|
Ahmed Marcouch, stadsdeelvoorzitter Slotervaart, voor de Banning
Werkgemeenschap voor de PvdA op 22 november 2008 in Utrecht:
De islam is al een Nederlandse godsdienst
Het is de godsdienst van een groep Nederlandse burgers die druk
doende zijn hun geloof op deze samenleving af te stemmen.
Dat is goed zo. Dat hoort zo. Dat is gewenst.
Mijn vader kwam te
voet.
Hij is Europa binnen komen lopen.
Hier, hier in Nederland is hij gestopt en aan het werk gegaan.
Dat was een wijs besluit.
Jaren later heeft hij mij uit Marokko laten overkomen. Ik was toen 10.
Mijn leven kreeg er een beslissende wending door. Doordat hij mij naar
Nederland haalde kreeg ik kansen die ik anders nooit gehad zou hebben.
Kansen op vrijheid en welvaart maar bovenal de kans om me zelf te
ontwikkelen.
Ik ben daar mijn vader maar ook de Nederlandse samenleving tot op de
dag van vandaag dankbaar voor. Ik vermoed dat dat gevoel van
dankbaarheid een levenlang zal aanhouden.
De uitdaging
Dames en Heren,
U heeft mij uitgenodigd hier vandaag op deze conferentie over
sociaal-democratie en religie met u over de islam te spreken. Ik doe
dat met plezier. Ik doe dat ook met grote ernst. De vraag hoe de
Nederlandse samenleving, de Nederlandse politiek, de Nederlandse
overheid om moeten gaan met de islam is dringend en rijk aan belang en
verstrekkend in zijn consequenties.
Het is de vierde keer in de Nederlandse geschiedenis dat godsdienst een
kwestie wordt. Het is de vierde keer dat we geconfronteerd worden met
de vraag hoe we met een religie om moeten gaan. De vorige drie keren
was het antwoord dat we op die vraag gaven fundamenteel voor de
samenleving in haar geheel. Het is nauwelijks overdreven te stellen dat
de drie antwoorden de Nederlandse samenleving definieerden, dat die
antwoorden ons gemaakt hebben tot wat we zijn. Ik vermoed, ik ben er
bijna zeker van dat dat dit keer ook weer het geval zal zijn. Hoe
Nederland om zal gaan met de islam zal van grote invloed zijn op het
soort samenleving dat wij in de toekomst worden.
De eerste keer stelde de reformatie de vraag. Als antwoord voerden de
mensen van de lage landen bij de zee tachtig jaar oorlog met het
Spaanse rijk. Toen ze die oorlog hadden gewonnen weerstonden ze de
verleiding zich als een exclusief protestantse natie te formeren. In
plaats daarvan stichtten ze de natie op basis van de godsdienstvrijheid
en werden zo de meest liberale samenleving die Europa rijk is.
De tweede keer was het de katholieke emancipatie die de samenleving op
de proef stelde. Godsdienstvrijheid impliceert de gelijkwaardigheid van
godsdiensten. De Nederlandse katholieken eisten die gelijkwaardigheid
op in de praktijk. De samenleving erkende hun recht en zette dat in
instituties om. Dat werd de verzuiling. Tegelijk droeg die erkenning
van de gelijkwaardigheid ook al de kiem in zich van de latere afbraak
van de scheidsmuren.
De Jodenvervolging door de Duitse bezetter was de derde keer. De
Nederlandse samenleving is er toen niet in geslaagd haar Joodse burgers
tegen het nationaal-socialistische geweld te beschermen. Ze heeft
daarin gefaald. De schuld naar hen die de samenleving daarmee op zich
heeft geladen is nog steeds niet echt afgedragen, denk ik. Het
naoorlogse Nederland draagt echter ook de onderduik in zijn innerlijk
mee. De dappere acties van de Nederlanders die toen hun overheid het af
liet weten, zelf de bescherming van Joodse burgers op zich namen – met
gevaar voor eigen leven.
Deze keer, de vierde keer, is het de islam die de uitdaging is; de
godsdienst die als een onverwacht geschenk door Marokkaanse en Turkse
gastarbeiders (en Iraanse en Somalische en Bosnische en Pakistaanse en
Irakese en Afghaanse vluchtelingen) het land is binnengesmokkeld. De
godsdienst die zich een tijdlang schuilhield in achteraf gelegen
noodmoskeetjes, waar oude mannen zich troffen voor gebed en gesprek en
gezelligheid. De godsdienst die zich in Nederland begon te manifesteren
toen de tweede generatie er vragen bij ging stellen.
Een doodgewone godsdienst
Dames en Heren,
De islam is een godsdienst die nauw verwant is aan de joodse en de
christelijke. De islam is net als de andere twee een uit het midden
oosten afkomstig monotheďsme. Joden, Christenen en Moslims geloven alle
drie in dezelfde God. De god van Abraham.
De islam is een geloof van gewone mensen. Ze verdienen hun brood,
hebben lief, voeden hun kinderen op en proberen zo goed als het gaat
hun geloof met het dagelijkse leven in overeenstemming te brengen. Dat
lukt soms wel en vaak ook niet.
De islam en zijn beschaving verkeren in nood. Zij hebben de
uiteenzetting met de moderniteit te lang uitgesteld. Zij hebben
daardoor een achterstand opgelopen. Nu ze er eindelijk toe zijn
overgegaan zich te moderniseren gaat dat met grote pijn en moeite
gepaard.
De grootste pijn doet het geweld. Het huis van de islam wordt al een
generatie lang bezocht door een plaag. Een extremistische minderheid
pleegt uit naam van de islam gewelddaden. Dat geweld heeft
tienduizenden slachtoffers gemaakt; op de eerste plaats onder moslims,
maar vervolgens over de hele wereld.
Ik schaam me voor dat extremistische geweld. Ik zou willen dat ik het
ongedaan zou kunnen maken. Ik voel mij schuldig tegenover de
slachtoffers. Ik beschouw het als een persoonlijke verantwoordelijkheid
voor iedere moslim alles te doen wat in zijn of haar macht staat dat
bloed vergieten te beëindigen.
Een goede afloop
De afloop van het historische proces waarin de islam en de moderniteit
elkaar eindelijk ontmoeten, staat niettemin vast, denk ik. Net als
christendom en jodendom zal ook de islam zich met de moderne tijd
arrangeren. En de islamitische beschaving zal zich langzaam maar zeker
in een verzameling moderne samenlevingen transformeren.
Misschien denkt u, dames en heren, dat ik mijn stelligheid over de
goede afloop, aan een vertrouwen in de veerkracht van de islam ontleen.
Ik zal niet ontkennen dat ik zo’n vertrouwen bezit. Een godsdienst die
als eerste gebod kent: denk zelfstandig! en als tweede: werk aan de
gerechtigheid! hoeft de confrontatie met de moderne tijd niet te
schuwen.
Maar mijn zekerheid ontleen ik eerder aan mijn vertrouwen in de
moderniteit en de westerse beschaving. Het is de aantrekkingskracht van
de moderne verworvenheden die de uitkomst garandeert. Vrijheid,
welvaart, het streven naar geluk en dan nog de democratie en de
rechtstaat, dat pakket is onweerstaanbaar.
Obama zei het mooi op het moment dat hij zich in zijn speech over de
hoofden van de Amerikanen heen tot alle wereldburgers richtte: wij
bewandelen verschillende wegen, maar de bestemming is dezelfde.
Een Nederlandse islam
Dames en heren,
De angstaanjagers waarschuwen voor een islamisering van Nederland.
Daarbij past slechts een meewarige glimlach. De angstaanjagers kunnen
niet rekenen. De islam is hier voor altijd de godsdienst van een
minderheid. De angstaanjagers hebben geen idee wat de moslims in
Nederland bezielt. Die willen de Nederlandse samenleving helemaal niet
in iets anders veranderen. De Nederlandse moslims willen er
gelijkwaardig aan kunnen deelnemen. De angstaanjagers onderschatten de
kracht van deze samenleving en haar aantrekkelijkheid. Het ontbreekt
hen, zou je met een knipoog kunnen zeggen, aan vaderlandsliefde.
In de werkelijkheid speelt zich voor onze ogen het omgekeerde af. We
zijn met zijn allen getuige van de vernederlandsing van de moslims. En
dan bedoel ik niet alleen de initiatieven om de koran te vertalen en in
het Nederlands te gaan preken –hoe belangrijk die ook zijn. Ik doel op
de islamopleidingen aan Nederlandse hogescholen en universiteiten. Ik
doel op de inspanningen van de zittende imams de taal te leren en de
samenleving te begrijpen. Ik doel op de dialogen tussen de gezindten.
Maar bovenal heb ik de alledaagse inspanningen van de gewone moslim op
het oog die zijn geloof probeert te verbinden met een succesvol bestaan
hier, in deze seculiere en veelgelovige samenleving –en die daar
langzaam maar zeker in begint te slagen.
De vernederlandsing van de islam kent een veelheid aan gestaltes. De
afvalligheid is er een van. Het ontstaan van een liberale islam een
ander. Het werk van evenwichtigen, de bruggenbouwers binnen de
moslimgemeenschap wordt vaak onvoldoende op waarde geschat, maar hoort
er zeker bij. En dat ook veel orthodoxe moslims bezig zijn een
levenswijze te ontwikkelen die het hen mogelijk maakt succesvol in de
samenleving te participeren, wordt helaas in de regel helemaal over het
hoofd gezien.
Wij hebben toegelaten, dames en heren, dat Ella Vogelaar door de
angstaanjagers is weggehoond toen ze opperde dat de islam in de
toekomst een deel van de Nederlandse traditie zou zijn geworden. Ze had
natuurlijk gewoon gelijk. Sterker nog ze formuleerde het veel te
voorzichtig. De islam is al een Nederlandse godsdienst. Het is de
godsdienst van een groep Nederlandse burgers die druk doende zijn hun
geloof op deze samenleving af te stemmen. Dat is goed zo. Dat hoort zo.
Dat is gewenst.
Het principe
Dames en heren,
Nederland staat voor de vierde keer in zijn bestaan voor de opgave de
verhouding tussen de samenleving en een geloof te bepalen. Deze keer is
de islam de kwestie, de vragensteller, de verzoeking. Het is aan de
politiek daarop een antwoord te geven. Ze moet sturing geven aan de
overheid. Zij moet richting geven aan de samenleving.
De basis voor de manier waarop de Nederlandse politiek, de Nederlandse
overheid en de Nederlandse samenleving met de islam moeten omgaan is de
vrijheid van godsdienst. Dat is een grondrecht. Een grondrecht van
ieder mens en dus van iedere burger.
De vrijheid van godsdienst is een van de fundamentele vrijheidsrechten.
Als zodanig ontrekt het zich aan de meerderheidspolitiek van alledag.
Formeel wordt dat uitgedrukt doordat het is opgenomen in de universele
verklaring van de rechten van de mens en in de grondwetten van naties.
Inhoudelijk betekent het dat de godsdienstvrijheid gezien wordt als een
basiselement van een democratische samenleving dat daaruit niet kan en
mag worden losgemaakt.
De vrijheid van godsdienst is een individueel grondrecht –niet het
recht van een groep, of kerk. Het is het individu dat het vrij staat te
geloven naar eigen inzicht – of niet te geloven. Het is het individu
dat het recht heeft zijn godsdienst te beleven en te belijden. Het is
het individu dat het recht heeft om zich aan te sluiten bij andere
gelovigen en een geloofgemeenschap te vormen. Het is het individu dat
er recht op heeft dat die geloofsgemeenschap de gelegenheid krijgt zich
te organiseren, te vestigen, zijn voortbestaan te verzekeren.
De vrijheid van godsdienst sticht een voor de overheid verplichtende
gelijkheid tussen de godsdiensten en gezindten. De overheid mag geen
verschil maken. In feite geldt dat in het verlengde daarvan ook voor
iedere democratische samenleving. Het is alleen het individu dat mag
kiezen, dat verschil mag maken, mag geloven in het een of het ander –of
helemaal niet.
De vrijheid van godsdienst geeft aan iedere moslim in Nederland het
recht zich tot zijn geloof te bekennen. Het geeft hem het recht het te
beleven en te belijden. Het geeft hem het recht lid te worden van een
geloofsgemeenschap en zich voor die gemeenschap in te zetten. Het geeft
hem het recht openlijk van zijn geloof kond te doen, in woord, gebaar,
ornament. Het geeft hem het recht met andere geloven en gezindten in
debat te gaan. De vrijheid van godsdienst geeft hem echter ook het
recht met andere moslims over de juiste interpretatie te twisten. En
het geeft hem tenslotte het recht zijn geloof vaarwel te zeggen.
De vrijheid van godsdienst geeft aan de islam in Nederland dezelfde
rechten als aan de andere gevestigde godsdiensten. De islam heeft in
Nederland dezelfde rechten als elke andere godsdienst; dezelfde rechten
als bijvoorbeeld het protestantisme, het katholicisme en het jodendom.
De fatsoenlijke samenleving
Dames en heren,
Voor de oprecht gelovige is zijn geloof de kern van zijn identiteit.
Daarom luisteren geloofskwesties zo nauw.
Als iemand het idee heeft dat zijn godsdienst niet serieus wordt
genomen, wordt achtergesteld en ongelijk wordt behandeld, als
achterlijk wordt beschouwd en wordt gewantrouwd dan belemmert dat niet
alleen zijn godsdienstigheid. Hij voelt zich erdoor vernedert. Hij
voelt zich in zijn eigenwaarde aangetast. Hoe er met godsdienst wordt
omgegaan is niet alleen een kwestie van vrijheid, het is ook en
misschien nog wel dieper, een kwestie van waardigheid, van menselijke
waardigheid.
Als een individu zich minachtend uitlaat over iemands godsdienst, is
dat vervelend, maar geen halszaak. Het hoort erbij, zou je kunnen
zeggen. Daar moet je tegen kunnen. Anders wordt het als de overheid dat
gaat doen, of de instituties van een samenleving, of haar openbare
mening. Dan wordt het moeilijk je daaraan te ontrekken, daar over heen
te zetten. De vernedering sijpelt binnen. Je begint te denken dat je
vanwege je geloof een tweederangs burger bent –en zult blijven.
Het lijkt er dan op dat de samenleving als prijs voor het volwaardige
lidmaatschap de zelfverloochening van je eist.
Dames en heren,
Ik denk dat een Nederlandse islampolitiek uit een zestal elementen zou
moeten bestaan. Elementen die elkaar aanvullen. Elementen die alleen
maar in samenhang hun werk doen.
(1) Heet de islam welkom. (2)
Bestrijdt het extremistische geweld. (3) Geef ruimte aan orthodoxie.
(4) Steun de emancipatie van vrouwen, homo’s en lesbiennes. (5)
Stimuleer het debat. (6) Bestrijdt discriminatie.
(1) Heet de islam welkom. Waar het aan heeft ontbroken is de volmondige
erkenning van de gelijkwaardigheid van de islam en de rechten van
moslims door het politieke gezag; minister president, regering, de
politieke centrumpartijen, burgemeesters. Als dat regelmatig en met
verve zou worden gedaan zou dat duidelijk maken dat we als samenleving
menen wat onze grondrechten beloven. Het zou de angstaanjagers de wind
uit de zeilen nemen. Het zou moslims gerust stellen en de rug sterken.
(2) Bestrijdt het extremistische geweld. De kern van de scheiding van
kerk en staat is dat een geloofsgemeenschap het monopolie op geweld,
wetgeving en straf aan de staat laat. De overheid moet iedere
gewelddaad of –dreiging die in naam van of onder de dekmantel van de
islam wordt gepleegd, streng vervolgen. Dat geldt voor terreur, maar
ook voor geweld jegens afvalligen, voor eerwraak, voor
vrouwenmishandeling, voor vrouwenbesnijdenis, voor afgedwongen
huwelijken, voor geweld tegen homo’s en lesbiennes. De overheid moet
daarbij op de volledige medewerking van de moslimgemeenschappen kunnen
rekenen.
(3) Geef ruimte aan orthodoxie. Wat de godsdienstvrijheid een moderne
samenleving waard is toont zich altijd in de omgang met de orthodox
gelovige. Die doet vreemd. Die is lastig. Maar juist daar moet de
vrijheid zich bewijzen. In principe moet de samenleving de orthodox
gelovige zo goed mogelijk verdragen. In de praktijk moet er een
onderhandelingsproces op gang komen waarin beide partijen aftasten hoe
ver de verdraagzaamheid reikt en waar compromissen kunnen worden
gesloten. Verdraagzaamheid vindt in ieder geval een grens als er
rechten van anderen worden geschonden.
(4) Steun de emancipatie van vrouwen, homo’s en lesbiennes. Als het om
de rechten van vrouwen en van homo’s en lesbiennes gaat laat de
werkelijkheid in veel moslimfamilies en –gemeenschappen stevig te
wensen over. Politiek, overheid en samenleving moeten daar
ondubbelzinnig en bij herhaling hun afkeuring over uit spreken. Wordt
de wet dan overtreden moet daartegen worden opgetreden. Moslim-vrouwen,
-homo’s en -lesbiennes die zich emanciperen en voor hun rechten
opkomen, moeten moreel en praktisch worden gesteund.
(5) Stimuleer het debat. Niets doet de islam zo goed als de Nederlandse
vrijzinnigheid en het openbare debat dat daar uit voort komt. Er moet
plaats zijn voor de dialoog a la Job Cohen, voor de scherpe kritiek van
Ayaan Hirshi Ali, voor provocaties als die van Theo van Gogh. De islam
hoeft niet met zijden handschoentjes te worden aangepakt; hij kan tegen
een stootje. Het debat onder moslims over de islam moet uit de
achterkamertjes gehaald worden en zijn eigen fora krijgen. Islamitisch
theologisch onderzoek moet een plaats krijgen aan de universiteiten.
En, overigens, god hoeft niet beschermd te worden tegen de belediging;
hij staat daar boven.
(6) Bestrijdt discriminatie. Discriminatie van mensen op basis van hun
ras, geslacht, seksuele geaardheid, afkomst, leeftijd en godsdienst is
verboden. Dat is ook een basiselement van democratische samenlevingen.
Het lijdt geen twijfel dat discriminatie dat wil zeggen achterstelling
van moslims de afgelopen jaren in Nederland is toegenomen. De overheid
moet daar tegen optreden. Voor zover het om achterstelling op de
arbeidsmarkt gaat moet ze overwegen maatregelen te nemen om dat te
compenseren.
Dames en heren,
Wouter Bos zei het al een tijd geleden. De sociaal-democratie moet het
doen. Zij moet als het er om gaat de verhouding tussen samenleving en
islam te normaliseren, het voortouw nemen. Zij moet het heft uit handen
nemen van de angstaanjagers aan de uiterste rechterzijde. Zij moet haar
visie op de integratie van de moslims in de Nederlandse samenleving
offensief uitdragen en angstvrij voorleggen aan de eigen achterban en
de Nederlandse burger.
De PvdA is de partij van de werkenden, van de kansarmen en van de
mensen die de roep om gerechtigheid hebben gehoord en verstaan. Van die
grote coalitie zijn immigranten een vanzelfsprekend onderdeel. Van die
grote coalitie zijn dus de meeste moslims in Nederland een
vanzelfsprekend onderdeel.
Eigenlijk zou het niet de taak van de PvdA mogen zijn. Eigenlijk zou
het - omdat het hier om de verwerkelijking van een grondrecht gaat- de
taak moeten zijn van alle Nederlandse centrumpartijen. Maar de VVD laat
zich in gijzeling nemen en het CDA aarzelt vanwege de eigen identiteit.
De PvdA is de partij van de emancipatie. De PvdA is van oudsher de
partij die zelfverheffing en zelfbevrijding predikt en de bewegingen
die dat teweeg brengen ondersteunt. De PvdA kiest partij voor de
emancipatie van arbeiders, van vrouwen en homo’s en lesbiennes, van
immigranten en ja, waarom niet, als ongenode gast op dit feest van de
mondigheid, nu ook van moslims.
Dames en heren,
De trots van zijn burgers moet een samenleving verdienen. Loos een
beroep er op doen staat de politiek slecht.
Ik ben trots op Nederland. Deze samenleving verdient mijn hoogachting.
Ik ben er trots op dat ze zich op de godsdienstvrijheid heeft
gegrondvest. Ik ben er trots op dat ze de grote veranderingen in de
afgelopen eeuwen geweldloos heeft laten verlopen. Ik ben er trots op
dat zij het pragmatisme van vrijheid, rijkdom en geluk altijd met de
gerechtigheid heeft proberen te verbinden. Ik ben er trots op dat ze
zich tegen het totalitarisme heeft verzet en aan de overwinningen van
de democratie actief heeft bijgedragen.
Ik ben er van overtuigd dat de Nederlandse samenleving de vierde
geloofskwestie uit haar bestaan tot een goed einde zal brengen. Ze zal
dat doen door de moslims in zich op te nemen, als vrije en gelijke
burgers, die zichzelf niet hoeven te verloochenen.
Dames en Heren
Mijn vader kwam te voet. Hij is onaangekondigd bij de moderniteit
binnen komen lopen. Hier, hier in Nederland, is hij gestopt en aan het
werk gegaan. Sinds hij mij uit Marokko heeft laten overkomen, zet ik
zijn reis voort, onverdroten.
Dank voor uw aandacht.
Lees ook de bijdrage van Jacq. Wallage
op dezelfde bijeenkomst
|