In Memoriam Huub Franssen (1916-2003)
Huub Franssen, één van de
laatste doorbraakprominenten van het eerste uur, ging op 3 augustus
2003, bijna 87 jaar oud, van ons heen.
Uit christelijk-historische,
hervormde kring braken in 1946 een aantal prominenten door naar de PvdA:
Van Walsum, Lieftinck, Patijn, Van Rhijn e.a.. Ook al bleef de doorbraak
getalsmatig beperkt (‘de dominee werd rood, maar de koster bleef CH’),
in de hervormde kerk was de invloed niet gering. Aan de gereformeerden
daarentegen ging de doorbraak praktisch voorbij. Geen enkele prominent
verliet de ARP, slechts enkele gewone gereformeerden verlieten het
hechte bolwerk. Huub Franssen was één van hen. Goed gereformeerd
opgevoed, was het sociaal-economische beleid in de crisisjaren hem tegen
gaan staan. Terzijde: de bijna mythische vorm, die de z.g.
progressiviteit van de ARP tegenwoordig aanneemt, stamt in feite pas van
de ‘bekering’ van Bruins Slot in 1962.
Welbewust koos Franssen voor de
overgang naar de hervormde kerk en voor de politieke beweging, die
mensen met verschillende levensovertuiging verenigde op de noemer van
sociale gerechtigheidsidealen en solidariteit met de zwakken.
Eenentwintig jaar was hij volksver-tegenwoordiger in Den Haag.
(1956-1977).
Deze integere, gave man nam om des
gewetenswille vaak van de partijlijn afwijkende standpunten in. In de
politiek kan je positie dan al gauw onzeker worden: één keer dissident
zijn mag, is zelfs mooi, maar meer keren wordt gauw een beetje irritant.
Het spreekt voor Huub Franssen dat zijn afwijkende stem nooit tot gezaag
aan zijn stoelpoten leidde. En het waren niet de kleinste zaken: o.m. de
defensiebegroting, de NAVO, het koninklijk huwelijk in 1966 en Vietnam.
Hij was de laatste voorzitter van
de Protestants-christelijke Werkgemeenschap in de PvdA toen de
partijleiding meende dat de taak van de werkgemeenschappen vervuld was.
Hij moet het hier volstrekt mee oneens geweest zijn. Voor hem was juist
voortdurende bezinning op het innig verband tussen levensovertuiging en
politieke concretisering een vanzelfsprekendheid.
Vrij snel na de opheffing raakte
hij met geloofs- en partijgenoten weer betrokken bij de heroprichting
van een tot op de huidige dag bestaande Protestantse Werkgemeenschap
VOOR de Partij van de Arbeid, ook al is zij nooit door de partij als
zodanig erkend.
Geen publiciteit- of stuntzoeker,
was hij op z’n best wanneer op basis van goed luisteren naar elkaar,
argumenten echt uitgewisseld werden.
Na de Kamerjaren mocht hij nog vele
jaren de stille, formele toetssteen van onze democratie, de Kiesraad,
leiden en zag hij zelfs nog kans en passant te promoveren.
Voor ons, die hem goed gekend
hebben, blijft hij de politicus, in wie geen bedrog school; de politicus
ook, die aan het Binnenhof herkenbaar zijn levensovertuiging mee- en
uitdroeg, ook als hem dat tot eenling binnen zijn partij stempelde.
Jone Bos
|