Op de site treft u enkele verhalen naar aanleiding van de
najaarsbijeenkomst 2009 van de Banning Werkgemeenschap voor de PvdA,
gehouden in oktober. Prof. dr. Hans A. Alma, rector van de
Universiteit voor Humanistiek, gaf een inleiding;
Herman Noordegraaf gaf een reactie. De discussie wordt
hieronder kort samengevat.
Hoeveel orthodoxie kan een samenleving verdragen?
‘Hoeveel orthodoxie kan een open samenleving verdragen?’ vraagt gespreksleider
Marleen Barth, voorzitter van de Banning Werkgemeenschap voor de PvdA na de rede
van Hans Alma en de reacties daarop van André Bonthuis en Herman Noordegraaf.
‘Ben je als PvdA klaar als de open samenleving wettelijk gegarandeerd is? Of wil
je dat iedereen leeft zoals jij wilt en wordt die open samenleving een eigen
orthodoxie? Dat raakt aan de discussies over moslims die geen hand willen geven,
over de boerka. Maar ook aan de vraag hoe we met de SGP omgaan. Gaan we nu
zeggen dat de SGP homo’s niet meer mag weigeren?’
Een lastig punt, zegt Hans Alma. Past alles in een open samenleving? ‘We hebben
geen andere keus dan die vraag steeds weer te stellen en het gesprek daarover
gaande te houden’. Wie vindt dat geen enkel orthodox element in de open
samenleving past, komt tot een eigen soort orthodoxie. ‘Juist in situaties
waarin het moeilijk is, moet je proberen recht te doen aan wat voor de ander, in
dit geval een orthodoxe moslim of orthodoxe christen, van belang is. Zonder bij
voorbaat op te geven dat het toch nodig kan zijn daarin grenzen te trekken’,
zegt Alma. ‘Er is geen oplossing voor die spanning. Popper schetst ook de
voortdurende drang, ook van de vrijzinnigheid, om in ideologie te vervallen
vanuit een hang naar duidelijkheid en zekerheid. De open samenleving is een
spanningsgeladen ruimte.’
Herman Noordegraaf: ‘Ik zou met Voltaire willen zeggen: tolerantie is de
vrijheid van meningsuiting van degenen met wie je het wezenlijk niet eens bent.
Doorvertaald naar vandaag betekent dit dat een orthodox persoon volop de
vrijheid heeft z’n mening te uiten. Maar er zijn begrenzingen in de humanitaire
waarden vanuit de mensenrechten waar je niet onder moet gaan.
In die zin wordt het veld wel afgebakend. Je zult zoveel mogelijk argumentatief
duidelijk moeten maken waarom je welke standpunten kiest en ook bereid moeten
zijn je standpunten te herzien als daar overtuigende argumenten voor zijn. Er
zijn geen definitieve antwoorden. Dat is voor veel mensen onbevredigend, maar ik
zie geen andere oplossing.’
Marleen Barth oppert de vraag of de toenemende spanning ontstaat omdat de
meerderheid in Nederland bestaat uit een links-liberale, vrijzinnige, goed
opgeleide middenklasse die heeft afgeleerd om te gaan met minderheden die hun
zingeving op een andere manier vormgeven
Hans Alma: ‘Vanuit mijn opvatting van vrijzinnigheid ben ik het er niet mee eens
dat de meerderheid in Nederland vrijzinnig zou zijn. Liberale opvattingen worden
wel heel breed gedeeld. Vrijzinnigheid heeft juist een groot probleem met haar
aantrekkingskracht. Eigen aan vrijzinnigheid is juist de bereidheid je te laten
confronteren met de consequenties daarvan en daarvoor je verantwoordelijkheden
te nemen. Ik noemde het voorbeeld van respect. Ik denk dat het bij
vrijzinnigheid hoort dat je je afvraagt hoe je omgaat met situaties waarin
respect heel problematisch kan worden.’
Rein Zunderdorp, voorzitter van het Humanistisch Verbond, heeft als vuistregel
dat je moet oppassen zodra mensen een poging doen hun eigen dogma’s algemeen
verbindend te verklaren. Dan zijn ze wel degelijk de vijand van de open
samenleving. Maar als orthodoxen alleen ruimte voor zichzelf vragen, dan moeten
we dat respecteren. Wat mij betreft zelfs binnen de PvdA, daar heb ik geen
enkele moeite mee.’
Orthodoxen die hun persoonlijke overtuiging door middel van wetgeving aan de
grote meerderheid die daar niet van gediend is, willen opdringen, is niet alleen
maar theorie, zegt Zunderdorp. ‘De SGP had dat voornemen en is daarom altijd
buiten de regering gehouden. De ChristenUnie had dat voornemen ook, maar is om
onduidelijke redenen binnen de regering terecht gekomen en dat is dan ook een
van de bronnen van spanning’. Nee, de ChristenUnie valt niet mee, zegt hij. ‘Ze
doen het wel heel slim. Ze argumenteren zoals Herman Noordegraaf dat zojuist
bepleitte, maar hun bron is wel degelijk een hoge mate van leerstelligheid’.
Over dwang binnen de groep zegt Rein Zunderdorp: ‘Ik vind dat we vrij lang
moeten doorgaan met het accepteren van orthodoxe levenshoudingen, ook in het
publieke domein. Maar ik vind het moreel verwerpelijk als leden van zulke
groepen tegen hun wil gedwongen worden in die orthodoxie mee te gaan. Je zou
kunnen overwegen in de wet vast te leggen dat mensen een aanklacht kunnen
indienen tegen hun onderdrukker, dus als ze in eigen groep worden gedwongen mee
te doen met een orthodoxe praktijk om bijvoorbeeld een boerka te dragen. Dat zou
ik een aardige variant vinden’. Zunderdorp voegt daar onmiddellijk aan toe:
‘Maar laten we er niet in doorschieten. Laten we niet uit angst voor zaken die
eigenlijk op een andere manier moeten worden beteugeld, de openheid uit de eigen
samenleving wegnemen.’
Hans Alma: ‘Ik ben het met Zunderdorp eens dat de orthodoxie in de door hem
geschilderde onschuldige variant een plek moet hebben. Toch denk ik dat het ook
bij de open samenleving hoort dat je die mensen vraagt om het gesprek daarover
te blijven aangaan. Maar ik zie juist binnen levensbeschouwelijke tradities een
zorgelijke tendens naar een steeds conservatiever opstelling en naar juist
minder bereidheid tot dialoog’.
Op de vraag naar de rol van politieke partijen zegt Alma: ‘Ik zie in onze
samenleving een zeker gebrek aan levenbeschouwelijke reflectie in ons handelen.
Dat werkt door in de politiek. Ik denk dat je van politieke partijen kunt
verwachten dat ze ergens een ruimte zoeken voor die levensbeschouwelijke
reflectie in de politiek. Trefpunt en de Banning Werkgemeenschap doen wat dat
betreft belangrijk werk in de PvdA. Ik denk dat herbronning vanuit humanisme,
christendom, islam, dat wil zeggen het doordenken van vragen waarin we staan,
veelal problematisch is. Er ligt een enorme nadruk op het neutraliteitsdenken
waardoor een enorme voedingsbron wordt gemist waaruit je kortademigheid kunt
bestrijden.’
Herman Noordegraaf denkt dat het gesprek over de vraag waarom je eigenlijk lid
bent van de PvdA vaker gevoerd mag worden. ‘Je moet wel weten waar je voor
staat. Dat had er toe bij kunnen dragen dat de PvdA minder was meegegaan met de
neoliberale golf. Ik vind dat men te veel voor die tijdgeest heeft gebogen. Ik
ben niet van het dogmatisme dat niets via de markt mag. Daar mag je
instrumenteel naar kijken, maar wel kritisch. Dat is volgens mij in de jaren
negentig van de vorige eeuw te weinig gebeurd.’
In verband met de karakteristieken van vrijzinnigheid zoals vrijheid, de
bereidheid tot dialoog en het aanvaarden van de consequentie van je handelen,
zegt Noordegraaf: ‘Ik vind het heel belangrijk dat je mensen confronteert met de
gevolgen van wat ze voorstaan. Een eenvoudig voorbeeld uit de wijkgesprekken in
mijn woonplaats: men wil meer groen, maar men wil ook de auto voor de deur
kunnen parkeren. Dan ziet men als oplossing bijvoorbeeld een parkeergarage waar
een flink kostenplaatje aan vast zit. Maar men wil niet dat de gemeentelijke
tarieven omhoog gaan. Ik denk dat je als politieke partij na zo’n gesprek keuzen
moet maken en daarvoor ook moet staan. En ik vind belangrijk dat je als PvdA ook
belangen laat meewegen van mensen die hun stem daar niet kunnen laten horen.’
|