Vereniging voor Zingeving en Democratie

Welkom

Actueel

Banningprijs

Trefpunt van Socialisme en Levensovertuiging

Banning Werkgemeenschap voor de PvdA


Actueel
 
Archief

Greetje Witte-Rang schreef indrukwekkend proefschrift over leven en werken van dr. H.M. de Lange

Geen recht om de moed te verliezen

Door Mijnke Bosman-Huizinga, voorzitter Zingeving.net

‘Ooit gehoord van dr. H.M. de Lange’, vroeg ik aan mijn kinderen en hun partners. Het antwoord was een volmondig nee en ik vrees dat zij (allen tussen de dertig en veertig) representatief zijn voor hun generatie. Een enkele theoloog of econoom uit die leeftijdcategorie zal nog wel eens iets van De Lange hebben gelezen, maar daar blijft het dan ook bij. Daarom is het van belang dat er nu een uitvoerig proefschrift aan H.M. (Harry) de Lange is gewijd. Zijn leven en werken zijn systematisch bestudeerd en vastgelegd in een toegankelijk boek, waarin ieder die iets over De Lange wil weten veel van zijn gading zal kunnen vinden.

Het proefschrift is geschreven door de theologe Greetje Witte-Rang. Zij heeft vaak met De Lange samengewerkt en is door hem binnengeleid in de wereld van de oecumene. Als een onvermoeibare ijveraar voor gerechtigheid leerde zij De Lange kennen en dat inspireerde haar zozeer dat zij een promotieonderzoek aan hem wilde wijden. Zij begon daarmee in 1999, toen De Lange nog leefde. Tot zijn overlijden in 2001 voerde zij met hem gesprekken, die zijn verwerkt in het proefschrift. Daarnaast bestudeerde zij een ongelofelijke hoeveelheid literatuur en sprak zij met mensen die met De Lange hadden samengewerkt of die tot zijn uitgebreide netwerk behoorden. Dit alles heeft geleid tot een informatief en zeer lijvig boekwerk, waarmee Greetje Witte-Rang op 14 maart jl. in een bomvolle senaatskamer van de Universiteit van Utrecht terecht de doctorstitel heeft verworven.

Biografie

Het proefschrift bestaat uit twee delen. Het eerste deel is een uitvoerige biografie van De Lange. Deze biografie is tegelijk een tijdbeeld. De ontwikkelingen in de oecumenische beweging en in de Nederlandse politiek worden beschreven, voor zover De Lange erbij betrokken was. Voor wie in hetzelfde segment van de samenleving actief is geweest, is dat allemaal heel herkenbaar. Voor iemand die niet oecumenisch meeleefde en geen sympathie had voor linkse politieke denkbeelden, zal deze beschrijving van het tijdbeeld verrassend zijn en mogelijk bijdragen aan meer begrip voor Harry de Lange en zijn gedrevenheid voor gerechtigheid. Aan dat begrip ontbrak het nog wel eens. De Lange werd door sommigen beschouwd als een doordrammer, die weinig op had met mensen die een andere visie waren toegedaan dan de zijne.
Zijn gedrevenheid leidde tot een gigantisch aantal activiteiten, artikelen, geschriften en spreekbeurten. De Lange was lid, bestuurslid, voorzitter van ontelbaar veel organisaties: in de kerk, in de nationale en de internationale oecumenische beweging, in de politiek, op het terrein van ontwikkelingssamenwerking, bestrijding van apartheid, contacten met Oost-Europa. Over al deze organisaties is informatie opgenomen. Alleen al daarom is het boek de moeite waard. Door zijn betrokkenheid bij de vele organisaties bouwde De Lange een groot netwerk op van mensen die hij - even - kon bellen, met wie hij kon overleggen en samenwerken. Van een aantal van hen wordt in het biografisch gedeelte van het proefschrift een portret geschetst: leermeesters, gesprekspartners, vrienden. Zij allen hebben bijgedragen aan de ontwikkeling van het gedachtegoed van H.M. de Lange en hun portretten maken duidelijk waaruit die bijdrage bestond.

Visie

Welke vraag heeft Greetje Witte-Rang met haar onderzoek willen beantwoorden? Zij zelf stelt in haar inleiding dat zij wilde nagaan wat de bijdrage was en is van De Lange aan het debat in de oecumene over sociaal-ethische thema’s. In het tweede deel van het proefschrift wordt op die bijdrage nader ingegaan. Kort gezegd komt de visie van De Lange erop neer dat de samenleving zo moet worden ingericht dat ieder mens - door hem gezien als schepsel van God - de kans krijgt daarin op zijn of haar wijze te participeren. Om te kunnen participeren moet aan basisvoorwaarden worden voldaan: voldoende middelen van bestaan, onderwijs en vorming, een democratische samenleving. De Lange was econoom, al werd hij door veel vakgenoten als zodanig niet serieus genomen omdat hij voor zijn economische theorievorming het christelijk-sociale gedachtegoed als uitgangspunt nam. De Lange wees collega-economen erop dat ook hun economische modellen uitgaan van een beeld van de mens en wel een beeld dat bepaald is door de prikkel van het eigenbelang. Als de economie daarop wordt gebaseerd, leidt dat tot een zodanig economische ongelijkheid dat velen aan de basisvoorwaarden voor het bestaan niet toekomen. Voor De Lange was dat in strijd met de bijbelse gerechtigheid, een begrip dat voor hem steeds belangrijker werd in de loop van zijn leven.

Verantwoordelijke maatschappij

In 1966 promoveerde hij op het begrip verantwoordelijke maatschappij dat in de Wereldraad van Kerken gangbaar was en dat omschreven werd als een criterium voor alle bestaande stelsels en een norm die leiding moet geven bij concrete beslissingen. Het gaat om een maatschappij die niet door haar structuren mensen die het goede willen in een andere richting drijft. Na het voltooien van het proefschrift bleek in de loop der jaren dat het begrip verantwoordelijke maatschappij tot misverstanden aanleiding kon geven en minder duidelijk was dan gerechtigheid. Bij de Wereldraad werd het begrip vervangen door een nadere omschrijving: een samenleving waarin gerechtigheid, vrede en behoud van de Schepping gewaarborgd zijn.

Voor De Lange, die aanvankelijk vooral met nationale vraagstukken bezig was, werden internationale problemen zoals de uitputting van de Schepping en de grote tegenstellingen tussen arme en rijke landen, steeds belangrijker. Hij schreef hierover, samen met dr. B. Goudzwaard het boek Genoeg van te veel. Genoeg van te weinig, wissels omzetten in de economie (1988), waarin aangedrongen wordt op matiging van lonen en consumptie. Opvallend is dat de auteurs erop wijzen dat op het gebied van het milieu nauwelijks aan de toekomst wordt gedacht (energie, mest). Wij weten nu hoezeer zij gelijk hebben gekregen met hun waarschuwing dat op dit gebied problemen zouden ontstaan.
Dit geldt ook voor hun aanname dat de inkomensverhoudingen, nationaal en internationaal, steeds schever zouden worden. Niet een criterium als gerechtigheid is gehanteerd, maar een groot vertrouwen in de markt, die een zelfcorrigerend vermogen zou hebben. Dit blijkt maar in beperkte mate het geval te zijn en daarvoor waarschuwde De Lange herhaaldelijk. Daarom is de conclusie van Greetje Witte-Rang dat de visie van De Lange de moeite waard is en blijft in het debat over de inrichting van de samenleving, nationaal en wereldwijd.

Hoop

Het proefschrift draagt de titel ‘Geen recht om de moed te verliezen’. Harry de Lange gaf het zijn leven lang niet op mensen te winnen voor een samenleving die rechtvaardig georganiseerd zou zijn. Daarom vervulde hij talloze spreekbeurten en was hij een groot voorstander van vormingswerk en toerusting. Tot dit alles werd hij gedreven door hoop, waarover hij zelf heeft gezegd: ‘Ik heb geen argument, waarom wij ons niet zouden blijven oriënteren op deze hoop. Hoop als oriëntatie, waardoor het heden wordt opengebroken; hoop waardoor men geen vrede heeft met de gegeven werkelijkheid, maar zich daartegen begint te verzetten (…); hoop die een hartstocht heeft voor het onmogelijke’.

Het is niet goed mogelijk in een kort artikel als dit recht te doen aan het proefschrift van Greetje Witte-Rang. U moet het zelf lezen. Vermeldenswaard is nog dat ook de rol van De Lange in de Arbeidersgemeenschap der Woodbrookers (nu Zingeving.net) en het Trefpunt voor Socialisme en Levensbeschouwing aan de orde komt. Hij schreef o.a. vele artikelen voor Tijd en Taak.

Greetje Witte-Rang, Geen recht om de moed te verliezen; Leven en werken van dr. H.M. de Lange (1919-2001). 658 pag., Uitgever Boekencentrum Zoetermeer, 2008, € 29,50.


Welkom