Openingstoespraak oprichtingsbijeenkomst Banning Werkgemeenschap
voor de PvdA, 24 september 2007 te UtrechtVoor deze vragen staan wij
Door Jone Bos
"Vrienden: hartelijk welkom. Hartelijk dank dat u gehoor hebt gegeven aan
onze uitnodiging om met elkaar te spreken over uw mogelijk actieve
deelname aan een beraad, dat wil bijdragen aan een sociaal-democratische
visie vanuit de christelijke geloofstraditie.
Ik zal mij in dit openingswoord beperken tot twee zaken. Een korte,
bondige samenvatting van de, vaak moeizame, verhouding geloof en
sociaal-democratie in de afgelopen eeuw en daarna de feitelijke stand
van zaken in onze partij anno 2007.
Voor de officiële verhouding geloof en sociaal-democratie zijn talloze
bronnen beschikbaar, maar ik heb mij, voorzover nodig, voornamelijk
gebaseerd op de dissertatie van wijlen Bart Tromp over de
sociaal-democratische programma’s tot 1977. Daarbij is het verstandig
eerst op te merken dat voor socialistische partijen (ik gebruik de
woorden ‘socialistisch’ en ‘sociaal-democratisch’ nogal eens door
elkaar) beginselprogramma’s van bijzonder gewicht zijn omdat zij
constituerend zijn voor partij en beweging. Want – en dat is de kern –
socialisten hebben geen ander mechanisme van groepsvorming op
ideologische grondslag, zoals religie, etniciteit, taal. Het mikken op
de ‘arbeidersklasse’ bijvoorbeeld had in de vooroorlogse SDAP geen ander
resultaat dan dat de confessionele arbeiders niet bereikt werden omdat
hun groepsvorming op religieuze grondslag dat verhinderde.
Al vroeg zag de sociaal-democratische beweging in dat het socialisme
geen levensbeschouwing zou zijn. Tegelijk werd het verschijnsel
godsdienst tot privaatzaak verklaard, naar het model van de grote Duitse
zusterpartij. In feite betekende dit een levensbeschouwelijk pluralisme
en zo kan Bart Tromp dan ook concluderen dat ‘de scheiding tussen
socialisme als politiek-maatschappelijke doctrine en een
levensbeschouwelijk getint socialisme, - en de verwerping van dat
laatste - in feite een constante is in alle beginselprogramma’s van SDAP
en later de PvdA.’
Albarda stelde al in 1939 vast dat ‘met de ontwikkeling van de
samenleving de godsdienst niet verdween, ook niet onder arbeiders. Voor
de socialistische beweging moeten godsdienstigen en ongodsdienstigen als
gelijkwaardig worden beschouwd.’
De loop van de geschiedenis gedurende de oorlog is bekend. Volstrekt
ongewild en onvoorzien droeg de Duitse bezetter, door het samenbrengen
van de toppen van onze vooroorlogse zuilen in de gijzelaarskampen in
Brabant, enorm bij aan een groeiende waardering en begrip van en voor
elkaar. Naast andere factoren, zoals het min of meer algemene gevoel dat
de vooroorlogse politieke partijverhoudingen vastgelopen waren, kwam,
als enige resultaat van de door velen beoogde politieke vernieuwing, in
1946 de Partij van de Arbeid tot stand, waarin SDAP, VDB en CDU opgingen
alsmede enkele uit het verzet voortgekomen groepjes jongeren van diverse
afkomst.
De centrale gedachte van het beginselprogramma van de nieuwe PvdA van
1947 was de Doorbraak. Het ‘godsdienst is privaatzaak’ heeft afgedaan.
De partij staat open voor personen van zeer verschillende
levensovertuiging; vanuit verschillende al dan niet religieuze
overtuigingen kan de keus voor het socialisme worden gemaakt. Van kerken
wordt verwacht dat zij de verantwoordelijkheid op zich nemen om op grond
van eigen uitgangspunten politieke uitspraken te doen wanneer zij dat
noodzakelijk achten. Je kunt zeggen dat de Nederlandse hervormde kerk in
de jaren vijftig hiervoor model stond met haar druk besproken
herderlijke schrijvens over onder meer ‘Christen zijn in de Nederlandse
samenleving’ en het kernwapenrapport.
Bij de herziening van het beginselprogramma van 1959 stond het karakter
van de partij als doorbraakpartij niet ter discussie. In het
beginselprogramma van 1977 speelt het thema van de verhouding tussen
levensovertuiging en politiek geen enkele rol meer in de partij. De
werkgemeenschappen waren al geliquideerd en, zegt Bart Tromp, ‘aangezien
de Doorbraak inmiddels gerealiseerd werd geacht, vond de
beginselprogramma-commissie het niet nodig in te gaan op de verhouding
tussen levensovertuiging en politiek. Met dit beginselprogramma verdween
elk verband tussen levensbeschouwing en politieke idealen.’
Het beginselprogramma van 1947 erkende het innig verband tussen geloof
en levensbeschouwing enerzijds en socialisme anderzijds. Het verwierp
niet alleen de antithese in politicis, maar ook de SDAP-houding van
‘godsdienst is privézaak’ Daarop waren de werkgemeenschappen dertig jaar
lang gebaseerd. Toen zij in de jaren zeventig als gevolg van de
overheersende toenmalige mentaliteit in de partij een vrij zachte dood
stierven, was het beginselprogram van 1977 daar ex post een bevestiging
van.
Een aantal belijdende protestanten had daar toch geen vrede mee. Het
grondig nadenken over geloof en politiek, zoals dat in de oude Prot.-Chr.
Werkgemeenschap was beleefd, had diepe sporen nagelaten. Zo kwamen in
februari 1981 een aantal protestanten bij elkaar in Amersfoort en zij
hebben dit tot op de huidige dag tweemaal per jaar volgehouden.
Arie Spijkerboer en Hans de Knijff hebben in grote trouw een twintig
jaar de leiding gehad. Daarna namen Dirk Edens en ik het voortouw over.
Onze bijeenkomsten zijn gebleven wat zij vanaf het begin waren: vooral
vormend en zoals Arie Spijkerboer eens heeft getuigd ‘je ging altijd als
een opgewekte socialist weer naar huis’.
Maar we zagen in de loop der jaren ouderen afvallen en geen nieuwe leden
er bij komen. In een poging de basis te verbreden hebben we daarom
contact gezocht met de AG der Woodbrookers en zo werden wij vanaf 1
januari 2003 een werkgroep van de Vereniging voor Zingeving en
Democratie. Maar weer moeten wij nuchter constateren dat het nauwelijks
kwantitatieve resultaten heeft gehad.
Ondertussen leven wij in 2007 en is er, sedert enkele jaren, een
bescheiden terugkeer van de religie in het publieke domein, zoals de WRR
het heeft genoemd. Het beginselmanifest van 2005 biedt een, zij het
nogal bescheiden, opening waar het zegt: ‘sociaal-democratische idealen
binden en inspireren mensen met de meest uiteenlopende achtergronden en
overtuigingen al meer dan een eeuw. De Partij van de Arbeid wil al deze
mensen mobiliseren en een plek bieden….’
Hans de Knijff sprak in 2006 uitvoerig en gedocumenteerd over een
herkansing van de Doorbraak. Herman Noordegraaf zag eveneens nieuwe
kansen en mogelijkheden omdat de Doorbraakgedachte voor onze samenleving
van belang blijft vanwege de vraag hoe in een pluriforme samenleving een
vreedzaam en rechtvaardig samenleven van mensen van uiteenlopende
levensovertuiging mogelijk gemaakt kan worden (zie voor het essay van
De Knijff: Heeft de Doorbraak van 1946 vandaag nog maatschappelijke
betekenis?).
Evident is natuurlijk dat de nadrukkelijke aanwezigheid van de islam in
onze samenleving - een godsdienst, die geen scheiding tussen moskee en
staat kent - krachtig heeft bijgedragen aan het fenomeen van de
terugkeer van de religie in het publieke domein, al was het alleen al
door een serie opvallende uiterlijke vormen. Ook voor de moslim geldt
dat, wanneer hij zich met de praktische politieke idealen van de
sociaal-democratie kan verenigen, hij met zijn geloofsinbreng welkom is
binnen de partij.
Dat is niet de reden waarom wij hier bij elkaar zijn. Wij willen in onze
samenleving met haar gigantische nieuwe problemen als bijvoorbeeld de
internationalisering en de integratie van dat deel van onze burgers, dat
van niet-Westerse herkomst is, ons blijven bezinnen op en een verdieping
van de verhouding tussen christelijk geloof en sociaal-democratische
politiek.
In dat verband grijp ik graag terug op wat de zich een ‘seculiere joodse
sociaal-democraat’ noemende Job Cohen al meerdere malen heeft betoogd.
Op een conferentie van het Trefpunt van socialisme en levensovertuiging
i.s.m. de WBS in 2006 pleitte hij voor een herijking van de verhouding
tussen PvdA en religie, onder meer omdat hij religies als partners ziet
op weg naar een rechtvaardige samenleving.
Welnu: een kerngroepje binnen de PWG bezon zich deze zomer op de
toekomst. Daarbij speelde dat onze secretaris, Dirk Edens, zijn functie
had neergelegd, terwijl ook ik langzamerhand graag uitzie naar een
jongere in mijn plaats. Maar bovenal: heeft deze bezinning nog
perspectief; kunnen wij de slag naar jongeren maken?
Min of meer tot mijn verrassing besloot ons kerngroepje niet tot
opheffing, maar tot doorgaan. Daarom hebben wij u gevraagd u mee te
beraden, want essentieel is dat er een nieuwe kern opstaat, die bereid
is verder te gaan:
.... met een verbreed beraad, d.w.z. inclusief rooms-katholieken;
.... met leiding te geven aan, wellicht nieuwe, vormen van beraad; ik denk
daarbij bij voorbeeld aan het gebruik van internet.
.... met thema’s, die politiek belangrijk zijn, hoewel het niet om de waan
van de dag hoeft te gaan.
.... met het zoeken naar aansluiting met nieuwe generaties mensen, die met
de oude Doorbraakgedachte ook in een nieuwe tijd aan de slag willen.
Het allereerst nodige is wellicht een verjongde kern, die met een schil
daaromheen (mensen op wie je voor een bepaald thema een beroep kunt
doen) aan de slag gaat?
Voor die vragen staan wij en ik hoop op een vruchtbaar beraad."
|