Vereniging voor Zingeving en Democratie

Welkom

Actueel

Banningprijs

Trefpunt PvdA en levensovertuiging

Banning Werkgemeenschap voor de PvdA


Banning Werkgemeenschap
 
 

Verslag openbare expertmeeting ‘Zingeving en politiek’, 4 april 2009

‘Politici moeten een visie op het goede leven formuleren’

Moeten politici zingevende elementen een rol laten spelen in het formuleren en uitwerken van hun ambities? Moet de politiek het tot haar verantwoordelijkheden rekenen om te zorgen voor een bezielend verband voor burgers? Kunnen charismatische politici een gat vullen dat de ontkerkelijking heeft geslagen? Of horen zingeving en politiek juist bewust en zorgvuldig van elkaar gescheiden te worden, en is het land netjes en zorgvuldig besturen al moeilijk genoeg? De Banning Werkgemeenschap voor de PvdA hield op 4 april 2009 in de Rode Hoed te Amsterdam een expertmeeting over deze vragen.

Een panel onder leiding van de voorzitter van de Banning Werkgemeenschap, Marleen Barth, boog zich over het thema ‘Zingeving en politiek’ ter voorbereiding van de najaarsconferentie over hetzelfde thema die op 3 oktober, eveneens in de Rode Hoed, wordt gehouden. Leden van het panel waren oud-parlementariër Erik Jurgens, Sadik Harchaoui (voorzitter van de Raad van Bestuur van Forum), de filosoof Pieter Pekelharing, de sociologiestudent Arne Mosselman (lid van het landelijke bestuur van de Jonge Socialisten in de PvdA).

Allereerst wordt hier een (verkort) commentaar weergegeven dat Herman Noordegraaf, voorzitter van Trefpunt PvdA en Levensovertuiging, schreef naar aanleiding van de bijeenkomst. Volgens Noordegraaf is het nodig het begrip ‘zin’ en de verschillende niveaus die we daarin kunnen onderscheiden, eerst te beschrijven.

Zin – oriënterend, normatief

Zin heeft te maken met betekenisgeving en heeft een oriënterende en normatieve betekenis. Deze betekenisgeving is mogelijk doordat ik mijn handelen, denken, doen en laten, ja zelfs mijn leven in een wijder perspectief plaats. Historisch gesproken zijn deze veelal te vinden in religieuze denkstelsels. Daarbij kan men onderscheiden tussen objectieve zingevingsstelsels, zoals te vinden in bijbel, koran enz. en de individuele toe-eigening (de subjectieve zijde).

Er is een ‘zin’ in de betekenis van ‘bestaansreden’. Dat is het meest fundamentele niveau. De politiek moet daar van af blijven. Totalitaire stelsels kenmerken zich onder meer door het feit dat zij een bepaald fundamentele zin aan individuen en aan de samenleving in al haar geledingen op willen leggen. Democratie was en is mede een middel om verschillen tussen fundamentele zingevingssystemen op vreedzame wijze te reguleren. In de West-Europese geschiedenis hoeven we alleen maar aan de zeer bloedige godsdienstoorlogen te denken om de betekenis hiervan te onderkennen.

Wel kan de samenleving/politiek voorwaarden scheppen, faciliteren, dat mensen individueel en in collectief verband deze fundamentele zingeving kunnen beleven en tot uitdrukking brengen. Democratie, tolerantie, de scheiding van kerk en staat, grondrechten als de vrijheid van godsdienst en levensbeschouwing, meningsuiting, vereniging, onderwijs zijn daar voorbeelden van. Nog een voorbeeld: het mogelijk maken van geestelijke verzorging in instellingen ondersteunt het helpen van mensen om hun leven te interpreteren in relatie tot een zingevend perspectief. Het is belangrijk dat samenleving en politiek deze betekenis van fundamentele zingeving voor mensen individueel en in collectief verband onderkent en in beleid tot uitdrukking brengt, zonder een fundamentele zingeving op te leggen.

Functionele rationaliteit

Van belang voor de analyse van zingeving is ook de grote plaats van de functionele rationaliteit in onze samenleving. Problemen worden overheersend gedefinieerd in termen van ‘be-heersing’ en ‘management’ waarbij ze onvoldoende of helemaal niet een breder perspectief worden geplaatst van een visie hoe een goede samenleving eruit dient te zien en waarvoor men als politieke partij staat (de technocratisering van de politiek). Hoewel mensen veel belang hebben bij deze functionele rationaliteit vanwege de grote welvaart en gezondheids-winst die deze mogelijk heeft gemaakt, is deze voor velen te schraal en niet inspirerend. Daarbij komt dat deze rationaliteit wel degelijk een (verborgen) zin heeft: in onze samenleving zijn economische groei, materiële welvaartsvergroting en technologische ontwikkeling alles doordringende doeleinden en oriëntatiekaders. Het thema politiek en zingeving moet mijns inziens daarom ook ingaan op de veelal verborgen zingevingen en deze zo nodig bekritiseren (‘ideologiekritiek’).

Onze samenleving kenmerkt zich door onbehagen over de samenleving die samen kan gaan met een individueel geluksbeleving. Dat onbehagen wordt mede gevoed door de continue stroom van veranderingen: technologisch, economisch, cultureel, globalisering enzovoort: ons leven staat onder het voorteken van onzekerheid. Niet voor niets is er de vraag naar identiteit (vgl. de discussie over de historische canon en nationalisme/patriottisme). Durven wij nog te zeggen hoe de wereld er over vijf jaar uitziet en of ik dan nog werk heb?

Politici moeten in deze tijd van onzekerheden meer dan nu het geval is een visie op het goede leven formuleren dat een wenkend, want zinvol perspectief biedt zonder de illusie te hebben een alles omvattend perspectief te bieden. Zij moeten ook het vermogen hebben om dit te verwoorden en om mede in die termen te denken en te analyseren.

Zingeving op z’n politieks

Volgens Pieter Pekelharing is zingeving in de politiek heel belangrijk, maar dan wel op z’n politieks. Anders kan het leiden tot sektarisme en soms tot extremisme. Terwijl politiek juist een middel is om sektarisme en extremisme te voorkomen. Politiek betekent, zegt Pekelharing, je met anderen verbinden, een visie ontwikkelen, in staat zijn anderen daarvan te overtuigen en daarover compromissen te sluiten. Af en toe water in de wijn kunnen doen hoort daarbij. Gevaarlijk wordt het als mensen daartoe niet in staat zijn omdat ze hun eigen zingeving zuiver willen houden.

Pekelharing vindt het belangrijk dat mensen binnen de politiek een visie op politiek articuleren en dat niet overgelaten aan buitenstaanders die in hun verlangen naar zuiverheid een hekel hebben aan politiek hebben en aan de compromissen die daar bij horen.

Het is een misverstand dat zingeving vooral gaat over harmonie. Bij zingeving in de politiek hoort ook het structureren van spanningen en conflicten. Dat wil zeggen: de diepere betekenis van conflicten zien en bepreken. Conflicten in de politiek zijn niet alleen beleidsconflicten. De diepere dimensies van conflicten hebben juist vaak te maken met zingeving. Hoe je conflicten benoemt en definieert, is belangrijk. Het is treurig dat conflicten waar religie bijbetrokken is, vaak eindigen in discussies of je voor of tegen de koran bent. Dan sla je vele dimensies over.

Pieter Pekelharing ziet dat partijen die tenderen naar one issue partijen, succes hebben. Het is een vorm van radicalisering waarmee je veel zetels kunt halen. Traditionele partijen hebben daar juist moeite mee, want die proberen verschillende thema’s met elkaar te verbinden. En om dat te doen, moeten ze soms water bij de wijn van hun visie doen. Ze bewegen heen en weer tussen het ontwikkelen van hun visie en het tegelijk ook politiek bedrijven. Het probleem van dit ogenblik is dat een heleboel mensen een hekel aan politiek beginnen te krijgen. Mensen prijzen zich gelukkig dat ze buiten de politiek staan: aan politiek doe je niet, dat is allemaal manipulatie en compromissenmakerij. Ik vind, zegt Pekelharing, dat je de politiek tegen dat soort ideeën moet verdedigen. Ik vind het bedreigend als mensen compromisloos voor hun ideaal gaat en geen druppeltje water bij de wijn willen doen. Zulke ‘zingeving’, zegt Pekelharing wijs ik af.

De houding ten opzichte van politiek waarin de overheid het bij voorbaat altijd verkeerd doet heeft volgens Pekelharing te maken met het neoliberalisme. De overlap tussen de financiële sector en de regering heeft in Amerika tot demoralisering geleid en tot dedain voor de overheid. Maar het gaat in de politiek vooral om macht en om de vraag waar die macht precies zit. Gemarginaliseerde mensen weer bij de politiek betrekken kan door verantwoordelijkheid voor het geheel te nemen. Verantwoordelijkheid betekent ook macht en dat betekent strijd en die strijd moet je ook dingen doen die machtsconform zijn en dat zijn niet altijd hele mooie dingen. Die moet je toch accepteren.

Geen sprake van zinverlies

Sadik Harchaoui vraagt zich af of er een probleem is met zingeving. Zingeving is van alle tijden en hoeft niet religieus te zijn. De grote behoefte aan solidariteit onder de Nederlandse bevolking ziet hij als een uiting van zingeving. Harchaoui aarzelt bij een politiek die waarheidsopvattingen gaat verkondigen over het goede leven. Hij maakt graag onderscheid tussen politiek en overheid. Die worden in de Nederlandse discussies erg met elkaar vereenzelvigd, terwijl politiek echt iets anders is dan overheid. De behoefte aan gemeenschappelijkheid ziet Harchaoui niet in religie, niet in levensbeschouwing, niet in zingeving, maar in het meest fundamentele wat de westerse samenleving zou moeten kenmerken en dat is de democratische rechtsstaat. Daarbinnen moet een zo groot mogelijke pluriformiteit en variëteit aan verschillende zingevingen bestaan, inclusief de daarbij behorende conflicten. De rechtsstaat geeft een kader om die uit te vechten.

Sadik Harchaoui zegt dat er geen grote verhalen meer zijn. Mensen zijn vooral gelukkig met zichzelf en niet met de ander. Hij constateert dat er een soort hypocrisie in onze samenleving is geslopen. Mensen vinden dat het in eigen gezin allemaal in orde is, maar bij de buren niet. Zijzelf houden zich uitstekend aan de regels in het verkeer, maar die anderen absoluut niet. Dat kan niet allebei tegelijk waar zijn. Soms misbruiken doorgeslagen calculerende burgers de politiek ook gewoon. De PvdA zou nieuwe verhoudingen moeten nastreven, waarin sprake is van een gepaste afstand tot de burger. Een groot risico van de huidige tijd is dat we iedereen naar de mond willen praten, het iedereen naar de zin willen maken, nauwelijks iemand tegenspreken. We durven niet op te komen voor het eigen verhaal, maar gaan juist mee met allerlei opiniepeilingen.

We hebben inderdaad verhalenvertellers nodig, zegt Harchaoui, maar geen praatjesmakers. Kleine verhalen van burgers kunnen een groot verhaal zijn. Iemand die een ziekte heeft overwonnen, is op zichzelf een groot verhaal. We moeten vanuit het perspectief van burgers kijken, mensen die elke dag zwoegen, die elke dag hun leven zin geven. Het is interessant uit al die kleine verhalen het grote verhaal te destilleren.

Ik geloof niet dat er sprake is van zinsverlies, zegt hij. Mensen in bijvoorbeeld de Haagse Schilderswijk hebben heel duidelijke opvattingen over wat de zin van hun leven is. Ze hebben opvattingen over wat ze met hun kinderen willen, wat ze van politiek vinden. Ze kunnen ook heel solidair zijn. Je kunt je alleen maar onttrekken aan de armoede die generatie op generatie voortduurt, als je als kind zelfvertrouwen krijgt in de zin van: ik kan er uitstappen. Ik kan die Cito-toets maken. Daar zit een probleem: Vmbo-jongeren, zoals lassers, werden vroeger gewaardeerd om hun vakmanschap. Nu krijgen de opiniemakers die vaak op de tv komen waardering, niet meer de vakmensen, terwijl daar de innovatie zit. Als je maar lang genoeg tegen jongeren zegt dat ze niks voorstellen als ze van het Vbmo komen, dan denken die kinderen – en dat is zestig procent van de schoolgaande jeugd – dat ze inderdaad niks voorstellen. Daar vragen die kinderen niet om, dat hebben wij besloten. Probleem is dat voor het eerst middengroepen niet meer de verwachting hebben dat hun kinderen het beter kunnen krijgen dan zijzelf. Voor eerst in geschiedenis is er sprake van sociale daling, dat zie je in de middenklassen.

Zin van het bestaan ligt in bestaan zelf

Volgens Erik Jurgens is de basisvraag of je bereid bent te aanvaarden dat de zin van het bestaan ligt in het bestaan zelf en in onze medemensen. Op grond daarvan kun je elkaar vinden op een politiek die in het belang is van je medemensen. Wie de vraag of het leven zin heeft met nee beantwoordt, heeft het moeilijk. De eerste vraag van de rooms-katholieke catechismus is: waartoe zijt gij op aarde? Wel, om God te dienen en daardoor in de hemel te komen. Later heeft het Vaticaans concilie toegevoegd: en hier op aard gelukkig te zijn. Dat is niet voor niets: na de Verlichting is het zoeken naar zin op het aardse vlak terecht gekomen. Politiek is niet anders dan het proberen vorm te geven aan de samenleving, met vallen en opstaan. Onderdeel daarvan is de overheid, de democratische rechtsstaat. Daar hoort de politiek bij, in het Engels mooi in meervoud: politics. Er is niet één politiek, er zijn allerlei vormen van vormgeving van de samenleving.

In West-Europa, zegt Jurgens als sociaal-democraat, is de sociale rechtsstaat het belangrijkste wat mensen al zingevend aan het bestaan in politiek opzicht tot stand hebben gebracht. Het christendom heeft daar een buitengewoon belangrijke bijdrage aan geleverd. Het humanisme, het centraal stellen van de waardigheid van de mens in de westerse beschaving, is niet afkomstig uit het niks, maar is afkomstig uit het christendom, samen met de Griekse wijsbegeerte van met name Aristoteles. De zin van het bestaan is, zou ik willen zeggen, te werken aan wat we noemen de sociale en democratische rechtstaat. Dat is de moderne ethos van de westerse samenleving. Daarvoor leven we. Niet omdat we vinden dat er een almachtige Vader is die hemel en aarde heeft geschapen, maar omdat we het de moeite waarde vinden een goede samenleving tot stand te brengen en in stand te houden.

Op de vraag waarom mensen zich gelukkig voelen (gemiddeld geven ze hun leven desgevraagd een 8) terwijl ze zich niet gelukkig zeggen te voelen met de Nederlandse samenleving, zegt Jurgens: De meeste dingen waar men in 1900 ontevreden over was, zoals de bittere armoede, zijn in onze tijd opgelost. Er zijn nieuwe problemen gekomen waar mensen zich mee bezig houden. Dat blijft zo. Nooit zal alles worden opgelost want de heilstaat bestaat niet. Wat Jurgens wil zeggen is dat zingeving als zodanig in de samenleving zelf zit. Wat ons helpt om dat overeind te houden, is bijvoorbeeld lid te zijn van de religieuze gemeenschappen die dat ook doen. Solidariteit is de grondslag van de sociaal-democratie is. Dat moet in alles wat we doen zichtbaar zijn en gezegd worden.

Kleine verhalen in groter verhaal plaatsen

Arne Mosselman definieert zingeving als een klein verhaal van mensen dat ze in een groter verhaal kunnen plaatsen. Dat hoeft niet per definitie religieus te zijn. Het kan een verhaal zijn dat je met z’n allen werkt aan een solidaire samenleving waar mensen een open gemeenschap vormen, waar mensen zich verbonden voelen, waar vrijheid is. Dat verhaal kan wel degelijk ook door de politiek worden gebracht, maar niet door de overheid. De overheid moet neutraal zijn, maar als politieke partij kun je heel goed zeggen: dit is de samenleving die wij voor ogen hebben. De fout van de politiek van de afgelopen twintig, dertig jaar zegt Mosselman, is dat het grote verhaal van de mensen die politiek bedrijven, van de bestuurlijke elite in Den Haag, een heel ander groot verhaal is dan dat van de mensen in het land. Het grote verhaal van de gedroomde kenniseconomie is niet het grote verhaal van mensen die nooit in die kenniseconomie zullen participeren omdat ze een laag opleidingsniveau hebben. De droom van een globaliserende wereld is niet het grote verhaal van de mensen in wijken waar die globalisering zoveel problemen oplevert.

Verder is Mosselman van mening dat we moeten beginnen te erkennen dat het populisme een positief element heeft, namelijk dat veel mensen wel weer gaan stemmen. Blijkbaar is er wel de behoefte deel te nemen aan de politiek. De vraag is hoe wij die mensen met ons eigen verhaal weer kunnen binden. De politiek heeft als taak een groot verhaal te vertellen wat voor iedereen geldt, dat mensen bindt, en dat ook een droom is als je niet slaagt en niet een hoge opleiding hebt. De politiek in Den Haag staat ver van mensen af waardoor er andere partijen opkomen die wel dat verhaal voor de gewone man claimen. Ik zie het als de taak van onze politiek om wel het zingevende verhaal voor iedereen te vertellen, waar religie een onderdeel van kan zijn. Maar dan, zoals Banning zegt: als een stuwende en niet als een sturende kracht.

 


Welkom