De zaak waar het om draait
In het artikel ‘De noodzaak van een nieuwe
Doorbraak’ van mei 2003 (onder andere gepubliceerd in NRC-Handelsblad)
staat wat de Vereniging voor Zingeving en Democratie met de nieuwe
doorbraak beoogt. De belangrijkste passages daar uit:
Het is
pijnlijk te zien hoe weinig een beroep wordt gedaan op de inbreng van
veel nieuwe Nederlanders, veelal moslims, in politiek/maatschappelijke
discussies. Pijnlijk en jammer, omdat de islamitische levensovertuiging
heel veel heeft in te brengen als het gaat om vraagstukken die ons
bezighouden. Zoals de verhouding individu - gemeenschap, het
geloof in de markt, de grote verschillen tussen rijk en arm,
verslavingsproblemen en opvoedingsvraagstukken, om er maar enkele te
noemen.
Maar het moslimgeloof wordt in ons
land vooral geassocieerd met uitingen die vooral weerzin wekken. Met
name scheiding van kerk en staat, de positie van de vrouw en ook
homoseksualiteit zijn veel bediscussieerde onderwerpen. Zodra een moslim
zijn mond opendoet, krijgt hij deze kwesties voor de voeten geworpen.
Van werkelijke interesse in de bijdrage van moslimgelovigen aan het
publieke debat politiek is zo geen sprake.
Daar wil de Vereniging voor
Zingeving en Democratie (vroeger de Arbeiders Gemeenschap der
Woodbrookers of religieus-socialisten) verandering in aanbrengen. Wij
kunnen dat doen vanuit onze traditie, waarin kenmerkend is de
inspirerende verbinding tussen geloof/levensovertuiging en politiek. Die
verbinding was in de Nederlandse context vrij algemeen geaccepteerd,
maar wordt vreemd genoeg als een bedreiging gezien als het gaat om de
invloed van voor ons land nieuwe godsdiensten en levensovertuigingen.
Wanneer mensen de vraag van religie
en politiek opnieuw doordenken, komt naar boven hoe religie zich op
verschillende manieren politiek-maatschappelijk kan uiten. Bijvoorbeeld
als een eigen waarheid die met macht wordt afgedwongen of als een
instrument om het kwaad te bestrijden (Bush, destijds de inquisitie). Er
kan ook een andere associatie ontstaan, bijvoorbeeld bereidheid jezelf
telkens weer te toetsen aan andermans religieuze idealen. Of verzoening,
het in gesprek willen blijven met elkaar ook bij tegengestelde
'waarheden'.
Religie en politiek hebben samen
een lange weg afgelegd. Het was niet verwonderlijk dat de socialisten
van het eind van de negentiende eeuw, als ze godsdienst al niet
bestreden, haar als een privé-zaak beschouwden. Vanuit de kerken zette
men zich over het algemeen af tegen het socialisme. Er ontstonden
partijen gebaseerd op een bepaalde belijdenis van het geloof.
Na de Tweede Wereldoorlog ging de
SDAP op in de PvdA. Daarin kwam formeel een einde aan de opvatting dat
geloof een privé-zaak is en in het beginselprogramma van de PvdA werd
erkend dat de partij openstond voor mensen van verschillende
levensovertuiging die instemden met het beginselprogramma van de PvdA.
Dit werd bekend onder de term De Doorbraak. Letterlijk stond in dat
beginselprogramma: ‘Zij (de PvdA) erkent het innig verband tussen
levensovertuiging en politiek inzicht en waardeert het in haar leden,
als zij dit verband ook in hun arbeid voor de Partij duidelijk doen
blijken’. In hetzelfde artikel werd partijorganisatie op grondslag van
een godsdienstige belijdenis principieel ‘en voor de tegenwoordige
verhoudingen in Nederland ook praktisch’ verworpen.
Wat wij bepleiten tegenover
partijvorming op basis van de islam of de Arabisch-islamitische cultuur
is een nieuwe doorbraak. Als het moslims te doen is om een inbreng in de
politiek-maatschappelijke vragen vanuit hun geloof, dan kunnen wij hen
verzekeren dat daaraan grote behoefte is. Voor ons is religie geen
privé-zaak, maar ook geen zaak om een politieke beweging op te
grondvesten. Dat komt niet zozeer voort uit politieke opvattingen, maar
vooral uit onze liefde en respect voor de levensovertuiging. Religie en
levensovertuiging zijn voor ons onmisbare bronnen van inspiratie voor
het werken aan een rechtvaardige samenleving.
Daarbij gaat de ontwikkeling van
een gezamenlijk gedeelde ethische fundering van (in het geval van de
Doorbraak van 1946) het socialisme en daarop gebaseerd beleid. Er zijn
dus criteria waaraan dat gezamenlijke levensbeschouwelijke fundament kan
worden getoetst. Bij Willem Banning, een van de inspirators van het
doorbraakdenken, waren dat gerechtigheid, gemeenschap,
verantwoordelijkheid. Als actuele criteria zou je nu kunnen denken aan
rechtvaardigheid, duurzaamheid, participatie (betrokkenheid van allen,
zonder uitsluiting). Een bijdrage aan de opbouw van de samenleving van
moslims vanuit die actuele criteria is onmisbaar.
|