essay 'Henri Thoreau en de consumptiedwang'. In de Rode Hoed in Amsterdam vond na de uitreiking een paneldiscussie plaats, waaraan ook de beide andere genomineerden, Leonie Ansems de Vries en Sjoerd Hauptmeijer deelnamen. Voordat van de paneldiscussie verslag wordt gedaan, volgt hier eerst de ingekorte tekst van het winnende essay van Richard Esser.

Samenvatting winnend essay

"Consumptie is in theorie een vrijheid, maar in de praktijk een plicht. Dat is de paradox die onze vrije samenlevingen kenmerkt.We moeten almaar meer consumeren, willen we de economie laten groeien. En van die groei zijn we, individueel en gezamenlijk, verregaand afhankelijk geworden.

Overheden kunnen alleen dankzij een bloeiende economie voorzieningen aanbieden, burgers raken emotioneel gehecht aan hun groeiende welvaart, en het bedrijfsleven kan zich alleen handhaven door zijn concurrentiepositie te blijven verbeteren. Aanvallen is hier de beste verdediging. Maar hoe meer er veroverd wordt, des te meer er te verdedigen valt, onder andere door de consumptie nog sterker te stimuleren. Het rechts-liberalisme (dat mensen opleidt tot egocentristische consumenten) is evenzeer in deze vicieuze cirkel gevangen als het socialisme (dat zich afhankelijk maakt van de staat - en daarmee van voortgaande economische groei).

Eén van de uitwegen uit dit moeras loopt via een mentaliteitsverandering - niet die van het conservatieve plichtsbesef, maar die van het vrijwillige altruïsme van de burger. Deze lastige route zal ik hier proberen te beschrijven aan de hand van een citaat van de Amerikaanse denker Henri David Thoreau (1817-1862). De man had, net als ik, grote bedenkingen tegen het toen al moderne streven naar steeds meer welvaart. In zijn boek Walden, or life in the woods beschreef hij zijn ervaringen tijdens een twee jaar durend experiment. Hij trok zich terug in het bos om daar een zeer eenvoudig leven te leiden. Daarbij deed hij onder andere het volgende, waardevolle inzicht op: "Een mens is rijk in verhouding tot het aantal dingen dat hij zich kan veroorloven om met rust te laten."

Dat is een andere opvatting van rijkdom dan gebruikelijk. (....) Een kijkje in de keuken van wat in Amerika de Voluntary Simplicity Movement heet, leert dat mensen die bewust kiezen om te 'consuminderen' allerlei voordelen ervaren. Sommigen kiezen een nieuwe baan die minder betaalt maar wel leuker is. Anderen kiezen voor een baan met meer vrije tijd. Erg gangbaar is dat echter niet, zoals de econome Julie Schor schreef in haar boek The overworked American (1991). Sinds de Tweede Wereldoorlog is de productiviteit in de Verenigde Staten flink gestegen. Die groei is maar in beperkte mate aan minder werken besteed. Integendeel, men is vooral meer gaan consumeren.

Er hoeft echter niet per se minder gewerkt en verdiend te worden om iets waardevols te kunnen ontdekken in een vereenvoudigd leven. Veel zogenaamde downshifters ervaren vaak een bevredigende verdieping van sociale relaties. Maar dan gaat het wel om mensen die het geluk hebben dat ze gesteund worden door gelijkgezinden, zodat ze niet vereenzamen. Het is tegenwoordig namelijk niet eenvoudig om contacten te onderhouden zonder ergens geld aan uit te geven. Hetzelfde geld voor downshifters die zeggen immens te kunnen genieten van de schoonheid van de natuur. Dan moet er moet wel natuur in de buurt zijn. Het zijn ook vaak kapitaalkrachtige mensen die het 'groenst' kunnen wonen.

De verminderde interesse voor het vergaren van consumptieartikelen maakt in elk geval de aandacht vrij voor deze twee domeinen: sociale relaties en natuur. Zo kan er kan ruimte ontstaan voor bijvoorbeeld vrijwilligerswerk, of voor het verzorgen van bejaarde ouders, die ons ten slotte niet hebben opgevoed om vervolgens weggestopt te worden in tehuizen waar anderen die lastige zorg overnemen. (....)

In de sociale wereld van nu kan vrijheid, verkregen door consuminderen, op verschillende manieren doorgegeven worden. Enerzijds verlaagt het de drempel om anderen vrij te laten en te waarderen zoals ze zijn. Respect kan dan bijvoorbeeld ontstaan voor mensen die geen productieve bijdrage (kunnen) leveren aan de economie. Daarbij denk ik niet alleen aan gehandicapten en ouderen, maar ook aan wetenschappers en kunstenaars wiens werk 'producten' oplevert die moeilijk verhandeld kunnen worden. Anderzijds wordt de mentale drempel lager om anderen concreet te helpen om op hun manier vrij te zijn van verlangens. Zij hoeven daarbij niet afhankelijk te worden van hulp maar leren op eigen benen staan, zodat ook zij uiteindelijk hun nieuwe vrijheid kunnen doorgeven.

Tenslotte is het nog mogelijk dat, zoals de socioloog Amitai Etzioni beweert, vrijwillige eenvoud mensen ontvankelijker maakt voor het streven om de materiële welvaart door middel van belastingheffing eerlijker te verdelen, voor zover dat nodig is om basisbehoeften te vervullen. Maar dit systeem is, zoals ik het begin al zei, afhankelijk van dezelfde markt en consumptie die deze steun juist lijken af te remmen.

Toegegeven, het is niet eenvoudig om zomaar van leefwijze te veranderen. (....) Maar juist omdat verandering van leefwijze zoveel mentale kracht vereist, kan ze dienen als alternatief voor de harde werker die je herkent aan zijn/haar gadgets. Waardering valt dan ten deel aan mensen die te herkennen zijn aan hun hulpvaardigheid en hun tolerantie jegens anderen - en aan hun oriëntatie op wat bestaat, in plaats van op wat nog komen gaat. Tussen beide eigenschappen bestaat een zeker verband. Net als de vrije natuur is de vrij gelaten, zich in consumptie uitlevende mens namelijk dynamisch en onvoorspelbaar, wat onaangename verrassingen kan opleveren. De Franse filosoof Pascal Bruckner heeft gelijk met zijn constatering dat de moderne obsessie met geluk tot angst en gevoeligheid voor het uitblijven van dat geluk leidt. Onderzoek bevestigt dat: mensen met sterke financiële en materiële verlangens voelen zich inderdaad onzekerder. Ziedaar de fundamenten van het consuminderen als een (onpolitiek) ideaal."

Verslag paneldiscussie

Tot zover verkort het winnende essay. Panelvoorzitter Johan van Workum legt Esser de spanning voor die in zijn ideaal ligt opgesloten: de spanning tussen tevredenheid als ideaal en tevredenheid die de onderliggende klasse wordt aangepraat als middel tegen elke vooruitgang.

Maar volgens Esser wil hij zijn ideaal niet tot sociale norm verheffen. 'Ik wil zelf zo eenvoudig mogelijk te leven, maar als mensen elkaar gaan beoordelen en vinden dat een ander zich moet schamen voor zijn genot, wordt het gevaarlijk. Ik verbied mezelf niet om te genieten, ik wil dat alleen op een andere manier bereiken. Het gaat om het besef dat je vaak gemanipuleerd wordt om consumerend te leven, er hard voor te werken en in je vrije tijd zoveel mogelijk piekervaringen te hebben. Nee, ik zou niet willen dat mensen worden aangezet zich anders te gaan gedragen, want dan krijg je zoiets als de gedachtepolitie. De vrije individu is de basis van mijn visie.'

Panellid René Cuperus, medewerker van de Wiardi Beckman Stichting, zegt vooral een probleem te hebben met het klassieke ideaal van soberheid. Thoreau hield zijn pleidooi voor soberheid in 1830. 'Dat moet je maar durven als mensen geen vrije keuze hebben. Soberheid was toen een noodlot. Soberheid wordt pas een mooi ideaal als het een vrije keus kan zijn.'

Er ontstaat vervolgens discussie over de vraag in welke mate mensen verantwoordelijk zijn voor elkaar en voor de maatschappij. Volgens Richard Esser is een probleem van het socialisme of van de sociaal-democratie dat je voor dat ideaal solidariteit en gemeenschapsvorming nodig hebt, maar dat mensen tegelijk vrij zijn om verder te individualiseren.
Panellid Herman Noordegraaf, voorzitter van Zingeving.net, zegt desgevraagd dat solidariteit georganiseerd wordt via vormen van democratisch dwang, zoals bijvoorbeeld belasting op kerosine om vlieggedrag te beïnvloeden. Ook kunnen consumentenacties worden gevoerd tegen milieubederf of kinderarbeid.
Leonie Ansems de Vries meent dat daarvoor eerst bewustwording nodig is. 'Ik heb in Engeland gekeken naar het beleid van New Labour als het om het klimaat gaat. Ze zijn heel voorzichtig met het hanteren van het milieuargument. Ze gebruiken daarvoor liever economische argumenten.'
Panelvoorzitter Johan van Workum vraagt het panel naar de verbinding tussen de persoonlijke wijze waarop over mentaliteitsverandering wordt gesproken en de politiek. Panellid en huisarts Mariëtte Hamaker erkent dat hulpverleners mensen vooral op het spoor zetten van wat ze zelf kunnen doen, maar te weinig de signalen die ze opvangen, doorgeven aan de politiek.

René Cuperus vindt het gehanteerde goed-kwaad schema te simpel. Alsof de wereld van geld en economie het kwaad vertegenwoordigt en het altruïsme het goede. Daarmee is onze tijd niet goed te analyseren, meent hij. Je moet durven benoemen wat de sociologische problemen zijn in deze samenleving. Bijvoorbeeld dat de multiculturele samenleving heeft bijgedragen aan het doen fragmenteren van de samenleving zoals we die kennen. Hoe diverser samenlevingen worden in etnisch en cultureel opzicht, hoe moeilijker het daarin is solidariteitsgevoelens en solidariteitsarrangementen te ontwikkelen. Dat is heel problematisch voor Europa en dat hebben we ons niet gerealiseerd op het moment dat we immigratie toelieten. Gaan we naar een type verzorgingstaat zoals we in echte immigratielanden hebben, zoals Canada en VS?
Ik vind het altruïsme in de ingezonden essays sympathiek, maar ik zoek naar een nieuw type idealisme in deze tijd. Een pleidooi voor altruïsme, terwijl de samenleving fragmenteert door immigratie en individualisering, vind ik te makkelijk, zegt Cuperus.

Vanuit de zaal merkt Rob Steinbuch op dat de hoofdvraag van de organisatoren van de Banningprijs, namelijk wat kun je doen tegen de commercialisering van de samenleving, beter kan worden omgedraaid: hoe kan de commercie worden vermaatschappelijkt? Het economische leven ontwikkelt zich bijna los van de ontwikkeling die de mensheid doormaakt. Het economisch leven wordt onvoldoende geïnspireerd vanuit de spiritualiteit en vanuit het sociale om maatschappijvormend en heilzaam te kunnen werken. De vermaatschappelijking van de economische orde is niet voor niets de kernvraag is van de sociaal-democratie.

De drie essayschrijvers reppen in hun bijdragen niet over de rol die de politiek zou kunnen spelen. Hebben ze het vertrouwen daarin verloren? Sjoerd Hauptmeijer antwoordt dat de overheid en de staat voor hem lege begrippen zijn. Aangezien de samenleving bestaat uit individuen, heeft hij zich tot hun rol willen beperken. Ook winnaar Richard Esser zegt dat we 'in principe niks van politieke instituties nodig hebben'.

Zo lijkt aan het slot van de discussie zich een kloof te openbaren tussen de jonge en de oudere deelnemers aan het panel. Waarmee zich een interessant onderwerp voor een volgende discussie aandient: zijn politiek en bestuur nog wel relevant voor onze idealen?

Verslag: Kees Waagmeester

 


Welkom
Naar boven