|
Door Mijnke Bosman, voorzitter Zingeving.net
Met de rug naar de samenleving
Met de ruggen naar elkaar was een veel gebruikte uitdrukking in de campagne voor de Statenverkiezingen van de PvdA Gelderland. Het huidige kabinet en in zijn kielzog vele vorige kabinetten, bestuurders van lagere overheden en volksvertegenwoordigers zouden met de rug naar de samenleving hebben gestaan. Zij zouden niet echt hebben geluisterd naar wat mensen bezighoudt. De opkomst van de SP en de PVV, de partijen op de flanken, kan daardoor worden verklaard.
Lang heb ik gedacht dat het wel meeviel. Dat de overheid de beroerdste niet is en dat bestuurders en volksvertegenwoordigers oprecht proberen in beeld te krijgen – met veel vormen van inspraak en overleg – wat de beste koers is voor ons land en de burgers. Dat niet iedereen altijd zijn zin kan krijgen, spreekt vanzelf. De samenleving is complex en er zijn veel tegenstrijdige belangen. Maar ook mensen die hun zin niet krijgen, zouden wel het gevoel moeten hebben dat er naar hen wordt geluisterd, dat hun bezwaren serieus worden genomen en dat de overheid hen niet de rug toekeert.
De mannenbroeders van Kootjebroek
Op 31 maart werd een fraaie documentaire uitgezonden, gemaakt door de EO-filmmaker en onderzoeksjournalist Geertjan Lassche. Ik betrapte me erop dat ik bijna met de rug naar deze filmmaker was gaan staan. EO, het zou dus wel niet veel soeps zijn. Het tegendeel was waar. Met schokkende beelden wordt duidelijk hoezeer de overheid bij de MKZ-crisis met de rug heeft gestaan naar de inwoners van Kootwijkerbroek, een dorp van 5.000 zielen op de Veluwe in de bible belt. In de volksmond wordt het dorp Kootjebroek genoemd.
In Kootwijkerbroek leeft nog steeds de stellige overtuiging dat er in 2001 nooit een uitbraak van MKZ geweest is in hun dorp. De documentaire laat zien dat er hooguit één verdacht bloedmonster was en dat niet helemaal zeker is dat dat echt uit Kootwijkerbroek kwam. Maar het ministerie van Landbouw wilde kennelijk geen enkel risico, dus werd er onmiddellijk geruimd en dat nog wel op Goede Vrijdag! Toespelingen op de kruisdood van Jezus waren dan ook niet van de lucht.
Het dorp kwam in opstand. De toenmalige minister Brinkhorst maakte het allemaal erger door met de rug naar de bevolking te gaan staan. Een telefoongesprek met een van de betrokken agrariërs maakt duidelijk dat de minister hem op hoge toon opdroeg om het dorp te kalmeren. Geen ruimte voor weerwoord of vraag. In de Barneveldse krant maakte de minister het nog bonter door in een interview te beweren dat alleen de Heer zelf de inwoners van Kootwijkerbroek zou kunnen overtuigen dat hun dorp wel degelijk was getroffen door MKZ.
Uiteindelijk moest de ME eraan te pas komen om de opstand van de inwoners te bedwingen.
Nu, tien jaar later, zijn de inwoners van Kootwijkerbroek nog steeds bezig om de waarheid boven tafel te krijgen over de bloedmonsters. Minister Veerman zei aanvankelijk toe dat men inzage in alle stukken zou krijgen, maar nam die toezegging later weer terug. Enige vorm van begrip of excuus is nog steeds uitgebleven.
Het vertrouwen in de overheid is in het dorp minimaal. De gereformeerde gezindte ziet in principe de overheid als dienaresse Gods. Maar in Kootwijkerbroek is die opvatting verdwenen. De overheid hoort te dienen en niet te bedriegen en te heersen. Als dat wel gebeurt, mogen - ja moeten - christenen zich verzetten. Men heeft het gevoel dat hun dieren op grond van een minimale aanwijzing geofferd zijn ‘op het altaar van de economie’ om de export van vlees niet te belemmeren. Kootwijkerbroek is een schrijnend voorbeeld van verkeerd omgaan met burgers, met de rug naar de samenleving.
Met het gezicht naar elkaar
Ook de PvdA slaagt er niet echt in het gevoel bij mensen weg te nemen dat er niet naar hen wordt geluisterd. Daarom hebben wij in Gelderland in de campagne zoveel werk gemaakt van die ruggen, die mensen elkaar en de samenleving toekeren. Dat moet anders, dat moet beter.
Het huidige kabinet draagt aan begrip voor de overheid ook niet echt bij. Het lijkt er behagen in te scheppen om met de rug naar – een deel van – de samenleving toe te staan. Het geeft veel mensen het gevoel dat ze tot nu toe de kantjes er hebben afgelopen, dat ze afhankelijk zijn geworden van subsidies en uitkeringen en dat de problemen met de economie zijn ontstaan door hun lamlendige gedrag. Dat er zoiets als een bankencrisis is geweest en een graaicultuur leeft aan de top, telt nauwelijks mee. Het lijkt wel of dit kabinet al weer vergeten is hoe de toename van de schuld van de overheid is ontstaan. En in hun haast om de financiën op orde te brengen, wordt er slecht geluisterd naar de vele burgers die bezorgd zijn over de toekomst van ons land en van hun kinderen. Het moet eerlijker, zegt de PvdA. Dat wij dat echt menen, kunnen we alleen maar duidelijk maken door met het gezicht naar mensen toe te staan en te blijven luisteren naar wat hen beweegt.
|