Dr. Govert Buijs bij Protestantse WerkgemeenschapPvdA is zicht op evenwicht tussen vrijheid en gemeenschap kwijtgeraakt
De PvdA moet meer investeren in de ideologische oriëntatie van de
vroegere sociaal-democratie om het precaire evenwicht tussen vrijheid,
gelijkheid en solidariteit in stand te houden. Aldus dr. Govert Buijs,
docent sociale en politieke wijsbegeerte aan de Vu, op de
voorjaarsbijeenkomst van de protestantse Werkgemeenschap voor de PvdA op
31 maart 2007 te Amersfoort.
Buijs heeft een christelijk-gereformeerde achtergrond, net als Rouvoet,
maar werd lid van het CDA toen Balkenende als CDA-leider op het toneel
verscheen. Met Balkende zou er een inhoudelijk beleid komen waar hij
zijn schouders onder wilde zetten. ‘Nee’, erkent hij, ‘het is niet zo
goed gegaan. Ik heb ook de campagne van het CDA bekritiseerd’.
Maar in zijn verhaal maakt Buijs zijn keus meer dan duidelijk door het
christelijk-sociale denken in historisch perspectief te zetten.
Herhaaldelijk doet hij een beroep op zijn gehoor om bekende beelden over
de geschiedenis van West-Europa en van het christendom te kantelen.
Hij doet onderzoek naar de dieptestructuren in de politiek. ‘Als
politici denken dat politiek alleen maar oppervlakkig is, is de politiek
ten dode opgeschreven. Alleen politiek die diepte heeft, die weet dat
het over identiteit gaat, over waarden, over hoop en wanhoop, kan aan de
oppervlakte functioneren.’

Dr. Govert Buijs (links) en dr. Hans de Knijff
Christelijk-sociaal denken
Buijs omarmt het christelijk-sociale denken omdat het de mogelijkheid
biedt en evenwicht te vinden tussen het ontspoorde vrijheidsdenken van
het liberalisme, dat teruggrijpt op Locke, en het ontspoorde
gemeenschapsdenken van het socialisme, dat teruggaat op Rousseau. Het
onversneden en radicale marktliberalisme tijdens de industriële
revolutie bracht een slachting teweeg die zijn weerga niet kent. De
gemiddelde leeftijd van mensen ging terug van vijftig naar dertig jaar.
De voorbeelden van radicaal gemeenschapsdenken liggen ons nog vers in
het geheugen.
Het compromiskarakter van het christelijk-sociale denken en ook van het
niet-christelijke, humanistische denken, noemt Buijs van buitengewoon
belang. ‘Banning is interessant. Hij formuleerde antwoorden op de
spanning tussen liberalisme en gemeenschapsdenken die de
sociaal-democratie onder Nieuw-Links is kwijtgeraakt’.
Op Nieuw-Links heeft Buijs het helemaal niet. Marcel van Dam
‘becommentarieert vanuit zijn villa in Putten alles wat hij heeft kapot
gemaakt’. De individuele zelfontplooiing van de jaren zestig is niet in
overeenstemming met het sociale mensbeeld: Nieuw Links noemt Buijs ‘de
wegbereider van het neo-liberalisme’.
‘De zondeval van het christendom’
Keizers Constantijns aanvaarding van het christendom betekende niet ‘de
zondeval van het christendom’ zoals prof. Heering beschreef. Het spreken
over de keizer veranderde. Hij is niet meer goddelijk, er worden eisen
gesteld aan zijn moraliteit. Een goede keizer bekommert zich om de
armen. ‘Het goede doen’ betekende in de klassieke oudheid dat je iets
deed voor je eigen groep, voor je gelijken. Maar onder joden en
christenen is goedheid je inzetten voor degenen die ongelijk aan je
zijn. In de christelijk-Romeinse cultuur zijn armen een morele categorie
geworden. Tijdens keizer Julianus zegt degene die belast is met het
programma van déchristianisering, dat zijn programma niet kan slagen als
het Romeinse rijk niet de praktijk van de christenen overneemt. Net als
de christenen moeten we opvangtehuizen bouwen voor de armen, want onder
joden en christenen hoeft niemand te bedelen; ze onderhouden zelfs onze
armen, schrijft hij.
Wellicht, zegt Buijs, stond Constantijn het christendom toe vanwege zijn
goede organisatie en morele visie die de integriteit van christenen
waarborgde in een corrupte Romeinse wereld. Christenen zagen af van
bezit, bisschoppen waren betrouwbare sociale werkers omdat ze geen
belang bij bezit hadden.
Kloosters vochten tegen de feodale structuren. De abt moest niet door
wereldlijke heersers worden benoemd, maar door de heilige stoel.
Eeuwenlang ging de strijd tussen keizer en kerk over de eigenstandigheid
van de kerk om een moreel oordeel te kunnen vellen over politieke macht
zonder zelf macht te hebben.
Middeleeuwse steden als waardencoalitie
Ook de middeleeuwse steden ontworstelen zich aan de feodale structuren.
In de stad gold het ideaal gelijkheid en broederschap: in de steden werd
vormgegeven aan het idee dat je je verplicht tot een verband van
onderlinge zorg. Zoals kloosters meer waren dan bierbrouwerijen, waren
steden meer dan ontstaansplekken van het kapitalisme: het waren plekken
waar een burgerlijke waardencoalitie vorm kreeg.
De calvinistische soevereiniteit in eigen kring en het katholieke
subsidiariteitsbeginsel zijn een neerslag van het christelijk-sociale
denken: primair vormen mensen eigen gemeenschappen. Samenlevingen, zegt
Buijs, worden gevormd door mensen, pas in de laatste plaats is er de
staat. De mens komt voort uit een gemeenschap en kent tegelijk
individuele spiritualiteit. Hij kent ook zelfonderzoek naar het
mogelijke tekort om vrijheid en gelijkheid te kunnen nastreven. Daaruit
zijn biecht en boete uit de middeleeuwen te verklaren; mensen zijn
verantwoordelijk voor die zoektocht.
Liberalisme en socialisme hebben een probleem met vrijheid. Het volledig
inzetten op vrijheid of op gemeenschap heeft dramatische consequenties
gehad, waarbij Buijs wijst op de Koude Oorlog. Het compromiskarakter van
het christelijk-sociale denken heeft grote waarde, zoals de ontwikkeling
van West-Europa laat zien, tot uiting komend in bijvoorbeeld in het
Rijnlandse model.
Religieus blauwdrukdenken
Co-referent Gerlof van Rhenen, directeur van het Woodbrookershuis
Barchem, vroeg zich af of Buijs zich niet schuldig maakte aan het denken
in een religieuze blauwdruk. Evenwicht en compromis vindt hij geen sterk
uitgangspunt: zo belijdt de VVD officieel ook evenwicht tussen markt en
mens. Volgens Van Rhenen heeft democratie meer samenbindende kracht dan
religie. Democratie is de ziel van Europa, zij drukt de
lotsverbondenheid tussen mensen uit.
Hans de Knijff zei het eens te zijn met Buijs dat het christendom
filosofisch gezien de beste papieren heeft. ‘Maar ik zal nooit CDA
stemmen’. De mislukkingen van de potenties van het christendom, de
verbinding met de gewapende macht, hebben een zo grote omvang
aangenomen, dat ik me afvraag of het mogelijk is die filosofie nog te
hanteren. Vandaar, zei hij, dat hij PvdA stemt.
Aad Burger sloot zich daarbij aan. ‘We beoordelen onszelf te vaak naar
onze idealen en anderen naar hun praktijk’. Hij meent dat vooral
voorkomen moet worden dat één kerk of levensbeschouwing andere visies
gaat overheersen.
Buijs vond het juist een voordeel dat je je binnen het CDA legitiem kunt
beroepen op het christelijke sociale denken. De praktijk van de
debatgemeenschap bevindt zich toch in politieke partijen, zegt hij.
Bovendien kan het christelijke denken andere dimensies inbrengen dan
waartoe de politiek zelf geneigd is, zoals tegen economische overheersing.
Hij zei in de kerken vaak de kennis van zaken te missen om zich met de
samenleving bezig te houden. Daarom bepleit hij een denktank naar
analogie van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, een
adviserend verband van levensbeschouwingen.
De last van de geschiedenis
Over de last van de geschiedenis zoals De
Knijff verwoordt, zei hij: ‘Dat is misschien een generatieverschil. De
geschiedschrijving is ons uit handen geslagen. Het is onzin, zoals de
protestanten beweerden, dat alles voor het jaar 1500 afgoderij is
geweest. Dat is door de Verlichting geradicaliseerd. Alles voor 1850
moest kapot worden geschreven.’ Moord op meisjes in landen als India en
China kwam ook voor in het Romeinse rijk. Door toedoen van de kerk is
het elementaire christelijke idee van recht op leven in Europa
gemeengoed geworden. ‘De zwarte geschiedenis van het christendom is
nooit goed te praten. Maar ze is wel heel belangrijk geweest voor de
ontwikkeling van het ideaal van humaniteit,’ aldus Buijs.
Verslag: Kees Waagmeester
|