|
Moslims: normen herijken in de Westerse maatschappij
De islam: een rijke bron van waarden en normen
De kernwaarden van de islam, ethische ontwikkeling, sociale gerechtigheid en
algemeen maatschappelijke belang, zijn universeel: ongeacht tijd en
ruimte zijn ze overal toe te passen.
Maar omdat de normen en waarden door het leven van moslims in het Westen in
een nieuwe verhouding worden geplaatst, moet het hele islamitisch recht opnieuw
worden opgebouwd, aldus Kadir Canatan in dit artikel.
En: een Nederlandse imamopleiding is geen luxe, maar pure noodzaak voor
moslimminderheden die volgens de waarden en normen van de islam hun leven
trachten in te richten in de West-Europese context.
Door Kadir Canatan
Waarden en normen zijn niet statisch. Zij veranderen in de loop van
de tijd onder invloed van een combinatie van sociale factoren. Waarden
zijn relatief stabiel en hebben geldigheid voor lange duur. Normen
echter veranderen snel. Nieuwe normen worden afgeleid van de centrale
waarden van een samenleving. Vroeger mochten jongeren bijvoorbeeld in
aanwezigheid van hun ouders niet roken, maar nu wel. Daarmee is een norm
veranderd, maar de waarde ‘respect voor ouders’ geldt nog steeds.
Het onderscheid tussen waarden en normen is belangrijk om vernieuwing in
een cultuur (maar ook in een religie) mogelijk te maken. Normen zijn
middelen om een bepaald doel (waarde) te realiseren. Wanneer normen niet
effectief blijken te zijn om waarden te realiseren, is het creëren van
nieuwe normen mogelijk. Anders krijgt de norm een ritualistisch
karakter, komt het los van een bepaald doel te staan. Om een voorbeeld
te geven: ten tijde van de profeet Mohammed gebruikte men siwak (houten
stokjes) voor mond- en tandhygiëne. Nu kan siwak vervangen worden door
tandenborstel- en pasta. Maar volgens sommige moslims mag dat niet,
omdat het gebruiken van siwak een sunna (gewoonte van de Profeet) is. In
dat geval wordt de relatie tussen doel en middel losgerukt.
De kernwaarden van de islam
De kernwaarden van de islam zijn ethische ontwikkeling (ahlaq), sociale
gerechtigheid (adl) en algemeen maatschappelijke belang (maslaha). Alle
normen van de islam zijn uiteindelijk gericht op het realiseren van deze
kernwaarden.
Een van de belangrijkste doelen van de islam is het bevorderen van de
ethische ontwikkeling van de mensheid, als individu en als samenleving.
Alle islamitische rituelen, ethische en juridische normen zijn daarop
gericht. De Koran zegt over de functie van de salaat (het dagelijkse
gebed) bijvoorbeeld: Voorwaar, de salaat weerhoudt van de gruweldaad en
het verwerpelijke. Zeker, het gedenken van Allah (de salaat) is groter
en Allah weet wat jullie bedrijven (el-Ankaboet, vers 45).
De ethische waarden en normen van de islam zijn universeel: ongeacht
tijd en ruimte zijn ze overal toe te passen.
Gerechtigheid is een andere belangrijke kernwaarde van de islam. Het
tegenovergestelde van ‘adl’ (gerechtigheid) is ‘onrecht’ (zoelm).
Gerechtigheid heeft vaak, maar niet altijd, met gelijkheid te maken.
Gerechtigheid is meer dan gelijkheid en verwijst naar een toestand van
evenwichtigheid. Het kan het beste geformuleerd worden als ‘gelijke
behandeling in gelijke gevallen’. Taqwa betekent dat men zich
voortdurend van God bewust is en met dat bewustzijn handelt.
Rechtvaardig handelen is dus een indicatie voor Taqwa.
Sociale gerechtigheid is te realiseren door middel van (her) verdeling
van kennis, rijkdom en macht onder verschillende bevolkingsgroepen en
klassen, regio’s en landen. Het islamitisch principe van zakaat
(aalmoes) moet in dit perspectief begrepen worden: elke rijke moslim
moet jaarlijks tweeënhalf procent van zijn vermogen aan de armen geven.
In de islamitische literatuur verwijst de term ‘maslaha’ naar algemene
maatschappelijke belangen en rechten van de mens die essentieel zijn om
te bestaan. Er zijn vijf fundamentele belangen/rechten van de mens te
onderscheiden:
Recht op leven; Recht op rijkdom; Recht op vrije godsdienstbeleving;
Recht op vrije meningsuiting; Recht op het stichten van een gezin om de
eigen soort te reproduceren.
Volgens moslimgeleerden is het hele islamitisch recht (sjaria) gericht
op het beschermen en ontwikkelen van deze vijf rechten. De beroemde
veertiende-eeuwse rechtsgeleerde Satibi noemt deze principes de ‘doelen
van de sjaria’ (maqasid al-sjaria). Deze rechten zijn aan iedereen,
moslims en niet-moslims, toegekend. Ze zijn dus universeel en
vergelijkbaar met de hedendaagse Universele Rechten van de Mens.
Hoewel al deze kernwaarden van de islam even belangrijk zijn, is het
soms noodzakelijk er een hiërarchie in aan te brengen. Het algemeen
maatschappelijk belang is het eerste dat verwezenlijkt moet worden, niet
alleen omdat het noodzakelijk is om te kunnen bestaan, maar ook om van
daaruit andere idealen te verwezenlijken. De andere kernwaarden zijn
gebaseerd op dit algemeen belang.
Normen van de islam
De islamitische rechtswetenschap (fiqh) houdt zich bezig met het
afleiden van normen uit de Koran en de toepassing ervan in de praktijk.
Als algemeen principe geldt dat alles wat niet expliciet verboden is in
de islam, is toegestaan. Voor wat betreft de normen van de islam geldt
dat er twee categorieën zijn: geboden (positieve normen) en verboden
(negatieve normen). Beide categorieën zijn niet eenduidig en kennen
verschillende sancties. Sommige geboden zijn verplicht, andere slechts
aanbevolen. Voor de negatieve normen geldt dat sommige zaken echt
verboden zijn, terwijl andere worden afgeraden. Daarmee komen wij tot
vijf categorieën van normen. Dit is van belang, omdat hieruit afgeleid
kan worden welke gevolgen de desbetreffende handeling kan hebben hier en
in het hiernamaals: geboden, aanbevolen, toegestaan, afgeraden,
verboden.
De neutrale positie is toegestaan (3), wat inhoudt dat zowel het
uitvoeren als het nalaten van een bepaalde handeling toegestaan is. De
tussenstappen aanbevolen (2) tot en met afgeraden (4) betekenen dat voor
gelovige moslims verschillende reacties mogelijk zijn die hen niet
onmiddellijk confronteren met de consequenties die het overtreden van
een gebod (1) of verbod (5) met zich meebrengt.
In de islam is niet alleen van belang dat je weet met welke soorten
normen je te maken hebt, maar ook onder welke omstandigheden je ervan
mag afwijken. Vasten in de maand Ramadan is bijvoorbeeld verplicht voor
moslims (gebod), maar dit geldt niet voor kinderen, reizigers, zwangere
en zogende vrouwen, zieken en hoogbejaarden. Er zijn dus altijd
uitzonderingen of noodtoestanden die mensen toestaan af te wijken van de
regels.
Niet elke moslim mag een beroep doen op Koran en Sunna om na te gaan hoe
te handelen in bepaalde omstandigheden. Dat is voorbehouden aan
rechtsgeleerden, die de teksten bestuderen in relatie tot de context van
dat moment. Bij deze vertaalslag zijn meningsverschillen onder geleerden
onvermijdelijk. Dat is niet alleen vanwege onderlinge karakter- en
capaciteitsverschillen tussen geleerden, maar ook door de sociale,
economische en culturele omstandigheden waaronder zij hun mening moeten
vormen. Dat is de reden waarom de islam vier wetsscholen kent. Het
pluralisme is inherent aan de islam. Het valt dan ook te verwachten dat
er nieuwe interpretaties en wetsscholen in de West-Europese context
ontstaan, te meer daar moslims hier een minderheidspositie innemen.
Westerse context
In dit licht kan men stellen dat traditionele interpretaties en
juridische regels van de islam die stammen uit de landen van herkomst,
niet altijd geldig hoeven te zijn in de West-Europese context. De
klassieke islamitische rechtssystemen zijn ontstaan in een tijd die
dominantie van moslims veronderstelde. Omdat de omstandigheden nu totaal
anders zijn, is het zinvol dat moslims zich afvragen: welke betekenis
heeft deze regel voor mij in West-Europa?
De redelijkheid van deze vraag wordt niet erkend door imams die uit het
land van herkomst naar Nederland zijn gehaald. Dit feit pleit voor het
opzetten van een Nederlandse imamopleiding. Dit is geen luxe, maar pure
noodzaak voor moslimminderheden die volgens de waarden en normen van de
islam hun leven trachten in te richten in de West-Europese context. Dynamische relatie tussen de
waarden en de normen van de islam
Uit hedendaagse discussies blijkt dat moslimgeleerden niet altijd oog
hebben gehad voor de relatie tussen de ‘doelen van de sjaria’ (maqasid
al-sjaria) en de regels (hukm) die bedoeld zijn om die doelen te
realiseren. Bij deze kwestie loopt de islam (zoals alle religieuze
systemen) twee risico’s. Het eerste is dat de religie wordt gereduceerd
tot de ‘wet’ (sjaria), waarbij de regels losgekoppeld worden van de
waarden en doelen van de religie. Dat zien wij bij sommige islamitische
bewegingen (in het Westen ‘fundamentalisten’ genoemd).
Een tweede risico is dat de religie wordt voorgesteld als een ideaal
systeem zonder normenstelsel (sjaria). Deze tendens ziet men bij de
Turkse Alevieten, Bahai’s, Pakistaans-Surinaamse Ahmadiyya’s en sommige
Nederlandse moslims die zich sterk aangetrokken voelen tot de
soefistische variant van de islam. Dat sluit ook aan bij het moderne,
seculiere gedachtegoed dat religie beschouwt als vooral een ethisch
systeem, en geen zaak van ook normen. En dan nog het liefst alleen in de
privé-sfeer.
Beide risico’s kunnen worden vermeden als wij positieve elementen van de
erfenis van het klassiek islamitisch recht overnemen en zorgen dat
waarden en normen van de islam in een concrete context worden geplaatst.
Dan nu meer over de relatie tussen de waarden en normen van de islam. In
de klassieke methodologie van het islamitisch recht treffen wij een
opvatting aan over de relatie tussen de doelen van de religie (maqasid)
en de middelen (wasa’il), maar dit is helaas niet echt uitgewerkt tot
een systeem en toegepast op de islam. In deze optiek worden de principes
van de islam (hukm) in twee categorieën verdeeld: doelen en doelgerichte
normen. De normen zijn hierbij ondergeschikt en hebben de taak om doelen
te realiseren.
Omdat de normen en waarden, regels en idealen, recht en ethiek in een
nieuwe verhouding worden geplaatst, kunnen wij het hele islamitisch
recht in een ander daglicht bezien en opnieuw construeren. Door de
concrete regels af te zetten tegen de doelen van de religie, kunnen wij
de eerste categorie dynamiseren: afschaffen als ze niet dienen om doelen
te realiseren, keuzes maken tussen verschillende regels afhankelijk van
de situatie, nieuwe regels formuleren wanneer de huidige tekortschieten,
enzovoort. Normen zijn dus onderhevig aan verandering, terwijl waarden
en doelen onveranderlijk zijn. Hierbij is de belangrijkste vraag:
wanneer en hoe kunnen wij de regels veranderen?
De klassieke rechtsmethodologie van de islam geeft ons richtlijnen om
vernieuwing tot stand te brengen. Dat zijn ook de richtlijnen om
idjtihad (herinterpretatie) te plegen in de traditionele geest van de
islam. Volgens deze methodiek bestaat de tekst (nass) uit vier lagen:
De letter van de tekst (lafz),
de regel die in de tekst geformuleerd is (hukm),
de regel die is gebaseerd op een oorzaak (illa of sabab),
de regel die is gericht op een doel (maqsad).
Het voorbeeld van de polygamie
Het algemene principe is: wanneer de sabab (oorzaak) verandert,
verandert ook de regel. De maqsad (doel) geeft de richting aan waarin
men moet gaan. Volgens deze methodiek staan letter en doelen
onveranderlijk, maar zijn regel en oorzaak wel veranderlijk.
Een concreet voorbeeld is het volgende: in de tijd van de Profeet was
polygamie een alledaags verschijnsel. De islam heeft hierin twee
belangrijke veranderingen aangebracht. De eerste verandering was
kwantitatief van aard: de onbeperkte polygamie werd beperkt tot een
maximum van vier vrouwen. De tweede verandering was kwalitatief van
aard: men diende vrouwen rechtvaardig/gelijk te behandelen.
Kunnen wij nu iets doen aan polygamie, die door de islam in een bepaalde
context toegestaan werd? Dat is een moderne vraag, waar we met
gebruikmaking van de klassieke methodologie antwoord op kunnen geven.
Twee vragen moeten hiertoe beantwoord worden: wat is de oorzaak van
polygamie en wat is het ideale doel van de islam voor wat betreft het
huwelijk? De eerste vraag kan beantwoord worden door middel van
historisch en sociologisch onderzoek, de tweede vraag door middel van
tekstanalyse.
Volgens historische en sociologische gegevens staat vast dat polygamie
veroorzaakt werd door oorlogen tussen Arabische stammen en slavernij.
Door oorlog en slavernij was er een vrouwenoverschot ontstaan. In een
dergelijke situatie was polygamie de beste methode om vrouwen te
beschermen, om te voorkomen dat zij hun heil moesten zoeken in de
prostitutie of slavernij.
Uit een simpele tekstanalyse komen wij tot de conclusie dat de islam een
monogaam huwelijk als ideaal ziet. Dat is op te maken uit de volgende
Koranische tekst: ‘En indien jullie vrezen de (vrouwelijke) wezen niet
rechtvaardig (in hun recht op een bruidschat) te behandelen, trouwt dan
met de vrouwen (niet de vrouwelijke wezen) die jullie aanstaan, twee,
drie of vier. En als jullie vrezen hen niet rechtvaardig (te kunnen)
verzorgen, dan één, of wat jullie aan slavinnen bezitten. Dat is de
beste wijze om niet onrechtvaardig te zijn' (An Nisa, 3).
In dit vers lezen wij niet alleen het advies van de Goddelijke Wil (de
eerste zin die beperkte polygamie toestaat), maar ook Zijn ideale
advies: trouw met één vrouw om rechtvaardig te kunnen zijn. Het is
interessant dat monogamie hier gekoppeld wordt aan het begrip
rechtvaardigheid.
De volgende vraag is: in wat voor soort samenleving leven wij nu? In de
huidige samenleving is sprake van een relatief evenwicht tussen het
mannelijke en vrouwelijke deel van de bevolking. De oorzaken van een
onevenwichtige samenstelling van de bevolking (slavernij en
stammenoorlog) komen niet meer voor. Bovendien kunnen vrouwen heden ten
dage een redelijk bestaan opbouwen zonder hun toevlucht te hoeven nemen
tot de prostitutie. Het staat vrouwen vrij een betaalde baan aan te
nemen, en in geval van werkloosheid kunnen zij een beroep doen op een
uitkering.
Nu de situatie (context) zodanig veranderd is, is er geen beletsel om
over te gaan tot de afschaffing van polygamie. Met andere woorden: de
tijd is rijp om het ideale programma van de islam toe te passen. Als dat
zo is, welke imam of moslim kan ons dan met welk recht afraden om dat te
doen, en ons laten handelen alsof wij in een tijd leven waar slavernij
en stammenoorlogen heersen? Niemand!
De onmacht van de hedendaagse moslims komt niet door de islam, maar door
het gebrek aan fundamentele kennis van de islam!
Dr Kadir Canatan is cultureel antropoloog en publicist. Hij is van Turkse komaf. Dit artikel is geschreven in het kader van het project ‘De nieuwe
doorbraak’.
|