Vereniging voor Zingeving en Democratie

Welkom

Actueel

Banningprijs

Trefpunt van Socialisme en Levensovertuiging

Banning Werkgemeenschap voor de PvdA


Nieuwe doorbraak
 
Artikelen
.... Waar het om draait
.... Normen herijken
.... Identiteit
.... Max van den Berg
 
Verslagen
.... Eerste fase
.... 'Islam en sociaal-democratie'
    

Moslims: normen herijken in de Westerse maatschappij

De islam: een rijke bron van waarden en normen

De kernwaarden van de islam, ethische ontwikkeling, sociale gerechtigheid en algemeen maatschappelijke belang, zijn universeel: ongeacht tijd en ruimte zijn ze overal toe te passen.

Maar omdat de normen en waarden door het leven van moslims in het Westen in een nieuwe verhouding worden geplaatst, moet het hele islamitisch recht opnieuw worden opgebouwd, aldus Kadir Canatan in dit artikel.

En: een Nederlandse imamopleiding is geen luxe, maar pure noodzaak voor moslimminderheden die volgens de waarden en normen van de islam hun leven trachten in te richten in de West-Europese context.

Door Kadir Canatan

Waarden en normen zijn niet statisch. Zij veranderen in de loop van de tijd onder invloed van een combinatie van sociale factoren. Waarden zijn relatief stabiel en hebben geldigheid voor lange duur. Normen echter veranderen snel. Nieuwe normen worden afgeleid van de centrale waarden van een samenleving. Vroeger mochten jongeren bijvoorbeeld in aanwezigheid van hun ouders niet roken, maar nu wel. Daarmee is een norm veranderd, maar de waarde ‘respect voor ouders’ geldt nog steeds.

Het onderscheid tussen waarden en normen is belangrijk om vernieuwing in een cultuur (maar ook in een religie) mogelijk te maken. Normen zijn middelen om een bepaald doel (waarde) te realiseren. Wanneer normen niet effectief blijken te zijn om waarden te realiseren, is het creëren van nieuwe normen mogelijk. Anders krijgt de norm een ritualistisch karakter, komt het los van een bepaald doel te staan. Om een voorbeeld te geven: ten tijde van de profeet Mohammed gebruikte men siwak (houten stokjes) voor mond- en tandhygiëne. Nu kan siwak vervangen worden door tandenborstel- en pasta. Maar volgens sommige moslims mag dat niet, omdat het gebruiken van siwak een sunna (gewoonte van de Profeet) is. In dat geval wordt de relatie tussen doel en middel losgerukt.

De kernwaarden van de islam

De kernwaarden van de islam zijn ethische ontwikkeling (ahlaq), sociale gerechtigheid (adl) en algemeen maatschappelijke belang (maslaha). Alle normen van de islam zijn uiteindelijk gericht op het realiseren van deze kernwaarden.

Een van de belangrijkste doelen van de islam is het bevorderen van de ethische ontwikkeling van de mensheid, als individu en als samenleving.
Alle islamitische rituelen, ethische en juridische normen zijn daarop gericht. De Koran zegt over de functie van de salaat (het dagelijkse gebed) bijvoorbeeld: Voorwaar, de salaat weerhoudt van de gruweldaad en het verwerpelijke. Zeker, het gedenken van Allah (de salaat) is groter en Allah weet wat jullie bedrijven (el-Ankaboet, vers 45).

De ethische waarden en normen van de islam zijn universeel: ongeacht tijd en ruimte zijn ze overal toe te passen.

Gerechtigheid is een andere belangrijke kernwaarde van de islam. Het tegenovergestelde van ‘adl’ (gerechtigheid) is ‘onrecht’ (zoelm). Gerechtigheid heeft vaak, maar niet altijd, met gelijkheid te maken. Gerechtigheid is meer dan gelijkheid en verwijst naar een toestand van evenwichtigheid. Het kan het beste geformuleerd worden als ‘gelijke behandeling in gelijke gevallen’. Taqwa betekent dat men zich voortdurend van God bewust is en met dat bewustzijn handelt. Rechtvaardig handelen is dus een indicatie voor Taqwa.
Sociale gerechtigheid is te realiseren door middel van (her) verdeling van kennis, rijkdom en macht onder verschillende bevolkingsgroepen en klassen, regio’s en landen. Het islamitisch principe van zakaat (aalmoes) moet in dit perspectief begrepen worden: elke rijke moslim moet jaarlijks tweeënhalf procent van zijn vermogen aan de armen geven.

In de islamitische literatuur verwijst de term ‘maslaha’ naar algemene maatschappelijke belangen en rechten van de mens die essentieel zijn om te bestaan. Er zijn vijf fundamentele belangen/rechten van de mens te onderscheiden:
Recht op leven; Recht op rijkdom; Recht op vrije godsdienstbeleving; Recht op vrije meningsuiting; Recht op het stichten van een gezin om de eigen soort te reproduceren.

Volgens moslimgeleerden is het hele islamitisch recht (sjaria) gericht op het beschermen en ontwikkelen van deze vijf rechten. De beroemde veertiende-eeuwse rechtsgeleerde Satibi noemt deze principes de ‘doelen van de sjaria’ (maqasid al-sjaria). Deze rechten zijn aan iedereen, moslims en niet-moslims, toegekend. Ze zijn dus universeel en vergelijkbaar met de hedendaagse Universele Rechten van de Mens.
Hoewel al deze kernwaarden van de islam even belangrijk zijn, is het soms noodzakelijk er een hiërarchie in aan te brengen. Het algemeen maatschappelijk belang is het eerste dat verwezenlijkt moet worden, niet alleen omdat het noodzakelijk is om te kunnen bestaan, maar ook om van daaruit andere idealen te verwezenlijken. De andere kernwaarden zijn gebaseerd op dit algemeen belang.

Normen van de islam

De islamitische rechtswetenschap (fiqh) houdt zich bezig met het afleiden van normen uit de Koran en de toepassing ervan in de praktijk. Als algemeen principe geldt dat alles wat niet expliciet verboden is in de islam, is toegestaan. Voor wat betreft de normen van de islam geldt dat er twee categorieën zijn: geboden (positieve normen) en verboden (negatieve normen). Beide categorieën zijn niet eenduidig en kennen verschillende sancties. Sommige geboden zijn verplicht, andere slechts aanbevolen. Voor de negatieve normen geldt dat sommige zaken echt verboden zijn, terwijl andere worden afgeraden. Daarmee komen wij tot vijf categorieën van normen. Dit is van belang, omdat hieruit afgeleid kan worden welke gevolgen de desbetreffende handeling kan hebben hier en in het hiernamaals: geboden, aanbevolen, toegestaan, afgeraden, verboden.

De neutrale positie is toegestaan (3), wat inhoudt dat zowel het uitvoeren als het nalaten van een bepaalde handeling toegestaan is. De tussenstappen aanbevolen (2) tot en met afgeraden (4) betekenen dat voor gelovige moslims verschillende reacties mogelijk zijn die hen niet onmiddellijk confronteren met de consequenties die het overtreden van een gebod (1) of verbod (5) met zich meebrengt.

In de islam is niet alleen van belang dat je weet met welke soorten normen je te maken hebt, maar ook onder welke omstandigheden je ervan mag afwijken. Vasten in de maand Ramadan is bijvoorbeeld verplicht voor moslims (gebod), maar dit geldt niet voor kinderen, reizigers, zwangere en zogende vrouwen, zieken en hoogbejaarden. Er zijn dus altijd uitzonderingen of noodtoestanden die mensen toestaan af te wijken van de regels.

Niet elke moslim mag een beroep doen op Koran en Sunna om na te gaan hoe te handelen in bepaalde omstandigheden. Dat is voorbehouden aan rechtsgeleerden, die de teksten bestuderen in relatie tot de context van dat moment. Bij deze vertaalslag zijn meningsverschillen onder geleerden onvermijdelijk. Dat is niet alleen vanwege onderlinge karakter- en capaciteitsverschillen tussen geleerden, maar ook door de sociale, economische en culturele omstandigheden waaronder zij hun mening moeten vormen. Dat is de reden waarom de islam vier wetsscholen kent. Het pluralisme is inherent aan de islam. Het valt dan ook te verwachten dat er nieuwe interpretaties en wetsscholen in de West-Europese context ontstaan, te meer daar moslims hier een minderheidspositie innemen.

Westerse context

In dit licht kan men stellen dat traditionele interpretaties en juridische regels van de islam die stammen uit de landen van herkomst, niet altijd geldig hoeven te zijn in de West-Europese context. De klassieke islamitische rechtssystemen zijn ontstaan in een tijd die dominantie van moslims veronderstelde. Omdat de omstandigheden nu totaal anders zijn, is het zinvol dat moslims zich afvragen: welke betekenis heeft deze regel voor mij in West-Europa?
De redelijkheid van deze vraag wordt niet erkend door imams die uit het land van herkomst naar Nederland zijn gehaald. Dit feit pleit voor het opzetten van een Nederlandse imamopleiding. Dit is geen luxe, maar pure noodzaak voor moslimminderheden die volgens de waarden en normen van de islam hun leven trachten in te richten in de West-Europese context.

Dynamische relatie tussen de waarden en de normen van de islam

Uit hedendaagse discussies blijkt dat moslimgeleerden niet altijd oog hebben gehad voor de relatie tussen de ‘doelen van de sjaria’ (maqasid al-sjaria) en de regels (hukm) die bedoeld zijn om die doelen te realiseren. Bij deze kwestie loopt de islam (zoals alle religieuze systemen) twee risico’s. Het eerste is dat de religie wordt gereduceerd tot de ‘wet’ (sjaria), waarbij de regels losgekoppeld worden van de waarden en doelen van de religie. Dat zien wij bij sommige islamitische bewegingen (in het Westen ‘fundamentalisten’ genoemd).
Een tweede risico is dat de religie wordt voorgesteld als een ideaal systeem zonder normenstelsel (sjaria). Deze tendens ziet men bij de Turkse Alevieten, Bahai’s, Pakistaans-Surinaamse Ahmadiyya’s en sommige Nederlandse moslims die zich sterk aangetrokken voelen tot de soefistische variant van de islam. Dat sluit ook aan bij het moderne, seculiere gedachtegoed dat religie beschouwt als vooral een ethisch systeem, en geen zaak van ook normen. En dan nog het liefst alleen in de privé-sfeer.

Beide risico’s kunnen worden vermeden als wij positieve elementen van de erfenis van het klassiek islamitisch recht overnemen en zorgen dat waarden en normen van de islam in een concrete context worden geplaatst.

Dan nu meer over de relatie tussen de waarden en normen van de islam. In de klassieke methodologie van het islamitisch recht treffen wij een opvatting aan over de relatie tussen de doelen van de religie (maqasid) en de middelen (wasa’il), maar dit is helaas niet echt uitgewerkt tot een systeem en toegepast op de islam. In deze optiek worden de principes van de islam (hukm) in twee categorieën verdeeld: doelen en doelgerichte normen. De normen zijn hierbij ondergeschikt en hebben de taak om doelen te realiseren.

Omdat de normen en waarden, regels en idealen, recht en ethiek in een nieuwe verhouding worden geplaatst, kunnen wij het hele islamitisch recht in een ander daglicht bezien en opnieuw construeren. Door de concrete regels af te zetten tegen de doelen van de religie, kunnen wij de eerste categorie dynamiseren: afschaffen als ze niet dienen om doelen te realiseren, keuzes maken tussen verschillende regels afhankelijk van de situatie, nieuwe regels formuleren wanneer de huidige tekortschieten, enzovoort. Normen zijn dus onderhevig aan verandering, terwijl waarden en doelen onveranderlijk zijn. Hierbij is de belangrijkste vraag: wanneer en hoe kunnen wij de regels veranderen?

De klassieke rechtsmethodologie van de islam geeft ons richtlijnen om vernieuwing tot stand te brengen. Dat zijn ook de richtlijnen om idjtihad (herinterpretatie) te plegen in de traditionele geest van de islam. Volgens deze methodiek bestaat de tekst (nass) uit vier lagen:
De letter van de tekst (lafz),
de regel die in de tekst geformuleerd is (hukm),
de regel die is gebaseerd op een oorzaak (illa of sabab),
de regel die is gericht op een doel (maqsad).

Het voorbeeld van de polygamie

Het algemene principe is: wanneer de sabab (oorzaak) verandert, verandert ook de regel. De maqsad (doel) geeft de richting aan waarin men moet gaan. Volgens deze methodiek staan letter en doelen onveranderlijk, maar zijn regel en oorzaak wel veranderlijk.
Een concreet voorbeeld is het volgende: in de tijd van de Profeet was polygamie een alledaags verschijnsel. De islam heeft hierin twee belangrijke veranderingen aangebracht. De eerste verandering was kwantitatief van aard: de onbeperkte polygamie werd beperkt tot een maximum van vier vrouwen. De tweede verandering was kwalitatief van aard: men diende vrouwen rechtvaardig/gelijk te behandelen.

Kunnen wij nu iets doen aan polygamie, die door de islam in een bepaalde context toegestaan werd? Dat is een moderne vraag, waar we met gebruikmaking van de klassieke methodologie antwoord op kunnen geven. Twee vragen moeten hiertoe beantwoord worden: wat is de oorzaak van polygamie en wat is het ideale doel van de islam voor wat betreft het huwelijk? De eerste vraag kan beantwoord worden door middel van historisch en sociologisch onderzoek, de tweede vraag door middel van tekstanalyse.

Volgens historische en sociologische gegevens staat vast dat polygamie veroorzaakt werd door oorlogen tussen Arabische stammen en slavernij. Door oorlog en slavernij was er een vrouwenoverschot ontstaan. In een dergelijke situatie was polygamie de beste methode om vrouwen te beschermen, om te voorkomen dat zij hun heil moesten zoeken in de prostitutie of slavernij.

Uit een simpele tekstanalyse komen wij tot de conclusie dat de islam een monogaam huwelijk als ideaal ziet. Dat is op te maken uit de volgende Koranische tekst: ‘En indien jullie vrezen de (vrouwelijke) wezen niet rechtvaardig (in hun recht op een bruidschat) te behandelen, trouwt dan met de vrouwen (niet de vrouwelijke wezen) die jullie aanstaan, twee, drie of vier. En als jullie vrezen hen niet rechtvaardig (te kunnen) verzorgen, dan één, of wat jullie aan slavinnen bezitten. Dat is de beste wijze om niet onrechtvaardig te zijn' (An Nisa, 3).
In dit vers lezen wij niet alleen het advies van de Goddelijke Wil (de eerste zin die beperkte polygamie toestaat), maar ook Zijn ideale advies: trouw met één vrouw om rechtvaardig te kunnen zijn. Het is interessant dat monogamie hier gekoppeld wordt aan het begrip rechtvaardigheid.

De volgende vraag is: in wat voor soort samenleving leven wij nu? In de huidige samenleving is sprake van een relatief evenwicht tussen het mannelijke en vrouwelijke deel van de bevolking. De oorzaken van een onevenwichtige samenstelling van de bevolking (slavernij en stammenoorlog) komen niet meer voor. Bovendien kunnen vrouwen heden ten dage een redelijk bestaan opbouwen zonder hun toevlucht te hoeven nemen tot de prostitutie. Het staat vrouwen vrij een betaalde baan aan te nemen, en in geval van werkloosheid kunnen zij een beroep doen op een uitkering.
Nu de situatie (context) zodanig veranderd is, is er geen beletsel om over te gaan tot de afschaffing van polygamie. Met andere woorden: de tijd is rijp om het ideale programma van de islam toe te passen. Als dat zo is, welke imam of moslim kan ons dan met welk recht afraden om dat te doen, en ons laten handelen alsof wij in een tijd leven waar slavernij en stammenoorlogen heersen? Niemand!

De onmacht van de hedendaagse moslims komt niet door de islam, maar door het gebrek aan fundamentele kennis van de islam!
 

Dr Kadir Canatan is cultureel antropoloog en publicist. Hij is van Turkse komaf. Dit artikel is geschreven in het kader van het project ‘De nieuwe doorbraak’.
 

 


Welkom